+ Meer informatie

NOORDENWIND EN ZUIDENWIND

6 minuten leestijd

2

In Ezechiels profetie wordt ons voor ogen gesteld een uitgebreid veld, overdekt met door de zon verschrompelde en verbleekte doodsbeenderen, waaraan de minste levenssappen ontbraken. En wat de verwondering van de profeet volkomen maakt, het is het goddelijk woord, dat hem tegen klinkt nl.: Mensenkind, zullen deze beenderen levend worden?

En dan antwoordt de profeet: „Heere, Gij weet het”.

Welnu, deze doodsbeenderen, zegt de Heere, zijn hef ganse huis Israels. Ja, zo liggen gij en ik van nature als doodsbeenderen aan de mond van het graf. Doch hoort nu wat de Heere getuigt: „De wind blaast waarheen hij wil, en men hoort zijn geluid, en men weet niet vanwaar hij komt en waar hij henengaat alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is”. Kom gij noordenwind, zo roept de bruid, het is de begeerte, dat door middel van die noorden- en zuidenwind leven en groeikracht geopenbaard zal worden, datdode zondaren tot leven geroepen worden.

Deze bede nu is zo weinig de taal van het hart, ook bij het levend Sion in onze dagen. Er worden zo weinig kinderen geboren in Gods kerk, omdat er geen noodis. Wijhebben smarten gehad en niets dan wind gebaard. Ja toch, als er geen barensweeen zijn in de kerk, zo worden er geen kinderen geboren.

We zijn bezig aan de uitwendige kant mooie huisjes te bouwen, maar het huis des Heeren wordt woest gelaten. Het kerkhof ziet er ook netjes uit, en daar is het stil, maar het is een kerkhofstilte. Het is de stilte van de dood. Als het gaat waaien — ga maar na in de zomer als het drukkend heet is — als het dan gaat waaien, zegt ge: daar knapt het van op, dan worden de drukkende en vuile dampen verdreven en komt er een gezuiverde atmosfeer.

De wind is noodzakelijk, hij geeft groeikracht en zuivert de lucht.

De wind is vrij en onwederstandelijk in zijn bedieningen. Wie kan hem tegenhouden? De noordenwind der ontdekking en de zuidenwind der vertroosting.

En dan denk ik aan Elia, als hij staat in de spelonk. Hij bewindt zijn aangezicht met zijn mantel, en dan een vreselijk storm, die voorbijgaat. Hij denkt de Heere zal inhetonweder zijn, maar noch in de storm, noch in het onweder is de Heere. Daar is het ruisen van een zachte stilte, en spreekt de Heere: Wat maakt gij hier Elia? Een zachte stilte, dat is de zoete komst, de komst van de Geest der vertroosting.

Kennen we daar reeds iets van? Hoe zoet is dit ruisen van een zachte stilte, deze stem, deze is uit alle stemmer. kenbaar. Het is de stem van het Woord Gods tot Zijn kerk, het woord van zaligheid door de Heilige Geest.

„0, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame en ate Zijnen edele vruchten”. Er staat geschreven: „Heere geef het goede, dan zullen we betalen de varren onzer lippen”. En: als Gijmijnhart verwijd zult hebben dan zal ik het pad Uwer geboden lopen.

De Heere komt tot Zijn hof en wanneer Hij vrucht ziet, zo zijn dit de vruchten van Zijn eigen werk, en dat alleen. A1 wat Gij wrocht zal juichen tot Gods eer.

En daarom bidt de kerk hier, daarom is het de kerk te doen, nl. om de eer en de verheerlijking van Gods naam en deugden, want daarin ook ligt haar zaligheid.

Och, mijn medereizigers naar de eeuwigheid, we liggen allemaal dood in de zonden en in de misdaden. Geen hoop en zonder God in de wereld. En wat het ergste is, dat een mens dat niet weet en niet wil weten. Dat hij waant dat hij leeft, voert duizenden naar de afgrood. Het moet tegenwoordig anders dan vroeger. De tijden zijn veranderd. Dat is de taal van onze tegenwoordige tijd. Van ons eigen gerechtig, zelfgenoegzaam en gepolijst Christendom. Dat zichzelf aankleedt met de todden en vodden van een verbroken werkverbond. Dat de mond vol heeft van genadeverbond, broeders en zusters, enz. Maar niet verstaat dat weineenverbrokenwerkverbond voor God midden in de dood liggen. Dat nooit de ontdekkende en de ontkledende kracht van Gods Geest heeft leren kennen.

Een een vreemdeling is van de zuidenwind, en daarom is er ook geen plaats voor de zuidenwind. De vertroosting van Gods Geest.

Hoe staat het persoonlijk met ons?Wehebben alien een kostelijke ziel voor de eeuwigheid. We zullen met God verzoend moeten worden. En als door genade uw ziel overgebracht wordt in het verbond, dan gaat dat op de oude, doch nooit verouderde wijze, zoals we dat ook vindenbij onzegodvruchtigevaderen. Dat moeten wij niet laten vallen. Hoe ver reeds is deze praktijk van het bevindelijke leven zoek. Wat een nieuwe ideeen en nieuwe vormen ook in het kerkelijk leven.

Zit het dan in de vorm? Welneen! Maar’t is er om te doen om door de nieuwe vormingen nieuwe leringen in de kerk tebrengen. Ommet een nieuwe wind van leer te komen. Allerlei wind van leer. Maar niet de noorden- en zuidenwind. Een geest, maar niet Gods Geest. Als de wind gaat waaien, hebben we reeds gezegd, worden de vuile dampen verdreven. De wind is nodig, die vuile dampen van ons eigen bestaan en die van onze eigen gerechtigheid worden dan ontdekt. Als we dat lezen, dan worden we arme ontklede mensen, die zichzelf niet helpen kunnen. Daar moet God aan te pas komen. Is dat zo met ons gesteld? Want immers, als wij niet leren wat we door de zonde geworden zijn, wat zullen we dan met Jezus doen? Dan hebben we genoeg aan onszelf, aan onze godsdienst. Zijn wevervuld met onszelf en zijn lid van eigen hulp. Daarom we moeten arm zondaar voor God worden. Verloren arme zondaren en in dedoodterecht komen met onszelf. In deze weg alleen leert de kerk uitroepen: Kom gij-noordenwind, enkom gij zuidenwind. Het is d Heilige Geest, Die ontdekt. Maar die ook Christus voor het oog der ziel ontdekt. Waardoor de kerk zegt: „A1 wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Inde nood der ziel is het van tweeen een”.


Geef mij Jezus, of ik sterf;
Buiten Jezus is geen leven,
Maar een eeuwig ziels verderf.


Als de Heere door de zuidenwind van Zijn Geest spreekt tot Zijn volk, dan is dat de taal der vertroosting. De opening van het evangelie. Dan komt Hijneergebogenenopterichten. Die het zo leert, verstaat de bede der kerk. Welgelukzalig dan die de kracht van Gods Geest zo mag ervaren, die zal door de Geest, om de Geest bidden.

Kom gij noordenwind en kom gij zuidenwind en doorwaai mijn hof.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.