+ Meer informatie

DE PREDIKER ALS FILTER VAN HET EVANGELIE

14 minuten leestijd

Er zijn filters die bepaalde schadelijke stoffen niet doorlaten. Een voorbeeld is het filter van een sigaret. Wordt zo’n filter hier bedoeld? Er zijn inderdaad theologen die schadelijke elementen in het evangelie menen aan te treffen, bijv. antisemitisme. De redactie van Ambtelijk Contact heeft bij het aanreiken van de titel zeker niet in deze richting gedacht. Er bestaan echter ook filters die op dat moment minder gewenste elementen verwijderen. Een fotograaf schept met behulp van een filter een bepaald kleureffect door daarbij niet gewenste kleuren te filtreren. Ook een chemicus kan benodigde stoffen scheiden van om bepaalde redenen op dat moment niet gewenste stoffen.

In die zin moet de predikant inderdaad als filter ten opzichte van het evangelie fungeren. De kunst van de prediking is immers om uit de Bijbel te halen wat voor de gemeente waarvoor men preekt, op dat moment gewenst is, door J.E. Adams ‘preaching with purpose’ genoemd (Grand Rapids 1982). Een goede preek verliest zich niet in het vele, maar heeft een duidelijke scopus. Ik wil bij het filter in de titel vooral denken aan het feit dat een stof daardoor een verandering ondergaat. Dus dat hoe dan ook de prediker bij het doorgeven van het evangelie van invloed is. Dan is de zaak op de meest algemene wijze geformuleerd. De gemeente hoort zondags het evangelie, zoals het door de prediker is heengegaan! Ik hoop in dit artikel aan te geven waarom het evangelie een filter - een prediker - nodig heeft.

Voor deze kwestie zijn ook andere beelden gebruikt. Men heeft gesproken over de prediker als transformator. Men heeft de taak van de prediker vergeleken met die van een musicus die muziek transponeert, en gesproken over transpositie. De redactie koos het beeld van de filter. In al deze beelden gaat het om hetzelfde: de Bijbeltekst zoals wij die mogen bezitten, vraagt verklaring, vertolking, uitleg- en toepassing, of hoe men het ook wil noemen. En tot die gewichtige taak heeft God de prediker geroepen.

In welke verhouding?

Een predikant kiest elke week een preektekst. Alleen al daardoor doet hij aan filtratie. Ook daarover gaat het ambtelijk toezicht van de kerkeraad: komen alle aspecten van de Bijbelse boodschap van tijd tot tijd aan de orde? Wordt de volle raad Gods verkondigd? Na een aantal jaren in mijn eerste gemeente, zei een ouderling tegen me: U preekt zo weinig over het verbond! Het filter moest worden bijgesteld.

De gekozen Bijbeltekst moet elke week weer, in de studeerkamer, meer nog: in verstand en hart van de prediker uitgroeien tot een preek. In dat proces is de persoon van de prediker zelf alleszins meebepalend: zijn kennis, inzicht, karakter, gebed en nog wel meer. De tekst dient om te beginnen uitgelegd te worden in het licht van het geheel van de Bijbelse boodschap. Vanuit de tekst moet de gezonde leer verkondigd worden. Vanuit de tekst moet Christus gepredikt! En vervolgens moet de Bijbelse boodschap ook geconcretiseerd worden in het leven van vandaag; er moeten toepassingen gemaakt.

De Bijbeltekst heeft echter niet alleen een plaats in het geheel van de Bijbelse leer. Tegelijk heeft elke preektekst iets eigens, iets unieks, en dat speciale moet zeker uit de verf komen, opdat de gemeente de veelkleurige genade van God leert kennen.

Bij dat alles maakt het nogal verschil hoe je de lijnen trekt en de accenten legt. De Bijbelse boodschap bestaat uit wet en evangelie, uit wat God eist en uit wat Hij belooft. Maar hoe verhouden die twee zich? Christus moet gepredikt, maar Hij is Profeet. Priester en Koning. Welke plaats krijgt elk van deze drie ambten in de verkondiging? Christus leren we kennen door Woord en Geest. Opnieuw: in welke verhouding staan die twee? In Christus leren we God de Vader kennen, en door Christus ontvangen we de gave van de Heilige Geest. Welke plaats nemen elk van de drie Personen in de prediking in?

