+ Meer informatie

Deelnemers ,,staaldag" opmerkelijk eensgezind

CNV-ers: loonoffers zijn nodig voor vernieuwing

8 minuten leestijd

PUTTEN — Het was zeker een nuttig initiatief van liet CNV om afgelopen week in liun praclitig gelegen conferentieoord in Putten een „staaldag" te beleggen. De talrijke bezoekers werden verschoond van kretologie, maar kregen wel een duidelijk inzicht in een problematiek die alleen maar op Europees niveau is op te lossen. „Demonstraties zijn ook wel eens nodig, maar we begrijpen best dat ook reële opk)ssingen moeten worden geboden", zo vatte CNV-voorzitter, Harm van der Meulen het doel van deze dag samen.

De organisatoren was het gelukt om ;en groot stuk deskundigheid naar Putten te halen. Zo was daar de vice-voorjitter van de Europese commissie, de heer E. Davignon, die uit hoofde van rijn functie een uitnemend kenner is van de situatie in de hele EEG-staalindustrie. Daarnaast kwam aan het woord de yporzitter van de Raad van bestuur van tiet vaderlandse concern Estel (Hoogwens-Hoesch), drs, J. D. Hooglandt, terwijl namens de grote verbruikers van 5taal Daf-topman, drs. P. van Doorne, üjn visie gaf. Ester, de voorzitter van de Industriebond CNV, vertolkte de geradens van de werknemers. In de zaal zaten districtsbestuurders, kaderleden ;n leden van het CNV, werkzaam bij Hoogovens, de scheepsbouw en de luto-industrie. Zij hadden gelegenheid Dm in te gaan op wat de sprekers, die later een forum vormden, te berde brachtgn. „Voor iedereen die niet dagelijks met Ie gang van zaken in de staalindustrie te ftiaken heeft is het geheel tamelijk onJoorzichtig. Wel staan regelmatig grote toppen in de krant over grote verliezen, arbeidstijdverkortingen en noodzakelijke saneringen, maar over het waaromen hoe bestaat grote onduidelijkheid. De problemen dateren van vijf a zes jaar ;erug. Daarvoor ging het redelijk goed. Vrij kort na de oorlog reeds kwam men ,1) Europa tot de conclusie, dat op Europees niveau moest worden samengewerkt en op 18 april was het dertig jaar geleden dat in Parijs de handtekeningen iverden gezet onder het verdrag tot jprichting .van de Europese GemeenKhap voor Kolen en Staal (EGKS).

Hooggestemd waren toen de verkrachtingen. In artikel 2 van het verdragitaat het zo omschreven: ,,De Gemeenschap moet in toenemende mate de omitandigheden scheppen, die uit zichzelf ïe meest rationele verdeling van de proiuktie op een zo hoog mogelijk niveau verzekeren en daarbij zowel de continuïteit van de werkgelegenheid waarborgen als vermijden dat in de economie /an de deelnemende staten fundamenele én duurzame moeilijkheden worlen veroorzaakt".

Afbraakproces
Tot aan de eerste DRS. J. D. HOOGLANDT .. .sanering heeft haast... '73/'74 heeft deze industrie-politieke conceptie behoorlijk goed gewerkt. Daarna is echter een afbraakproces ingetreden. Het is niet zo moeilijk om daarvoor een aantal oorzaken aan te geven: # Stagnatie van de groei en heviger conjunctuurbewegingen op de afzetmarkten door een geringere ontwikkeling van de interne EEG-vraag in de investerings-goederensector, de bouw, de automobielsector. # Een snellere teruggang van de ex

port, deels door protectie. # Opko'mst van nieuwe industrielanden. Een deel van de produktie van * de Westerse wereld verschuift naar

deze landen. # Onvoldoende capaciteitsaanpassing in de EEG. Uitbreidingsprojecten waartoe op grond van optimistische toekomstverwachtingen voor de energiecrisis werd beslotep, werden toch uitgevoerd. Daarnaast werden verouderde en onrendabele installaties met behulp van omvangrijke staatssteun in stand gehouden. # Verslechtering van de structurele concurrentiepositie van de Europese staalindustrie door dé relatief hoge loon-, energie en grondstofkosten. Bovendien is nog sprake van een te lage produktiviteit door een groeiende technologische achterstand als gevolg van toenemend kapitaalgebrek. De gevolgen van deze ontwikkelingen waren bar en boos. Er drukt momenteel op de EEG-markt op jaarbasis een overschot van 25 miljoen ton staal. De staalindustrie is in een vicieuze cirkel terecht gekomen. Er wordt zeer omvangrijke steun verleend. Daardoor wórdt een te hoge produktie in stand gehouden. Die produktie moet toch worden verkocht. Dat drukt de prijzen, die nu al 15 è 20 procent onder de Amerikaanse en Japanse interne prijzen liggen. Daardoor is nog meer steun nodig.

Zo kan het niet
„Dat kan natuurlijk nooit zo doorgaan", zo hield Davignon donderdag zijn gehoor voor. „De Europese regeringen en staalconcerns moeten eigen belang en protectionisme over boord zetten en gezamenlijk de staalcrisis te lijf gaan, anders is het met de Europese staalindustrie gebeurd. Ook is het voor Europa van levensbelang dat de EEGlanden zich gezamenlijk en niet op eigen houtje storten op de innovatie, de produktie van chips en andere nieuwe technologieën. Die gezamenlijke aanpak van oude en nieuwe industrietakken vergt een hoge prijs, maar de toekomst van Europa is het waard om die prijs te betalen".

