+ Meer informatie

DE W.A.O. OP DE KERKELIJKE AGENDA?!

12 minuten leestijd

WAO is een sociaal-maatschappelijk probleem dat langdurig en breed de aandacht heeft. En nog steeds, zeker drie jaar nadat de discussie over de WAO losbarstte, is er geen eind aan gekomen. Op zichzelf is dat niet zo verwonderlijk, immers de gevolgen voor de mensen om wie het allemaal ging en gaat, zijn niet gering.

Als lid van de Interkerkelijk Stuurgroep Mens en Arbeid (ISMA) in Rotterdam houd ik mij bezig met de vraag hoe de WAO een plaats kan worden gegeven op de kerkelijke agenda. Alvorens hierop in te gaan wil ik eerst stilstaan bij een tweetal vragen:

- Wat is de WAO en wie zijn erop aangewezen?

- Wat is er in grote lijnen nu veranderd?

De WAO en wie zijn erop aangewezen?

De WAO is de wettelijke regeling die een inkomen regelt voor iedereen die in loondienst werkt en die daar, om wat voor oorzaak ook, niet meer (geheel of gedeeltelijk) toe in staat is.

Dit betekent dus dat niet alleen ziekte of bedrijfsongeval toegang kan geven tot de WAO. Ook slachtoffers van een geweldmisdrijf of een ongeluk tijdens vakantie of tijdens sportbeoefening komen in aanmerking voor een uitkering krachtens de WAO. Zolang ze maar in loondienst zijn. De premie wordt betaald door de werknemers.

Voor mensen die niet in loondienst werken maar een eigen bedrijf of vrij beroep hebben geldt een andere wet: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Gehuwde vrouwen die alleen het huishoudelijk werk doen (op zichzelf een moeilijke baan) en een ongeluk krijgen, hebben geen recht op een WAO- of AAW-uitkering.

Tenslotte zijn er de ambtenaren die geen WAO premie betalen, maar premie voor een invaliditeitspensioen, die recht geeft op een uitkering vergelijkbaar met de WAO.

De veranderingen in de WAO

De WAO-uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon. De uitkering bedroeg aanvankelijk 80% van dat loon en sinds enkele jaren is dat verlaagd naar 70%. Toen bleek dat een groot aantal mensen daarmee onder het bestaansminimum kwam, werd een aanvullend wetje gemaakt om dit aan te vullen tot het bijstandsniveau…

De huidige veranderingen houden een verdere verslechtering in van de WAO. De belangrijkste zijn:

- De uitkeringsduur is beperkt tot minimaal twee jaar en maximaal vier jaar, afhankelijk van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt. De uitkeringsduur was vroeger tot de pensioengerechtigde leeftijd.

- Alle ‘oude gevallen’ jonger dan 50 jaar zullen herkeurd worden.

- Het criterum ‘passende’ arbeid (het oude beroep of heel dicht daarbij) is veranderd in ‘geschikte’ arbeid. In principe is dat alle arbeid die iemand zou kunnen doen op grond van zijn of haar lichamelijke of geestelijke mogelijkheden.

Op dit moment worden duizenden mensen herkeurd en velen van hen geheel of gedeeltelijk goedgekeurd. De keuring moet u zich in de praktijk als volgt voorstellen: de keuringsarts onderzoekt iemand, de gegevens worden verwerkt in een computer en daar rolt een lijst uit met een aantal beroepen waarvoor iemand geschikt wordt verklaard. Twee inmiddels beroemde beroepen zijn loempiavouwer en bonsaiboomknipper.

Wanneer het werk er niet is, betekent dit, dat iemand als werkloos wordt aangemerkt. Gaat dit lang duren dan heeft hij of zij geen recht meer op een WW-uitkering en wordt verwezen naar de Bijstandswet. Zo iemand heeft dan geen recht meer op een WAO-uitkering, maar op een werkloosheidsuitkering. Deze eindigt in een uitkering op bijstandsniveau.

Waarom aandacht voor de WAO op de kerkelijke agenda?

