+ Meer informatie

De diaken en zijn taak in het plaatselijk vlak

8 minuten leestijd

Wanneer we eens nagaan welke plaats de diaken in de eigen gemeente inneemt, dan zullen we ons allereerst moeten realiseren dut iedere diaken lid is van de kerkeraad. Om het even of dut nu een wïjkkerkeraad is — in een gedecentraliseerde gemeente — of een plaatselijke kerkeraad. Diakenen werken in teamverband, zij werken samen (zie Ordinantie 15-3-1) „met de ambtsdragers der gemeente die belast zijn met de herderlijke zorg”, dus met de predikanten en de ouderlingen.

Samenwerking geboden.

Die samenwerking is belangrijk. Zij dient ook wederkerig te zijn. Ook dat wordt terecht in de Kerkorde vermeld (zie wederom Ordinantie 15-3-1); samen zoeken zij naar de beste wijze, waarop het geestelijk en stoffelijk welzijn van hen die hulp van node hebben, kan worden gediend”.

Wij menen dat dit een belangrijk facet is. waaraan niet steeds in genoegzame mate aandacht wordt besteed. Diakenen staan niet op een eenzame plaats. Het is ook niet goed zich te isoleren. Een goede samenwerking is vereist. Een predikant of ouderling die door de gemeente gaat. ziet óók de materiële nood. Zijn gesprek, zijn peilen van de situatie in het bezochte gezin kan óók de vraag doen rijzen of hier geen immateriële nood is. waarvan de aanpak op het terrein van het diaconaat ligt. Andersom: een diaken die bijv. een bejaarde of een zieke bezoekt, kan eveneens moeilijkheden tegenkomen die meer op het terrein van de predikant of de ouderling liggen. En daarom nogmaals: er dient op dit punt volledige samenwerking te zijn.

Uiteraard betekent samenwerking niet bevoogding. We horen nog wel eens de klacht dat in een kerkeraad de andere ambtsdragers — numeriek veelal overwicht hebbend — de neiging hebben om de diakenen de wet voor te schrijven. Dat een dergelijke situatie niet mag voorkomen, is zonder meer duidelijk. Trouwens, ook in de kerkeraad dient de broederlijke liefde voorop te staan!

Een diaconale of kerkvoogdelijke taak?

Dat brengt ons op een ander punt. Diaconie en kerkvoogdij bestrijken de deelgebieden van één gemeente. Als we dus stellen, dat diakenen zich dienen te realiseren dat zij lid van een kerkeraad zijn, dan betekent dat ook dat tussen de diakenen en de ouderlingen-kerkvoogd samenwerking en samenspreking nodig is. De een hebbe oog voor de arbeid van de ander. Men bespreke daarom tezamen het beroep dat men doet op de offervaardigheid van de gemeente. Dus: geen bijzondere diaconale collecte als juist de kerkvoogden een op een bepaald object gericht beroep op de gemeenteleden willen doen. En andersom!

Zonder die samenwerking, ook met de ouderlingen-kerkvoogd, kunnen de diakenen bovendien niet, omdat er binnen de gemeente taken aanwijsbaar zijn, waarbij de vraag rijst of er sprake is van een diaconale, dan wel van een kerkvoogdelijke. Stel: een predikant heeft met zijn ouderlingen de handen vol met de geestelijke verzorging van de wijk (of van de gemeente). In die wijk (of in die gemeente) bouwt de diaconie een tehuis voor bejaarden. Deze extra vermeerdering van het aantal gemeenteleden — met die bejaarden en het inwonend personeel — gaat nu juist de krachten van de (wijk)predikant en zijn ouderlingen te boven. Toch mag de geestelijke verzorging van de inwoners van het tehuis niet verwaarloosd worden. Voor wiens rekening komt de arbeid van een geestelijk verzorger van het tehuis? Diaconie of kerkvoogdij? Of beiden tezamen? Weer een raakvlak! Weer werken in teamverband.