Geen gelijke monniken

Het grote gevaar is dat door de nationale subsidies hu ook de moderne staalindustrieën in Europa in gevaar komen. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het Nederlands-Duitse Estel-concern, dat vorig jaar bijna een half miljard gulden verloor. Drs. Hooglandt zei dan ook dat het maar oeverloos verstrekken van subsidies funest is voor zijn bedrijf, dat het zonder die gigantische steun moet stellen. In de jaren '76 tot '82 wordt in totaal voor circa zeventig miljard gulden aan steun aan de Europese staalindustrie verstrekt. Dat is ongeveer honderd gulden per ton geproduceerd staal. ,,Als Estel ook zó royaal zou zijn gesubsidieerd zou het bedrijf in die jaren vier miljard gulden aan steun hebben gekregen en zou het concern er financieel heel wat rooskleuriger hebben voorgestaan", aldus Hooglandt. Met nadruk stelde hij dat veel haast met de Europese saneringsoperatie is geboden, hoewel hij niet al te optimistisch is of er wel voldoende garanties zijn om een dam op te werpen tegen het protectionisme.

Het lijkt inderdaad erg moeilijk te worden om tot een gezamenlijke overeenkomst te komen, hoewel de staalproducenten elkaar nu toch wel erg dicht zijn genaderd. Ieder land in Europa wil zijn staalindustrie zoveel mogelijk sparen, omdat het een basis-industrie is die veel werkgelegenheid brengt en waarvan de uitstralingseffecten groot zijn. Een tipje van de problemen werd zowel door Davignon als door Hooglandt opgelicht. Davignon zei dat men het nu bijna eens was, maar dat enkele staalondernemingen nog dwars liggen, omdat zij een groter stuk van de te verdelen koek opeisen. Hooglandt beaamde voluit de noodzaak tot produktiebeperking, maar stelde: „De produktie-offers mogen niet worden gebracht onder het motto „gelijke monniken, gelijke kappen" want de monniken zijn niet gelijk. Net als in een schoolklas zullen de goede en de middelmatige leerlingen mogen overgaan, maar de slechtsten zullen moeten blijven zitten".

CNV: realistisch

Het was opvallend hoe nuchter vanuit vakbondszijde op de boodschap van Davignon en Hooglandt werd gereageerd. 2^ker in de top van het CNV is men tot de conclusie gekomen dat een aantal zaken in ons land te ver zijn doorgeschoten en dat dringend maatregelen moeten worden genomen, waarbij ook van de werknemers offers worden gevraagd. Leo Ester wees er in zijn toespraak op dat Europa plat gewalst dreigt te worden tussen Japan en Amerika als we niet saneren en vernieuwen. „We willen ook als vakbeweging geen kiekeboe spelen. Als werknemers zijn we bereid om een stuk van ons inkomen te geven voor industriële vernieuwing. We zitten al in een achterstandsituatie. We weten dat zonder die vernieuwing Nederland verder achterop zal geraken. Ook zien we de toename van de werkloosheid, die daarvan het gevolg is". Hij riep daarnaast de ondernemers op om platgetreden paden te verlaten. Er moeten nieuwe produkten komen en nieuwe markten moeten worden opgezocht. De export is uitermate belangrijk. We hebben veel toegevoegde waarde nodig, omdat we straks anders ons prachtige pakket sociale voorzieningen niet meet zullen kunnen betalen.

De zaal was het blijkbaar goed eens met de realistische benaderingen die hun op de ,,staaldag" werden geboden. Aan het einde van de dag werd een verklaring voorgelezen waarin o.a. stond ,,dat bij een noodgedwongen sanering van staalindustrieën, tegelijkertijd een plan moet bestaan, dat voorziet in vervangende werkgelegenheid". Kaderleden van het CNV waren toch bang dat deze zin te strak was geformuleerd en de dringend noodzakelijke sanering zou kunnen tegenhouden. Zodoende werd deze alinea veranderd in ,,dat uitzicht dient te worden geboden op vervangende werkgelegenheid, ondergebracht in een Europees herstelplan". >' Natuurlijk werd op deze dag ook over allerlei andere aspecten van de economische recessie druk gediscussieerd. Nogal kritische geluiden werden gericht aan het adres van de overheid, die zo gemakkelijk orders in het buitenland plaatst. Voor Hoogovens is het nauwelijks mogelijk om met staal in Amerika en Japan binnen te komen en ook drs. Van Doorne vertelde dat er bij overheidsdiensten in het buitenland niet gepeinsd wordt om bijvoorbeeld bussen of vuilniswagens bij DAF te bestellen, ook niet al zijn ze concurrerend. Niet zo erg verwonderlijk dat Van Doorne daar nogal negatief over deed. Volgens de laatste berichten dreigt het DAF-RSVconsortium immers de order voor 800 pantserwagens mis te lopen, omdat een Amerikaans bedrijf de aanvankelijk ge' noemde prijs nog eens extra verlaagt.

Geen vijanden
,,Fijn dat er vandaag in deze sfeer gepraat kon worden", zei na afloop directeur Heusdens van Hoogovens, die met .zijn baas was meegekomen naar üé „staaldag" tegen voorzitter Van der Meulen. „Ja, zo hoort het ook," was het antwoord. ,,U zit hier ook niet bij (|é FNV, wij zijn geen vijanden. Natuurlijk' hebben we ook onze kritiek, maar wé zien heus niet het kapitaal als de veroorzaker van alle kwaad".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.