In ons land zijn ruim 925.000 mensen geheel of gedeeltelijk aangewezen op een uitkering krachtens de WAO. In onze kerken betekent dat dus 4.000 tot 4.500 broeders en zusters. Daarnaast zijn er nog zeker zo’n zelfde aantal er indirect bij betrokken, zoals echtgenoten, kinderen en ouders. Wellicht is uw spontane reactie: dan zal de diaconie het wel druk hebben!

Er zijn in het diaconale wereldje duideliik Signalen dat de financiële gevolgen van een aantal overheidsmaatregelen, waaronder de veranderingen in de WAO, steeds meer financiële problemen opleveren in gezinnen. Zo zelfs dat sommige diaconieën genoodzaakt zijn hun uitgaven voor problemen buiten de eigen gemeente (landelijk en werelddiaconaat) te beperken, teneinde aan de hulpvraag binnen de eigen gemeente te kunnen voldoen. De financiële gevolgen van de ingrepen in de WAO (maar niet alleen daar) grijpen dan ook diep in de kerkelijke financiën in.

Op een diaconale conferentie kreeg ik eens de opgave om op een rijtje te zetten wat de gevolgen zouden zijn, als ik van een bijstandsuitkering zou moeten leven …

Ik kan u zeggen dat het een moeilijk, leerzaam maar vooral ontnuchterend uurtje is geweest. Eigenlijk zouden alle ambtsdragers dat aan het begin van hun ambtsperiode eens moeten doen! Maar er is meer dan het financiële.

Uit het bovenstaande zou u de indruk kunnen krijgen dat het terecht komen in de WAO vooral een financieel probleem is. Toch is dat meer een deel van het geheel. Op een diaconale thema-avond een aantal jaren geleden hield ds. W. Kok een spreekbeurt over de mogelijke relatie tussen geestelijke en sociale nood. De stelling daarbij was dat geestelijke nood kan leiden tot sociale nood en andersom. Zijn eindconclusie hield een bevestiging in van zijn stelling. Met andere woorden: omdat lichaam en geest een onlosmakelijke eenheid zijn, zal het één invloed hebben of in inder geval kunnen hebben op het ander. Om deze reden pleit ik er niet alleen voor om de WAO te plaatsen op de diaconale agenda, maar ook op die van de hele kerkeraad.

Wie naar mensen luistert die de WAO is overkomen, zal ervaren dat het financiële vaak niet eens de boventoon voert.

Om een indruk te krijgen wat er zoal gebeurt of kan gebeuren voordat iemand in de WAO terecht komt en daarna, wil ik één van die verhalen aan u doorgeven.

Als de WAO je overkomt …

“Het terechtkomen in de WAO zoek je niet, laat staan dat je het zelf bevordert. Doe je het wel dan is er mogelijk wat anders aan de hand. Bijvoorbeeld een vlucht van de druk bereden hoofdweg naar een stiller binnenweggetje. Maar laat ik bij het begin beginnen. Hoe kan het je overkomen? Een verhaal over mijzelf. Niet om mij publiekelijk te beklagen, maar als een poging om te analyseren hoe en waarom het zover kwam.

Opgegroeid in een milieu met een arbeidsethos dat in belangrijke mate beïnvloed werd vanuit de volgende ethiek:

- Wie niet werkt zal niet eten.

- Gaat tot de mier, gij luiaard.

- Ledigheid is des duivels oorkussen.

- Je talenten moeten maximaal benut worden.

Bij het niet voldoen aan het bovenstaande en het zich inlaten met ontspanning en ‘werelds vermaak’ leefde ik dus eigenlijk in zonde. Ik zeg en bedoel dit niet als verwijt. Zo was het gewoon. Zo ben of werd ik gevormd.

Daarnaast groeide er bij mij een sociaal-maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid: diaconaat, buurtwerk, vakbondswerk enz. Misschien zegt u nu: ho wacht even, dit overkomt je niet, dit zoek je zelf, hier heb je keuzevrijheid. Ik denk dat dit maar zeer ten dele waar is. Of laat ik het anders formuleren: ik voelde mij in geweten niet vrij om nee te zeggen. Als er bij u of mij iemand aanklopt om hulp dan kunnen wij daar formeel nee op zeggen, dat is waar, maar moreel niet! En zo begint dan een opeenstapeling.