Ook bestuurslid.

Iedere diaken is ook bestuurslid. Hij moet immers mede de diaconie besturen. Of hij doet dat in het college van diakenen, of hij doet het — in een gedecentraliseerde gemeente — in de wijkraad van diakenen. (In laatstbedoeld geval kan hij bovendien nog afgevaardigde zijn naar het college van diakenen, waardoor hij dus niet slechts de wijkdiaconie, maar ook de centrale diaconie mede-bestuurt.)

Dat mede-besturen legt een verantwoordelijkheid op zijn schouders. Het gaat niet slechts om de belangen van de hem in zijn eigen blok of wijk (of stift, zeggen onze Groningse broeders en zusters) toevertrouwden, maar ook om het samenspel, om de afweging van belangen. Hij heeft daar terstond na zijn ambtsaanvaarding mee te maken. De tijd dat de nieuwbenoemde diaken het eerste jaar in de diaconievergaderingen niets mocht zeggen en alleen maar thee mocht schenken — historisch — is voorbij. Ook dat „mede”-besturen wijst in de richting van een teamverband.

Diverse raakvlakken.

U ziet het: een diaken is naar onze mening bepaald geen solitair. Oók niet als hij in het hem toegewezen blok, in de hem toegewezen wijk arbeidt. Hij komt daar nog anderen — ook gemeenteleden, ook op hetzelfde vlak werkende — tegen. Laten we die mogelijkheden eens bezien.

Daar is de maatschappelijk werker of werkster, in dienst van de diaconie of van een afzonderlijke diaconale stichting. Over de raakvlakken tussen het diaconaat en het maatschappelijk werk is al veel te doen geweest en nog te doen. evenals omtrent de samenwerking tussen die twee componenten. We behoeven er hier nu niet op in te gaan; in de vakliteratuur — en dus in „Diakonia” — is en wordt dit vraagstuk van alle kanten belicht.

Maar goed, zij tweeën, diaken en maatschappelijk werker, arbeiden samen op één territoir. De hulpverlening van laatstgenoemde kan bemiddelend zijn — bij gewenste plaatsing in een rust- of verpleeghuis, als het gaat om gezinsverzorging, als het gaat om een financiële tegemoetkoming. Dan zal de maatschappelijk werker de diaken benaderen. De hulpverlening van het maatschappelijk werk uit kan begeleidend zijn — bij huwclijks- of opvoedingsmoeilijkheden, indien budgetering noodzakelijk is. Misschien is die begeleidende taak wel het gevolg van de ervaringen van de diaken bij zijn bezoek aan dat gezin opgedaan. Ook hier dus een wisselwerking.

Daar zijn ook de leden van de Hervormde Vrouwen Dienst die, onder meer, op diaconaal vlak werken: het bezoeken van bejaarden, van zieken, enz.

Daar zijn nog de wijkverpleegsters die bij de uitvoering van hun taak in de gezinnen omstandigheden tegenkomen die de aandacht van de diaken vragen.

U ziet het: raakvlakken genoeg. Het is hier zeker niet uitputtend aangegeven. Denkt u maar eens aan de reelasseringsambtenaren. aan kinderbeschermingswerk, aan gezinsvoogden, enz.

Veelsoortige nood.

We zijn zo langzamerhand terecht gekomen bij de diaken in zijn wijk of blok. Aan het front. Een diaken in zijn wijk of blok is een frontsoldaat. Hij staat in de eerste linie. Hij wordt daar geconfronteerd met noden op allerlei gebied. En dan rijzen al direct de vragen.

1. Financiële nood. Kent de diaken de gang van zaken bij de gemeentelijke dienst voor sociale belangen of hoe die heten mag? Bij de toepassing van de A.O.W. en A.W.W.? Bij de verschillende groepsregelingen, zoals bijv. voor gehandicapten? Kent hij het standpunt dat zijn diaconie inneemt als het gaat om de vraag: overheids- of diaconale steun? In geld of in natura?

