+ Meer informatie

Dag in, dag uit ....

5 minuten leestijd

De beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen. Ze is 8 jaar, weegt nog geen 23 kg, meet 1 meter 26 en heeft energie voor drie.

Waar denkt u aan bij het woord "nightwriter"? Aan een mannetje dat 's nachts ijverig zit te schrijven? Mis. Het is een ding. Een heel praktisch ding zelfs. Het is een blocnote in een houdertje met pen. Zodra je de pen pakt gaat er bovenaan de blocnote een piepklein lampje branden en kun je 's nachts schrijven zonder je partner te storen.

Nu wil ik 's nachts helemaal niet schrijven. 's Nachts wil ik slapen. Toch heb ik zo'n ding, zo'n nightwriter. Want 's nachts, als ik niet kan slapen, weet ik de mooiste verhaaltjes te bedenken met de prachtigste zinnen. Helaas had ik er tot nu toe niets aan, want 's morgens was er van het verhaal niets meer over dan een enkel woord.

Wat een uitkomst dus, zo'n nightwriter. Vannacht is het weer zover. Vlug voordat ik alles weer kwijt ben. Ik grabbel boven mijn hoofd. „Tisser", hoor ik Jelle mompelen. „Niks, niks", zeg ik, terwijl ik mijn hand weer schielijk terugtrek. Het laatste wat ik wil, is dat Jelle ook nog wakker ligt.

Een tweede poging heeft meer succes, maar ik heb nog geen woord opgeschreven of het klinkt: „Doe je?" „Niks", zeg ik weer. „Nou, lig dan stil." „Ik lig stil." „Niet waar, je beweegt. Ga toch slapen."„Ik kàn niet slapen."„Nee, dat merk ik." Beledigd leg ik de nightwriter weg.

Naast zo'n brompot wil ik niet eens meer slapen. Ik zoek mijn, naast het bed geparkeerde, sloffen op en verlaat zachtjes de slaapkamer. Op naar de keuken en de warme melk. Ik houd niet van melk en al helemaal niet van warme melk. Geef mij maar een boterham met kaas en mosterd erop.

Maar dat schijnt in geval van slapeloosheid niet te werken. Warme melk met honing dus. Op honing ben ik ook al niet dol. Toch doe ik het in mijn beker voordat ik hem in de magnetron zet. Mèt de honing smelten de mooie volzinnen.

Rillend loop ik even later door de kamer te ijsberen. Morgen, bedenk ik, morgen ga ik Terdege schrijven. Ik ga zeggen dat ik niet van warme melk met honing houd, en dat ik eigenlijk ook niet van schrijven houd en al helemaal niet 's nachts. 's Nachts wil ik slapen. Punt uit.

Om acht uur word ik gewekt door Jelle. „Heb je lekker geslapen?", vraagt hij, terwijl hij een heerlijk kopje thee onder mijn neus duwt. De brombeer van vannacht is nu weer veranderd in de liefste man van de wereld. „Niet zo best", zeg ik.

„O ja", ga ik verder, „er zijn een paar dingen die ik Terdege moet schrijven, maar ik weet niet meer wat. "Ik kijk op mijn blocnotevelletje. Het is leeg! Nou ja, vandaag of morgen schiet het me vast wel weer te binnen.

                              ------------------------------

Frederique

Ze is 8 jaar, weegt nog geen 23 kg, meet 1 meter 26 en heeft energie voor drie.

„Zeg", adviseer ik Frederique, die naar beneden gekomen is omdat haar boek zo spannend was: „Zou je volgende week niet eens een ander soort boek uitzoeken?" Maar dat blijkt geen goed idee te zijn, want, zo wordt me meegedeeld: „Een boek dat niet zielig of niet spannend is, is saai!"

„In ieder geval", besluit ik tegen Fré: „De olijke tweeling kennend (uit haar verhalen en nog van vroeger) kunnen zij zich best redden op die kostschool. Enkele hoofdstukken verder zijn het vast de grootste deugnieten van de school en huilen ze alleen nog bij uitbranders voor hun streken om hun moeder."

Weifelend kijkt ze me aan en vertelt me dan dat ze al in de verkeerde trein gestapt zijn, niet naar Arnhem, maar naar Haarlem. Voordat ik haar terug naar boven gepraat heb, roept ze mij eerst nog op het matje door enkele gewetensvragen af te vuren.

„Wat zou u doen mam?", vraagt ze, terwijl ze hoopvol m'n reactie afwacht. „Och, bij ons zit zoiets er niet direct in", probeer ik diplomatiek te zijn. En ik denk aan mijn mans werk. Nee, die hoeft voor z'n werk in ieder geval niet buiten de grenzen. Maar met dit antwoord neemt Frederique geen genoegen, „Ja maar ALS!!!", houdt ze hardnekkig aan.

Een uitgebreid antwoord wordt me bespaard, want ze zegt zelf hierop beslist: „Nou, ik ging gewoon mee en anders gingen jullie maar niet." Punt uit! Testend vraag ik haar: „Zeg een weekje zou ik toch wel weg mogen van je, naar Engeland ('n stille wens) of zo, samen met een vriendin."

„O", zegt ze aarzelend, eer ze toestemming geeft, „als papa dan maar thuisblijft." Plagend probeer ik verder: „En als papa ook mee zou willen? Dat is best wel eens fijn hoor, een weekje bijkomen van jullie gekwebbel en gezeur!" Ze antwoordt niet eens. Ze ziet aan m 'n gezicht dat ik er toch niets van meen.

De laatste vraag is ook een schot in de roos. „Zeg mam", vraagt  ze opeens. „Moest u ook wel eens huilen bij het lezen van een boek?" „Uh ja, uh ja", blijf ik een beetje vaag. „Wel eens, dacht ik, maar niet zo vaak als jij hoor."

„Ja, 't zal wel!", hoont ze en hardvochtig vervolgt ze: „Het zal wel net zo vaak geweest zijn, maar dàt zal u natuurlijk nou net al lang vergeten zijn..." En dat is zeker geen onmogelijke mogelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.