+ Meer informatie

KERKREGERING II

5 minuten leestijd

In ons inleidend artikel beloofden we thans te zullen wijzen op de onmisbaarheid en het grote belang van een goede, op Gods Woord, gegronde, kerkregering. We kunnen hierover slechts enkele dingen naar voren brengen — van een volledige behandeling kan eenvoudig geen sprake zijn, omdat dit op een lange reeks artikelen zou uitlopen en dat zou weer tegen de bedoeling van deze rubriek strijden.

We beginnen dan met te herinneren aan wat wij in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 30, belijden: „Wij geloven, dat deze ware kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke bediening, welke ons onze Here geleerd heeft in Zijn Woord.”

Hier hebben wij een zeer belangrijk stuk van ons belijden, een stuk, waaraan onze vaderen, en dat zeer terecht, grote waarde hebben toegekend. Op het volgende mogen we wijzen.

Allereerst wordt hier gezegd, dat de kerk een regering van node heeft. Dat wil in dit verband niet zeggen, dat zij Jezus Christus als Koning, als Hoofd, nodig heeft. De Belijdenis heeft reeds over dit KoningSchap van Christus gesproken in artikel 27, waar gezegd wordt, dat Christus een eeuwig Koning is, die zonder onderdanen niet zijn kan, en in artikel 28, waar gesproken wordt over het juk van Christus, waaronder de gelovigen hun hais moeten buigen, en in artikel 29, waar Jezus Christus het enige Hoofd der kerk wordt genoemd. Maar hier in artikel 30 gaat het over een samenstel van regels voor de functionering van dit Koningschap van Christus, of anders gezegd, het gaat hier over de orde, die er in de kerk van Christus behoort te zijn, want wie regering zegt, zegt ook orde.

Dit is een volkomen Schriftuurlijke gedachte. God is een God van orde. Hij Zelf is de Volmaakte, volmaakt in wezen, volmaakt in werken. De dichter van Psalm 104 : 24 roept uit: Hoe groot zijn Uw werken, o HERE!, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt. Heel de schepping vertoont een wonderlijke regelmaat en een schone harmonie, niet alleen in haar samenstelling maar evenzeer in haar bestaan, haar leven, haar werking. God werkt immers alle dingen naar de raad van Zijn wil, Ef. 1 : 11, en bindt heel de schepping aan Zijn ordinantiën, Psalm 119 : 91. Daarom mag ook in geen enkele aardse, natuurlijke levenskring wanorde heersen. Ordeloosheid, willekeur enz. is altoos zonde. Geldt dit ten volle voor het natuurlijke scheppingsleven in zijn eindeloze variaties, dit klemt nog te meer op het terrein van het geestelijke en kerkelijke leven. Vele Schriftbewijzen zouden hiervoor kunnen worden aangevoerd, maar we volstaan met te wijzen op het klassieke woord in 1 Cor. 14 : 40, waar de apostel Paulus vermaant: Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden. Calvijn zegt daarom kort en krachtig: Want gelijk geen stad of dorp kan bestaan zonder magistraat of politie, alzo heeft ook de kerk Gods (hetwelk ik voorheen geleerd heb en nu wederom moet herhalen) zekere geestelijke politie en regering van node, Inst. IV, 11, 1. En onze Belijdenis zegt: Wij geloven. dat deze ware kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke bediening, welke ons onze Here heeft geleerd in Zijn Woord.

Hiermede keert de Belijdenis zich welbewust tegen allerlei richtingen, die van vaste kerkelijke ordeningen afkerig zijn. Reeds in de Oude Christelijke kerk moest men de strijd aanbinden tegen hen, die ordeloosheid en willekeur bevorderden. We moeten hier met name denken aan allerlei gnostische richtingen. Maar ook in de tijd van de Reformatie der 16e eeuw had men met hetzelfde kwaad te doen. Er waren toen vele doperse groepen, die zich afkerig betoonden van uitwendige kerkvormen en organisatie. Zij begeerden de opheffing van de kerk in haar georganiseerde vorm met ambten en bedieningen en ordeningen. De Reformatoren hebben dit doptrse streven met zijn dodelijke bedreiging van alles wat met kerk en verbond te maken heeft krachtig bestreden, en door Gods goedheid en trouw is deze strijd met zegen bekroond geworden. Ook in onze tijd moeten wij in dit opzicht waakzaam zijn tot het uiterste, want ook nu zijn er allerlei stromingen en bewegingen, meestal samengevat onder de naam van Pinksterbeweging, Stromen van kracht, etc., die in feite weer een opleving te zien geven van de doperse bewegingen der 16e eeuw. Wij kunnen hier geen overzicht van al deze en dergelijke bewegingen geven, maar vatten een en ander samen in deze zin: in alle kringen, waarin men nadruk legt op het „inwendige woord”, of waarin het beschreven Woord van God op de achtergrond geraakt, of waarin men dit op individualistisch-subjectivistische wijze of op allegorische wijze verklaart, worden vaste kerkelijke regelingen als onchristelijk en ongeestelijk gebrandmerkt. Maar het gevolg is dat men overgeleverd is aan menselijke willekeur, zij het dan onder een vrome schijn. In naam van een zogenaamde „vrijheid” heeft men in werkelijkheid de ware vrijheid, die immers bestaat in de gebondenheid aan Gods Woord, prijsgegeven, om zich nu te krommen onder het juk van eigen of andere meningen en opvattingen, van menselijke bepalingen en beslissingen, die met de grootste willekeur, al naar het bijv. de leiders in de zin komt, worden opgelegd. Daartegen hebben onze vaderen zich te weer gesteld en daartegen hebben ook wij te strijden. Geen willekeur heerse in de kerk van Christus, maar alles geschiede „naar de geestelijke bediening, welke ons onze Here heeft geleerd in Zijn Woord.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.