2. Zorg voor zieken, chronische patiënten en invaliden. Hoe staat het met de gezinsverzorging? Kent de diaken de instellingen waarop hij een beroep zou kunnen doen?

3. Zorg voor rustbehoevenden. Kent de diaken gelegenheden waar rust en herstel kunnen worden opgedaan?

4. Zorg voor verwaarloosde kinderen. Kent de diaken de vereniging Kinderzorg”. het instituut der gezinsvoogden, kindertehuizen in zijn omgeving enz.?

5. Zorg voor bejaarden. Kent de diaken de mogelijkheden tot verlening van huishoudelijke hulp, tot het verstrekken van maaltijden? Weet hij waar de dichtstbijzijnde bejaardensociëteit is gelegen? Hoe het staat met rust- en verzorgingshuizen in de naaste omgeving?

6. Gezins- en huwelijksmoeilijkheden. Kent de diaken de Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid, de Prot. Stichting voor Verantwoorde Gezinsvorming, de verschillende consultatiebureaux daarvan?

7. Moeilijkheden op maatschappelijk-werk-terrein. Kent de diaken de betrokken maatschappelijk werker of werkster, heeft hij er nauw en regelmatig contact mee?

Voorlichting … ook dóór de diaken!

Het vorenstaande is ook niet uitputtend, het zijn maar enkele voorbeelden. Zij zijn slechts aangegeven om aan te tonen hoe belangrijk het is dat een diaken niet alleen goed voorgelicht dient te zijn als hij zijn ambt aanvaardt, maar ook steeds bij” dient te blijven. Wij kennen een diaconie die al haar diakenen een gestencild boekje geeft waarin alle facetten waarmede hij in aanraking kan komen zijn vermeld, met een korte inhoud van de desbetreffende regelingen en met alle terzake dienende adressen. Dat boekje wordt jaarlijks bijgewerkt. Zou dat misschien de voorlichting ten gunste kunnen komen? En dan: op vergaderingen van diakenen moeten natuurlijk vele zakelijke problemen de revue passeren. Waarom zou op elke diaconievergadering ook niet een gedeelte kunnen worden gewijd aan de voorlichting: een inleider vragen die als deskundige een bepaald onderwerp eens van alle kanten belicht. Het kan die vergaderingen alleen maar aantrekkelijker maken.

Voorlichting. Van de diakenen. Maar er is meer. Kr is ook de voorlichting door de diakenen. Het is al eerder in dit blad gezegd: een diaken kan het niet presteren dag in. dag uit door zijn gemeente, wijk of blok te hollen, overal aanbellend „of er soms werk voor hem is”. Hij heeft medewerking nodig, aanbrengers om het zo eens te zeggen. H.V.D.-leden, „oog en oor”-dames, mensen die in een blok of in een straat een oogje in het zeil houden. „Gewone” gemeenteleden dus. Maar die gemeenteleden kan de diaken alleen maar aan het werk krijgen als hij ze duidelijk kan maken wat er gebeuren moet en op welke manier. Voorlichting van de gemeente door de diaken is dus ook een belangrijke taak. We zouden zelfs willen zeggen — maar misschien gaat dat menige diaken te ver — laat de diaken het oriënterende huisbezoek beperken tot dat. wat gericht is op het verkrijgen van medewerkers. En bij dát bezoek kan ook wel eens blijken dat er veel gebeurt waar diakenen nooit van horen. Er geschiedt heus ook veel waar ze niet aan te pas komen. Omdat er in elke gemeente, Gode zij dank, „levende” leden zijn die, al is het maar met een kleine handreiking, verslaan dat de gemeente in ál haar leden tot de dienst der barmhartigheid is geroepen.

Laat dit de diakenen, die zich onder hun omvangrijke en velerlei arbeid soms benauwd voelen, tot vertroosting strekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.