Welnu, zonder het zich altijd evenzeer bewust te zijn, zijn dit de vragen waarmee de prediker elke week weer worstelt. En door zijn kennis van en gedachten over al deze zaken fungeert hij als een filter waardoor de Bijbelse boodschap tot de gemeente komt. Dogmatisch uitgangspunt en vooral persoonlijk geestelijke kennis van God en zijn Woord spelen hier een doorslaggevende rol.

Cultureel bepaald

Daarbij is echter ook de kennis van de historia revelationis, van de geschiedenis die de in de Bijbel beschreven openbaring heeft doorgemaakt, van enorm belang. De Bijbel is ontstaan in een historisch proces van eeuwen. De Here heeft telkens tot zijn volk gesproken in hun eigen taal en met het oog op de concrete situatie van het historisch moment. Om in een tekst te verstaan wat de Here nú precies van zijn volk vraagt, of aan zijn volk belooft, moet men van de Hebreeuwse en Griekse taal èn cultuur op de hoogte zijn. Anders kan men gemakkelijk komen tot oneigenlijke concretiseringen.

Een duidelijk voorbeeld hiervan vormt het boek Deuteronomium, dat de toepassing bevat van de wet van de tien geboden voor de concrete situatie van het volk Israël als het zal gaan wonen in Kanaän. Die tien geboden gelden vandaag nog onveranderd, maar de toespitsing ervan zoals we die in Deuteronomium vinden, niet meer. Die is historisch bepaald en moest om concreet te kunnen zijn op de situatie van destijds gericht zijn. Overigens betekent dat niet dat Deuteronomium ons niets meer te zeggen zou hebben. Van de wijze waarop Mozes toen - door Gods Geest geleid - concretiseerde, maken wij gebruik (N.G.B. art. 25) bij onze bezinning om vandaag tot concretiseringen te komen. Een voor - bijna - iedereen overtuigend voorbeeld van een vandaag niet meer geldende, want cultureel bepaalde vormgeving van de wil van God - in dit geval het gebod tot onderlinge liefde in de gemeente - is de heilige kus waar volgens Paulus de broeders mee gegroet moeten worden (o.a. 1 Cor. 16, 20). Ik schreef bijna, want er zijn groeperingen in ons land, die menen dat letterlijk lezen slechts als Bijbelgetrouw mag gelden en die de genoemde kus dan ook in het gemeentelijk leven in praktijk brengen. Ik veronderstel dat de lezers van Ambtelijk Contact het er met mij over eens zullen zijn dat het gebod hier tot ons komt in een vormgeving die paste bij de manier van leven van destijds. Deze tekst moet in de prediking gefiltreerd worden om vandaag nog hetzelfde effect te kunnen hebben als de Here er ook destijds mee op het oog had. Tamelijk duidelijk lijkt me ook dat wat Paulus schrijft in 1 Cor. 11,14 over de schande voor een man om lang haar te dragen, geïnterpreteerd moet worden binnen de horizon van de Grieks-Romeinse cultuur, waarvan bewaarde afbeeldingen van mannenhoofden inderdaad een korte haardracht vertonen. Lang haar is voor mannen niet in elke cultuur een schande, zoals moge blijken uit de voorbeelden van Simson en Absalom.

Meer discussie is er altijd geweest over 1 Cor. 11,5 waar we het bekende woord over het (niet-) blootshoofds bidden of profeteren door vrouwen vinden. Zowel dat nietblootshoofds als dat bidden en profeteren wordt door diverse predikers op diverse wijze getransponeerd. Uit de brieven van Paulus noem ik tenslotte nog Paulus’ advies om niet te trouwen in 1 Cor. 7. Dit woord moet uitgelegd worden vanuit de situatie in de gemeente te Corinthe destijds. Een ander voorbeeld: wat te denken van 1 Petr. 3, 4 over de stille geest waarmee vrouwen zich moeten tooien. Ik ken predikanten die deze passage weglaten als zij het huwelijksformulier lezen.

Om ook nog een oudtestamentisch voorbeeld te geven: wie de roede spaart haat zijn zoon (Spreuken 13, 24). Is er een goddelijk bevel tot het slaan van kinderen (zelfs met een roede)? Of mogen straffen ook andere vormen hebben? Maar wanneer zijn wij in de vormgeving van de straffen te veel kinderen van onze softe tijd geworden? Is ons aanvoelen zuiver als wij menen dat de bijbelse tijd wel eens te hard was? Wat kunnen bijbellezers vandaag moeite hebben met de wijze waarop David zijn vijanden hun kracht benam in 2 Samuel 8, 1: 2.

