+ Meer informatie

Meten is geen oordeel geven

3 minuten leestijd

Als we ergens over spreken, hebben we getallen nodig. Als we praten over ongelijkheid van inkomens, is de eerste vraag: en hoe ongelijk zijn die inkomens dan wel? Om de inkomensverdehng te meten, is de Nederlandse bevolking ingedeeld in tien groepen met ieder 10 procent van de Nederlandse huishoudens (decielen). Het eerste deciel bevat de 10 procent huishoudens met de laagste inkomens, enzovoorts. Het tiende deciel bevat dus de 10 procent huishoudens met de hoogste besteedbare inkomens.

Per deciel wordt nu het gemiddelde inkomen gemeten. Dit gebeurt met enquêtes, onderzoek bij belastingen, en nog zo wat methoden. De uitkomst van deze berekeningen staat in de tabel. Deze pagina is de laatste bijdrage in een serie van 3 voor het vak economie over liet thema "inkomen"; na "inkomensvorming" (8 november) en "inkomensbesteding" (29 november), vandaag "inkomensverdeling".

Moeilijke en toch nuttige vragen:
1. a. Wat zijn volgens jou geldige redenen om iemand meer te betalen dan een ander? b. Wat zijn volgens jou geldige redenen om de ww- of v/ao-uitkering lager te laten

zijn dan het loon? c. Als je de tv/ee lijstjes hebt gemaakt, zet dan eens achter ieder argument of het een bijbels argument is, een argument van economische efficiency of een zelfzuchtig argument. Wat geeft voor jou blijkbaar de doorslag? 2. Hoe scheef mag volgens jou een secundaire inkomensverdeling zijn? Neem als illustratie eens een inkomen van 100 miljard en verdeel het over IO decielen, zoals in de tabel. Is jouv/ verdeling schever dan die in Nederland of minder scheef? Wat zegt dat over Nederland? Inkomensherverdeling door de collectieve sector, 1987 10%-groepen secundair inkomen J totaal in miljarden guldens Primair inkomen 29! 4 14 21 28 34 39 52 86 -premies en belastingen-143 -2 -2 -4 -7 -10 -13 -!6 -19-26 -44 + sociale uitkeringen 94 5 10 12 11 9 8 8 10 10 11 Secundair inkomen 242 8 II 15 18 20 23 27 31 36 54 (afgerond)

Van de 291 miljard gulden primair inkomen die te verdelen was, is er vier miljard naar de laagst verdienende 10 procent van de huishoudens gegaan. De hoogste 10 procent daarentegen verdienden samen 86 miljard. Het gemiddelde primair inkomen in het hoogste deciel was dus ruim 10 maal zo hoog als in het laagste. Bovendien wisten die huishoudens uit het hoogste deciel met 10 procent van de huishoudens bijna 30 procent van het inkomen te verwerven. Ze verdienden dus bijna driemaal het gemiddelde inkomen.

Zoals we zien, is het primair inkomen inderdaad behoorlijk scheef verdeeld. In de tabel is te zien hoe belastingen en uitkeringen deze scheefheid corrigeren.

De verdeling van het secundair inkomen is aanzienlijk minder scheef. Het hoogste decibel heeft nu 'maar' bijna zeven keer zoveel als het laagste. Het hoogste decibel zit nu 'maar' op ruim het dubbele van het gemiddeld inko men. Bron: Sociaal en Cultureel Planbureau

Bovendien is heel opvallend dat het hoogste deciel weliswaar veel meer belasting betaalt dan de rest, maar niet veel minder uitkering ontvangt. De algemene aanname dat uitkeringen vooral naar lage inkomens gaan, is dus aanwijsbaar fout. Een vreemde zaak! We kunnen de scheefheid van de inkomensverdeling op deze wijze meten. Maar meten is geen oordeel geven. Het blijft de vraag: wanneer wordt een scheve verdeling tè scheef?

De artikelen op deze pagina sluiten aan bij de onderwerpen voor de eindexamens geschiedenis aardrijkskunde, maatschappijleer, economie en biologie voor het voortgezet ondervsfijs. Ze voorden enerzijds geschreven op het niveau van de leerlingen, tervï'ijl de auteur anderzijds het gehele

lezersplubliek als doelgroep voor ogen heeft gehad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.