+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Voor ik dit artikel ben gaan tikken, heb ik eerst al de voorgaande artikelen nog eens doorgelezen om te weten wat ik aangaande deze zaak, nl. van de rechtvaardigmaking of -verklaring zoal te berde gebracht had. Ik zou zeggen: Lezen juUie ook al die artikelen nog maar eens na. Dan krijg je het een en ander weer in z'n verband te zien.

Ik wil er nu nog een artikel aan wijden.

Wanneer men dus door het geloot heeft leren verstaan, dat God om Christus wil, een zondaar vrij spreekt van schuld en straf en hem een recht geeft op het eeuwige leven, dan heeft men daarin rijke zaken beleefd. Men is daar zelf bij geweest. Dit zijn geen dingen, die buiten de mens om gaan. Het geloof waardoor dit verstaan wordt is geen louter verstandehjke zaak. Ware het een louter verstandelijke zaak, dan zou men over deze dingen kunnen filosoferen. Dan zou men daarover een beschouwing kunnen hebben. Maar het zou ons z.m. niets doen.

Door het ware geloof wordt men midden in de zaken zeh gezet. Men is er als persoon, het allernauwste bij betrokken. Men kan b.v. ’s avonds in de krant de meest verschrikkeüjke dmgen lezen. Men gelooft ze nog ook. Ze zijn allemaal echt gebeurd. Maar zolang we er persoonhjk niet bij betrokken worden, laat het ons aUemaal die we zijn. Als we er persoonlijk bij betrokken worden, dan wordt het anders. Dan is het precies eender, als waimeer een bezoek bij de dokter wordt gebracht. Wanneer men in de wachtkamer zich bevmdt. dan zit men tussen hoop en vrees in. Wat zou de dokter zeggen? Want dat is van belang. Het kan meevallen, maar het kan ook tegenvaUen. Als het meevalt dan komt men opgeruimd de spreekkamer uit. Het is zichtbaar, dat het woord van de dokter iets gedaan heeft. De patient gevoelt zich opgeruimd, opgelucht. Ja, hij is al half genezen. Wat het woord van een dokter al niet doen kan.

Omgekeerd is het ook zo. Als het oordeel van de dokter minder gunstig luidde, dan is dit ook op het gezicht van de patient te lezen. Want het woord van de dokter wordt door hem echt geloofd. Hij reageert er daarom op met zijn gehele wezen.

Zo is het nu ook geestehjk. Als men door het woord van God veroordeeld wordt, dan is dit de zondaar aan te zien. Dan wordt de lust tot sport en spel hem benomen. Hoc zou hij er zin ui kunnen hebben? Hij moet immers sterven? Doch als men nu het vrijsprekende woord van God in de ziel heeft mogen beluisteren, dan kan het niet anders of daar reageert de zondaar ook op.

Stel je voor, iemand die tot de dood veroordeeld is en op de uitvoering van het vonnis zit te wachten. Zulk één zal niet lekker zitten. En als hij dan de tijding verneemt dat hij volkomen vrij mag uitgaan, dan springt ztilk een op van vreugde. Hij zou toch geen mens meer zijn, als hij dat niet deed. ledereen begrijpt dit.

Zo is het nu geestehjk ook. Te moeten sterven en nu te mogen leven, ja eeuwig te mogen leven, terwille van de Zoon, wie zou niet van vreugde opspringen? Wanneer dan bedacht wordt, wat de Zx)on gedaan heeft, om zulk een ellendige „misdadiger„ vrij te maken, waar zou men dan zin in hebben, denken jullie?