Misbruik

De prediker als filter van het evangelie staat voor de taak om geen zinloze ergernissen op te roepen bij de concrete verkondiging van het evangelie die het zicht op dè ergernis van het evangelie, het kruis van Christus, belemmeren. Zinloze ergernissen die slechts te maken hebben met gebrek aan historisch besef, een niet voldoende werkend filter. Ik haast mij om óók te schrijven dat dit gegeven van de cultureel bepaalde vorm waarin de openbaring tot ons is gekomen alleen veilig is in de handen van hen die erop uit zijn de wil van de Here te vinden! Met andere woorden: ik ben me er maar al te zeer van bewust hoezeer er ook misbruik van gemaakt kan worden, zodat onder het mom van de culturele bepaaldheid de wil van de Here voor de geest van de tijd verruild wordt. Zoiets is, naar ik meen, aan de hand in de discussie over de man als hoofd van de vrouw, Efeze 5, 23. Dat we daar met een cultureel bepaalde vormgeving van Gods wil te maken hebben, meen ik te moeten bestrijden, o.a. op grond van het-feit dat Paulus die uitspraak in de context fundeert in de verlossing (de verhouding van Christus en de gemeente) en in de schepping! Al denk ik dat het woord onderdanig dat in onze vertsalingen hier gebruikt wordt, in het licht van de totale discussie over de man-vrouw-verhouding ongeschikt is. Als een tweede voorbeeld op dit punt noem ik de seksuele reinheid van Maria die blijkt uit haar vraag: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb (Lukas 1, 34), waarvan door catechisanten me eens gezegd werd: maar dat was toch een heel andere tijd!

Karakter

Ik heb in bovenstaande wellicht meer vragen opgeroepen dan beantwoord, maar zo wel aan mijn opdracht voldaan aan te tonen hoezeer, dat wat uiteindelijk concreet tegen de gemeente gezegd wordt, door de filter van het verstaan van de prediker bepaald wordt!

Dat verstaan van de prediker komt via vele factoren tot stand. Ik noem zijn Godskennis en zelfkennis. Bijbelkennis en kennis van de eigen tijd, kennis van de gereformeerde traditie en tenslotte de invloed van het geestelijk leven van de gemeente die men dient (o.a. voorbede voor de predikant). Bij de zelfkennis kan de psychologie verheldering bieden. Dat de prediker wettisch overkomt door bijvoorbeeld eenzijdig de heiliging te prediken kan heel goed met zijn eigen koel plichtmatige instelling te maken hebben. Wie immer hoge eisen aan zichzelf stelt, spoedig zichzelf veroordeelt, altijd een stem hoort die fluistert ‘je bent niet o.k.’ (om net met een term van de psycholoog Harris te zeggen) zal vooral antenne hebben voor de vermanende kant van de Bijbelse boodschap. Dat kan zo scheefgroeien dat de verkondiging in zijn totaliteit tekort gaat doen aan Gods genade. Een tegenovergestelde psychische gesteldheid zal er oorzaak van kunnen zijn dat een prediker meer oog heeft voor juist die genade, maar daar kan eenzijdigheid uitmonden in aai-over-de-bol preken die goedkoop klinken. Een complicerende factor is natuurlijk dat er behalve de filter van de prediker ook nog de filters van de hoorders zijn. Luther verzuchtte al dat de mensen die het oordeel zich zouden moeten aantrekken, dikwijls de genade mee naar huis nemen, terwijl zij voor wie het woord van genade bestemd was, voor het oordeel blijven vrezen.

Houvast

Tot nu toe bevat dit artikel vooral diagnose. Is er ook een therapie? De geschetste problematiek kan voor een prediker een enorme aanvechting betekenen. Hij moet het Woord Gods prediken. Hij kan echter het Woord Gods niet prediken. Want hij kent zo ten dele. En dat geldt niet alleen de cultuur waarin de Bijbel tot stand kwam, maar, wat veel zwaarder weegt, ons ten dele kennen geldt ook God in Christus!

Nu is het al heel wat als wij dat ook beseffen. Iemand zei mij eens dat hij nooit kon merken dat gereformeerde theologen dit ‘ten dele kennen’ serieus nemen. Ze doen altijd zo stellig. Ook predikers blijven levenslang zoekende mensen. Daarom zullen ze bij hun preekvoorbereiding ook telkens weer aan Gods lippen hangen! Dat wil niet zeggen dat er niet dingen zijn die volkomen zekerheid onder ons hebben, waarin de prediker stellig zal moeten spreken. Maar de prediker wint aan betrouwbaarheid als die stelligheid afgewisseld wordt door een veel minder stellige toon als het over zaken gaat waarover bijvoorbeeld onder christenen verschil van aanvoelen is, of als dat verdergaande concretiseringen betreft.