Bij het werken voor het dagelijks brood (en meer dan dat) verplaatste zich het accent van hand- naar hoofdarbeid. Over het geheel was ik wel tevreden met m’n leven. Wel druk, erg druk eigenlijk. Door allerlei nieuwe wetten kwamen er sluipend nieuwe taken en taakjes bij.

Mijn lichaam en geest gingen Signalen afgeven dat het zo niet langer kon: buikpijn, hoofdpijn, migraine. Je bent geneigd een en ander te negeren, dan wel weg te wuiven: het gaat wel weer over, iedereen heeft wel eens wat. Dan ineens: het gaat niet meer, de kar staat Stil.

Je komt bij de dokter. Die begint je dan uit te leggen dat het totale funetioneren van een mens vergelijkbaar is met de werking van een veer: als een veer te veel wordt uitgerekt gaat de veerkracht er uit. Als het zover is, is er vaak definitief een Wissel getrokken. Je bent gevoeliger geworden voor spanningen, geestelijke belasting.

Op het moment dat je je dat realiseert, is je horizon knap dichtbij gekomen, je wereld stort een beetje in. Niet alleen voor jezelf, ook voor je directe omgeving.

De dag erna kreeg ik een hartinfarct en mijn hart stond twee keer stil. Goddank stond er op dat moment uitstekende medische hulp naast mijn bed. Ik zie het dan ook als een wonder dat ik dit nu nog vertellen kan.

Gelukkig kwam ik er weer redelijk snel bovenop, hoewel ik wel wat heb moeten inleveren. Het percentage van de afkeuring zal opnieuw bekeken moeten worden. Dus wel opnieuw enige onzekerheid.

Van de bedrijfsarts mocht ik (therapeutisch) weer gaan werken, driemaal drie uur per week. Even daarvoor werd mij gevraagd langs te komen voor een gesprek met mijn chef, de directeur en … de chef van een andere afdeling om te praten over de mogelijkheden van ander werk.

Dit kwam voor mij als een ‘donderslag bij heldere hemel’. In het kort kwam het hier op neer dat de werkplek, de werkomstandigheden en de werkinhoud aanzienlijk zouden veranderen. Ter geruststelling werd mij gezegd dat de keuze geheel aan mij was. Als ik de oude (bestaande) taak weer wilde oppakken, zou ik daar vrij in zijn.

Ruim voor dit gesprek hadden de bedrijfsarts, de arbeidsanalist en de bedrijfspsycholoog zich hierover uitgesproken: “U bent geestelijk en lichamelijk in staat uw oude werk te doen, onder voorwaarde dat dit een beperkt aantal uren per dag zal zijn”. Na een zorgvuldige afweging en ruggespraak met de bedrijfsarts werd mij duidelijk dat om meerdere redenen het oude werk mij de beste kansen zou geven.

Gezien de reacties op mijn besluit werd mij duidelijk dat er een spelletje met mij gespeeld werd, waarbij ik niet één van de spelers maar de bal bleek te zijn. Mijn chef liet mij weten opnieuw een gesprek te willen. “Wij moeten eens ernstig met elkaar praten!” De speerpunten (en zo voelde het ook) van dit gesprek waren:

- Weet je wel wat jouw tijdelijke vervanging heeft gekost (de overheid betaalt geen ziektewetpremie en reserveert daar ook niet voor)?

- Je moet wat meer ‘wij-gevoel’ voor de organisatie hebben.

- Weet je wel onder welke enorme druk je collega heeft moeten werken tijdens jouw ziek-zijn (pas vier maanden na mijn hartinfarct kwam er een tijdelijke vervanging)?

- Ik moest het eerdere aanbod voor ander werk nog maar eens serieus overwegen.

Ik voelde een woede in mij opkomen met een lading die mij zo goed als onbekend was. De spanning liep zodanig op dat ik werkelijk dacht: Dit loopt fout af qua gezondheid. Een kalmerend medicijn hielp maar matig.

Wat mij al eerder geholpen had, deed ik ook nu: Ik schreef het van mij af en noemde dat verhaal ‘mijn woede’.

