+ Meer informatie

De komende synode

7 minuten leestijd

In augustus aanstaande hoopt onze generale synode bijeen te komen. De voorbereidingen voor deze meerdere vergadering der kerken zijn in volle gang. Deputaatschappen zijn druk bezig met het gereedmaken van hun rapporten; classes en particuliere synoden vergaderen eerder dan gewoonlijk om hun afgevaardigden te kiezen en hun stukken tijdig bij de roepende kerk te deponeren. Men spreekt met betrekking tot de generale synode ook wel eens over de hoogste of breedste vergadering der kerken. Het zou te ver voeren om in dit artikel op deze nadere benamingen in te gaan. Het beste lijkt ons om de kerkordelijke benaming meerdere vergadering te handhaven. En dat om in het oog te houden dat een generale synode niet een soort hoger bestuur vormt over de mindere kerkelijke vergaderingen. Want volgens de gereformeerde opvatting staat er geen hoger bestuur boven de kerkeraad. Uiteraard heeft een generale synode in graad een hoger gezag dan de mindere vergaderingen maar de aard van het gezag blijft in kerkeraden, classes en synoden dezelfde.

Het is van belang dit goed vast te houden. Want in de praktijk betekent dit o.m. dat de generale synode een dienende vergadering voor de kerken heeft te zijn. De generale synode is niet het hoogste bestuursorgaan in de kerken. Als zij haar dienende funktie uit het gezichtsveld verliest gaat zij fout en is zij zelf oorzaak van het toenemen van afstand tussen de kerken en de generale synode. De generale synode is er om alle kerken afzonderlijk en gezamenlijk te dienen. Wie mocht denken dat het bovenstaande een theoretische beschouwing is die weinig praktische waarde heeft, vergist zich. Want het stelt o.m. dat de generale synode niet in het afgetrokkene haar beslissingen heeft te nemen maar dat zij in alles en bij alles het welzijn van de kerken afzonderlijk en gemeenschappelijk in het oog dient te vatten.

De synode is immers een kerkelijke vergadering. Niet een vergadering van groepen; van belangengemeenschappen of een soort vereniging van mensen, die toevallig elkaar hebben getroffen.

En de afgevaardigden zijn geen vertegenwoordigers van groepen of hoe men dat ook aan wil duiden. Zij zijn, zij behoren althans van de eerste tot de laatste te zijn dienaren van de kerken van Jezus Christus. Vele synodeleden mogen het als een eer beschouwen dat zij afgevaardigd werden naar de generale synode, maar als zij vergeten dat zij dienaren zijn (niet minder maar ook niet meer) dan hebben zij hun eer weg.

Vanzelfsprekend is dit alles van betekenis voor de beslissingen die genomen moeten worden. Beslissingen, die vaak niet gemakkelijk zijn en waarover men verschillend denkt. Niet allen hebben dezelfde visie op de oplossing van de vragen, die een synode heeft te beantwoorden.

En dat geeft - het heeft geen zin dat te verhelen - spanningen. Vorige synoden hebben dat ook laten zien. En op deze synode zal dat ook niet verborgen blijven.

De synode zal dat alleen aan kunnen als zij zich bewust blijft van het feit dat zij een vergadering is van de kerken van Jezus Christus. Dat legt nogal wat verplichtingen op. Het Evangelie is niet naar de mens. Ook niet naar de generaalsynodale mens. Met andere woorden: het Evangelie vraagt van ons tegenover elkaar een waarlijk christelijke houding. Een houding van wederzijds vertrouwen; van elkaar in oprechtheid en liefde willen benaderen; van het willen luisteren naar elkaar en het met elkaar willen beantwoorden van de vragen vanuit de Heilige Schrift en de belijdenis.

Er is - dunkt ons -reden om ons te bezinnen of wij dat werkelijk willen.

De laatste generale synode heeft een oproep doen uitgaan tot verootmoediging en gebed; en zij heeft bij de kerkelijke vergaderingen er op aangedrongen dat er over verschillende concrete punten doorgesproken zal worden.

Is dat gebeurd?

Van horen zeggen, weten we dat dat in sommige classes metterdaad is geschied. In andere niet. Het is moeilijk hiervan een betrouwbaar beeld te krijgen.

In ieder geval is het te betreuren als men aan deze oproep geen aandacht heeft gegeven. Want het gesprek kan van veel waarde zijn. Niet om elkaar te overtroeven. Wel om elkaar aan te voelen en te begrijpen. Dat behoeft helemaal niet te betekenen dat men het daarom in alles met elkaar eens zou zijn of moeten zijn. Alles begrijpen is nog niet alles van elkaar aanvaarden. Maar het schort in onze kerken toch wel aan wezenlijk onderling kontakt en naar elkaar luisteren. De standpunten zijn vaak van te voren al bepaald; de koppen zijn geteld; het etiket is geplakt en het blijft zitten. En dat gebeurt soms wederzijds. Dat is droevig en onchristelijk.