Zou men dan zin hebben om de wereld in te gaan? Zou men dan zin hebben om de zonden weer te gaan doen. Zou men dan zin hebben om zijn leven in de ijdelheid door te brengen? Ik geloof het niet. Zulk een zou aUcen maar zin hebben om nu naar de wil des Heeren te gaan leven. Want die is heilig en goed. De Heere is dit immers ook waard? Is Hij, Die alles gaf, n.l. Zijn eigen Zoon, niet waard dat Hij alles krijgt, dat men alles voor Hem doet? En dan niet gedwongen natuurlijk, maar uit liefde. Het is dan geen dwang, maar drang. Dwang komt van buiten af. Dan is het: je móet! Doch drang komt van binnen uit. Dan is het: je mag. Alles wat men móet doen, valt zwaar. Doch alles wat men mag doen, dat valt niet zwaar. Men krijgt dan lust om naar de wil Gods te leven. En Zijn wil ligt uitgedrukt in Zijn geboden. Die gaat men dan betrachten. Dat is nog iets anders dan volbrengen. Men staat daar wel naar, maar men bereikt dit niet. Men betracht het ook niet, om daardoor wat te worden, of om daardoor zich minder schuldig te maken voor God. Neen, men doet dit omdat God het zo waard is. De hetde is er de drijfveer van. En als men het dan toch niet volbrengen kan, dan maakt men zich daar met met een glimlach van af, alsof de zonden, die men na ontvangen genade nog bedrijft, een bagatel zouden zijn. Integendeel. Men kan zich üan nog ellendiger gevoelen dan ooit. Paulus spreekt uaarover m Kom. 7. Als hij het goede wii doen, dan hgt het kwade hem bij. En het goede dat hij wil, doet hij met; terwijl üet kwade dat hij met wil, door hem gedaan wordt. Hij kon met anders, omdat zijn bestaan verdorven was. Hij was en bleef, krachtens zijn bestaan — natuürstaat — onbekwaam tot emg goed en geneigd tot alle kwaad. En dit deed hem uitroepen; Ik ellendig mens. Wie zal mij verlossen uit het hchaam dezes doods? En dan mocht hij er achter zeggen, door het geloof: Ik dank God door Jezus Christus onzen Heere.

Ja, Die zou hem eens volkomen verlossen, n.l. als hij ontbonden zou worden, losgemaakt van dit leven. Dan was hij verlost van zichzeü, om dan eeuwig, ongeremd de Heere te mogen dienen naar de lust van zijn hart.

Zolang hij nog in dit leven was, moest hij zijn zondig bestaan mee blijven dragen, om steeds maar dieper er aan ontdekt te woruen, wie hij zeü was en bleef, maar ook, om er steeds dieper ingeleid te worden, hoc groot de genade Gods is, door de Heere Jezus’Christus verworven.

Dit te beleven door het geloof, versterkt de hefde. De liefde tot God en Zijn geboden. De hetde geeft dan ook moed en kracht om de geestelijke strijd te strijden tegen de duivel, de wereld en het eigen boze vlees.

Beste Jongelui, dat jullie maar veel met deze dingen te doen zullen mogen hebben. De wereld lokt aan aile kanten. Zij stelt zich bekoorlijk en begeerlijk voor. Dqch luister naar het woord van de grijze apostel Johannes, die het zo welmencnd zegt: Kmderkens, hebt de wereld niet hef. Want wie een vriend der wereld is, die wordt een vijand van God genaamd. Als Johannes schrijft over de wereld, dan bedoelt hij natuurlijk niet de wereld als schepping. Want die mag men hefhebben. Het is een werk van God. En wie God hefheeft, die heeft ook Zijn werken hef. Doch hij bedoelt de mensenwereld als zondig geheel, met al wat m deze wereld is en tot zonden verleidt en zoekt te verleiden. Die wereld mag men niet hefhebben. Want dan komt men met de wereld vijandig tegenover God te staan. En dan zal men het aan het eind toch van God moeten verliezen.

Wie hier niet met God te doen wil hebben, ook in de deugd van Zijn rechtvaardigheid, die zal straks met Hem te doen krijgen, als Hij als Rechter verschijnen zal op de wolken. Dan zal men in de wereld wenen en rouw bedrijven. Doch dan zal het te laat zijn.

Gelukkig diegenen, die jong met de Heere te doen krijgen en leren dat ze uit en van zichzelf voor de Heere niet kunnen bestaan. Om dan ook te leren dat er bij de Heere vergeving is, opdat Hij gevreesd worde.

We gaan als God ons het leven geeft, de volgende keer weer over iets anders schrijven. ∼Ik heb nog enkele brieven liggen. Daar zijn er nog bij van een jaar oud. Zij hebben misschien de moed al opgegeven, ooit nog eens antwoord te krijgen. Maar het komt. Heb een weinig geduld.

Jullie aller vriend

Winnen jullie nog wel eens een klant

Voor „Bewaar het Pand”?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.