Op maandagmorgen had ik een afspraak met de bedrijfsarts; aan hem Net ik het lezen … Hij ging via de personeelsfunctionaris tot actie over. Het sociaal-medisch team deed snel daarna een uitspraak: De directeur en de chef werden teruggefloten en ik kreeg m’n oude werk weer terug. Of zij in de toekomst nog revanche zullen nemen wacht ik maar af … Het is mij inmiddels in contacten met anderen duidelijk geworden dat in het bedrijfsleven de terugkeer naar het werk ook niet altijd even gemakkelijk verloopt. Ook daar geeft een en ander begrijpelijkerwijs nogal eens aanleiding tot emoties … Ik troost mij niet echt dat ik niet de enige ben.”

Gevolgen van de WAO

Uit het verhaal “Als de WAO je overkomt en daarna” mag duidelijk zijn dat het terecht komen in de WAO veel meer is dan een financieel verhaal.

Iemand die in de WAO terecht komt, zal in veel gevallen het gevoel hebben dat z’n leven behoorlijk ondersteboven gekeerd wordt. Meeleven en daarvan meedragen door de ambten zal dan ook meer dan gewenst zijn.

In het omgaan met broeders en zusters die het overkwam, is het goed oog te hebben voor een aantal veel voorkomende gevolgen zoals die zich in de praktijk voordoen:

- De WAO-er is veelal geneigd zich te verstoppen. Hoewel hij of zij in de meeste gevallen aan de oorzaak niet zoveel kon doen, schaamt hij of zij zich toch omdat men niet zelf meer geheel of gedeeltelijk voor de inkomsten kan zorgen;

- De hiërarchie of ‘pikorde’ binnen het gezin komt nogal eens onder druk te staan. Dit kan aanleiding geven tot spanning en ruzies;

- Het aantal echtscheidingen onder WAO-ers is aanzienlijk hoger dan gemiddeld;

- Men voelt zich overbodig en tekortschieten;

- Degene die een WAO-er het beste aanvoelt, is een andere WAO-er. Niet om dan een meerstemmige klaagzang aan te heffen. Neen, zij voelen de ander beter aan. Een zogeheten zelfhulpgroepje kan onderling veel goed doen. Dit betekent dus WAO-ers zo veel mogelijk met elkaar in contact brengen;

- De financiële nood kan behoorlijk groot zijn. Om daarover met elkaar in gesprek te komen is vertrouwen nodig. Eén bezoek is veelal onvoldoende om tot zo’n vertrouwde sfeer te komen. Wacht niet tot zij ermee komen, biedt zelf hulp aan;

- Sociale contacten van WAO-ers nemen drastisch af. Oud-collega’s houden het vaak al snel voor gezien;

- De economische waarde is naar het eigen gevoel van WAO-ers en in het gevoel van hun omgeving tot nul gereduceerd.

Velen hebben het gevoel overbodig te zijn geworden. Hoewel de bijbel de waarde van een mens anders weegt, is dit wel realiteit.

- Het is fijn als iemand z’n verhaal kwijt kan. Dit kan heel bevrijdend werken, maar hij of zij moet er niet min of meer toe gedwongen worden erover te praten.

Over het terechtkomen in de WAO heb ik ook gesprekken gehad met predikanten, ouderlingen en diakenen. Een korte indruk hiervan wil ik u graag doorgeven:

- Eén van de predikanten zei graag in een zo vroeg mogelijk stadium erbij betrokken te worden om ‘vervolgschade’ te beperken of te voorkomen. Andere predikanten zeiden zich niet bewust te zijn geweest van de enorme ‘impact’ die het terechtkomen in de WAO met zich mee kan brengen.

- Eén ouderling realiseerde zich nu dat hij door had moeten vragen na zijn vraag of de WAO-er zich financieel wist te redden …

- Bij de diakenen viel mij op dat na het verhaal “Als de WAO je overkomt”, de meesten van hen het geheel direct verengden tot een financieel probleem.

Een belangrijke drijfveer voor het schrijven van dit artikel is een opmerking van één van de WAO-ers die ik sprak: “Toen de WAO mij overkwam en mijn leven knap overhoop lag, was de kerk de grote afwezige”.

Ik hoop ondertussen dat een en ander voldoende aanleiding is om de WAO op de kerkelijke agenda te plaatsen en er aandacht aan te geven in de pastorale of diaconale bezoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.