Het is dus goed te beseffen dat predikers ten dele kennen en in hun filterfunctie feilbare mensen zijn. Maar kan dit besef niet verlammend werken? In het bovenstaande is geschetst hoe veelvuldig de mogelijkheden zijn om op een dwaalspoor terecht te komen, om als prediker de verkondiging van het evangelie in de weg te staan in plaats van die te dienen. Ik zou de oplossing niet allereerst willen zoeken in psychotherapie voorde prediker (al kan dat zeker nodig zijn!) of in theologische bijscholing (al is dat zonder meer levenslang nodig!). Waarin dan wel? De basis van de gereformeerde theologie wordt ten diepste niet eens gevormd door de Bijbel op zichzelf, die inderdaad voor meerdere uitleg vatbaar is, maar door het testimonium Spiritus Sancti (art. 5 N.B.G.). De Heilige Geest geeft ons getuigenis in ons hart van de waarheid. De Bijbel is nooit los te maken van de verborgen omgang met de levende God. En daarom is het laatste houvast voor de prediker de belofte van die God: Gij leidt mij in de rechte sporen, om uws Naams wil. En: Wie Hem nederig valt te voet zal van Hem zijn wegen leren.

Voorwaarden

Ik noem een aantal voorwaarden voor het mogen ontvangen van die goddelijke leiding in de waarheid van de Schriften. Allereerst noem ik rust. Als Mozes in Exodus op de berg Sinaï van de Here de boodschap zal ontvangen die hij aan Israël moet doorgeven, laat de HERE hem daar eerst zes dagen wachten en pas op de zevende dag spreekt de HERE tot Mozes. Daar zou de kerkeraad streng ambtelijk toezicht op moeten uitoefenen dat de predikant waakt over zijn innerlijke rust, om de stille stem van de Geest te kunnen blijven horen. Waarbij te bedenken is dat rust heeft te maken met werkdruk en nog meer met geloofsleven!

Een tweede voorwaarde is reinheid. Zonden bedroeven de Heilige Geest en verduisteren het zicht op de eenvoud van de waarheid. Wat weet de boze dat goed en wat staat de prediker met zijn gezin zwaar onder vuur. Speciale verzoekingen voor de prediker kunnen zijn: zelfmedelijden (dat de gemeente en soms zelfs zijn gezin niet echt begrijpt hoe druk hij het heeft), neerslachtigheid (omdat er veel zorgen juist bij de prediker terecht komen) en eerzucht (omdat zijn persoon zo in het geding lijkt te zijn bij allerlei kerkelijk werk).

Een eerste plaats onder de voorwaarden neemt zeker het gebed in. Wie leest hoe vaak, maar vooral ook hoe lang de grote Meester in gebed verbleef, wie op zich in laat werken welke plaats gebed in de bediening van Paulus innam, begrijpt dat dit een kwestie van leven en dood is. Ik citeerde al eens eerder in Ambtelijk Contact ds. Veldkamp uit ‘Beslagen vensters’: het antwoord op de vraag hoe het met de kerk zal gaan, hangt er uitsluitend vanaf hoe het met het gebed staat (Kampen 1966, p.8). Onder de verzoekingen van de pastorie moet ook genoemd worden dat theologische boeken de Bijbel verdringen en dat commentaren bij de preekvoorbereiding het gebed verdringen. Dat is meteen de volgende voorwaarde: persoonlijke omgang met het Woord in het vertrouwen dat de Here daardoor ook de dienaren zelf voedt en weidt!

Tenslotte noem ik het gesprek met anderen. Ook voor de prediker gelden de ‘elkaar’-teksten. Ook hij kan alleen samen met alle heiligen de Here ten volle leren kennen. Ik denk dan zowel aan pastoraat binnen de gemeente als aan gesprekken met collega’s binnen en buiten de eigen traditie, lijfelijk of via hun boeken.

Rijkdom

Als allerlaatste: wellicht is de taak van de prediker om filter van het evangelie te zijn hier vooral geschetst als een probleem. Veel meer is het echter een door de Here in zijn oneindige wijsheid zo gewilde rijkdom. Pas door zoveel verschillende filters heen heeft alle eeuwen door de veelkleurige genade Gods voor de gemeente zichtbaar kunnen Worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.