Men mag en moet de zaken, die door de vorige generale synode in de oproep zijn gesteld niet afdoen met: ik denk over dit punt zo en over dat punt zo. En dan staat er een punt.

Men zal de zaken waarover men van mening verschilt ook moeten zien tegen de achtergrond van de tijd waarin wij leven; niet minder tegen de achtergrond van onze geschiedenis. Want wij leven niet op een eiland. Sommigen doen alsof dat wel het geval is. Maar dat is een vergissing.

Het is niet wel mogelijk een situatie van zeg 30 of 40 jaar geleden te conserveren. Anderzijds mag terecht gezegd worden, dat het wezenlijke van vroeger niet mag worden prijsgegeven.

Lange tijd hebben onze kerken in de controverse met de gereformeerde kerken sterk de nadruk gelegd op de wedergeboorte, de persoonlijke verhouding tot de Here en de zaken die daar om heen liggen. Dat was een goede zaak. En dat mogen we niet prijsgeven. Dat is wezenlijk. Maar er zijn natuurlijk meer zaken die in de Heilige Schrift aan de orde gesteld worden. En dat die zaken meer aan de orde gesteld worden als vroeger (men vergelijke eens de teksten waarover in de prekenserie „Uit de Levensbron” vroeger en nu een preek geschreven werd) is op zichzelf goed. En daar is geen bezwaar tegen te maken. Maar de vraag klemt wel of men altijd de verbinding met de kern van ons belijden, nl. de verzoening door Christus alleen, weet te behouden.

Want losgemaakt van deze wortel verliest de prediking haar levenssappen en geestelijke kracht.

Het komt ons voor dat er op dit punt veel onderlinge misverstanden zijn en veel te weinig een luisteren naar elkaar. Want op dit punt valt er het een en ander van elkaar te leren. Maar dan moet men ook bereid zijn om naar elkaar te luisteren.

In de oproep van de laatste generale synode wordt ook gesproken over liturgische veranderingen. Sommigen doen alsof deze zaken alles zijn, in de zin van: dat moet hoog nodig gebeuren. Dat is dwaas.

Anderen wenden zich geërgerd af als ze het woord maar genoemd horen en men heeft direct het oordeel klaar: toegeven aan de tijdgeest.

Het is onze persoonlijke ervaring dat liturgische veranderingen niet bewerkstelligd worden door predikanten of andere ambtsdragers. Maar dat de vraag er naar voortkomt uit de gemeenten zelf en wel niet zelden van die leden, die zondags zeer trouw in de kerk komen. Men moet de gemeente niet praktisch onmondig verklaren. Is het een keer te begrijpen dat leden die in deze tijd leven zeggen tegen hun kerkeraad: waarom moet een kerkdienst gedurende 40 jaar op dezelfde wijze zondag aan zondag verlopen? Wijst u mij dat eens aan uit de Heilige Schift en uit de belijdenis.

Elke synode zal goed doen zich er bewust van te zijn dat zij in feite maar éénmaal in de drie jaren kan spreken en dat zij op haar tafel zaken krijgt die in werkelijkheid al jaren in de gemeenten in discussie zijn.

Een synode behoeft niet progressief te zijn. Maar zij zal wel in de werkelijkheid van deze tijd hebben te staan.

Bedreigen ons dan geen gevaren?

Ja. Gevaren zijn er.

De punten die de vorige synode noemde, zijn evenzovele gevaren die ons bedreigen. Hoogmoedig is hij die meent dat deze punten niet alle aandacht verdienen. En dat niet alleen door sommigen maar door allen. Maar wij moeten ons niet door de vrees laten leiden maar door het Woord van onze God. En we zullen elkaar niet moeten benaderen en beslissingen nemen vanuit vernieuwingsdrang of vanuit behoudzucht of vanuit bepaalde beschouwingen of vanuit de vraag hoe bepaalde mensen er over denken, maar vanuit de Heilige Schrift en de belijdenis.

Wat we nodig hebben voor de kornende generale synode?

Er is maar één antwoord. We hebben niet maar wat nodig. We hebben een Hij nodig.

De Heilige Geest.

En we hebben nodig een biddende kerk.

Biddende ambtsdragers.

Biddende afgevaardigden.

Die allen tesamen en afzonderlijk bidden:

Kom, Schepper, Geest van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.