+ Meer informatie

Samen op Weg: een oefening in vroomheid ?

Hervormde, lutherse, gereformeerde en remonstrantse scribenten in gesprek over de kerk van de toekomst

11 minuten leestijd

Voor mij ligt een boekje dat als titel kreeg "Samen op Weg: een oefening in vroomheid". Het door Kok Kampen uitgegeven, 148 pagina's tellende werkje bevat de pennevruchten van een keur van scribenten. Ds. B. J. Aalbers, een deskundige op het Samen-op-Wegterrein, voerde de redactie. Wat willen hij en de overige schrijvers met dit boek?

Wel, in de inleiding zegt ds. Aalbers dat het gevaar duidelijk aanwezig is, dat het SoW-proces op zou gaan in een stelletje organisatorische maatregelen. Om daaraan tegenweer te bieden komen in dit boekwerk diverse schrijvers uit diverse kerken met diverse achtergronden aan het woord. Om wat te doen? Om het „eigenlijke" van hun kerk-zijn en christen-zijn voor het voetlicht te brengen. Immers, het gaat er bij SoW bepaald niet om in het organisatorische te blijven steken, iedere schrijver ziet voor zich een SoW-kerk waarin — naar hij of zij hoopt— iets bewaard is gebleven van wat hem of haar dierbaar was aan spiritualiteit. Zo tracht de redacteur dit boek dienstbaar te maken aan de opbouw van de (SoW)gemeente.

„Kerkelijk gesprek "

Tegelijk bevat dit boek ook een handvat om hernieuwd tot een „kerkelijk gesprek" te komen. De Gereformeerde Kerken bevatten pluraliteit, de Nederlandse Hervormcle Kerk bevat pluraliteit. Welnu — zo is de redenering— laat dat totale plurale gebeuren eens met elkaar aan de praat raken. Daar móet wat uitkomen. Dat is dus de redenering voor de bereiding van de pan erwtensoep! Hoe meer diversiteit er in de pan gaat, hoe lekkerder soep eruit komt.

Laten we eens gaan zien wat ds. Aalbers voor ons op het vuur heeft gezet. Hervormde, lutherse, gereformeerde en remonstrantse ingrediënten, onderling sterk genuanceerd, beloven iets smakelijks op te leveren.

De eerste schrijver is de ons welbekende dr. H. Vreekamp. Zijn bijdrage draagt als opschrift: "Bevindelijk samen op weg". Hem gaat vooral ter harte de vreze des Heeren. Enerzijds geeft dr. Vreekamp een uiteenzetting van wat bevinding is, aan de hand van de visie die Woelderink daarop had; anderzijds poogt hij de noodzaak van de bevinding (het proefondervindelijk ervaren dat Gods belofte waar is) allen bij te brengen die daar vanuit hun kerkelijke achtergrond weinig van weten. Op lyrische wijze worden we meegenomen naar het schoongeharkte erf op zaterdagavond terwijl de stilte door de vensters valt. In die sfeer wordt er gezelschap gehouden. Welnu, wat er op die gezelschappen te proeven was, dat zou de schrijver gaarne meegenomen zien in de toekomstige SoW-kerk. Immers, „wanneer gereformeerden en hervormden vandaag bezig zijn hun huishoudelijke twist voorgoed bij te leggen, dan is de kans groot dat het bevindelijk leven op nieuwe adem komt" (21). Eenvoudiger gezegd: Laat in de SoW-kerk de bevinding haar plaats krijgen.

Confessionelen

De tweede scribent is de hervormde ds. S. Kooistra. Onder de titel "Confessionele vroomheid" levert hij een bijdrage waarin het de oningewijde duidelijk wordt gemaakt dat de schrijver zéér verwant is met de Confessionele Vereniging. Opmerkelijk in dit hoofdstuk is, dat ds. Kooistra er wat moeite mee heeft om het eigene van zijn kring te typeren. Confessionelen zijn niet in het kerkelijke wereldje duidelijk af te bakenen. Toch vindt hij het bijzondere van de confessioneel ten slotte hierin: geloofsvertrouwen op de beloften Gods, dat is typisch voor zijn kring. De bonders —zo stelt hij — houden het meer bij de subjectieve bevinding, maar de confessionelen zijn in vroomheid meer objectief. Zij beroepen zich liever op de zekerheid van het Woord. Men zegt: De Heere heeft het beloofd!

Opmerkelijke uitspraken tegen de achtergrond van wat er te lezen stond in de bijdrage van dr. Vreekamp! Maar dat moeten beide predikanten onderling maar eens uitvechten. Duidelijk is ds. Kooistra in ieder geval wel: hij houdt niet

Prof. dr. J. Veenhof is van mening dat de prediking moet aansluiten bij de ervaring. Basisgemeenschappen en charismatische werkgemeenschappen kunnen daarbij van „ervarings-theologie", maar van „openbarings-theologie". Zeer verwant voelt hij zich nog steeds met de vroegere gereformeerden. Die dachten er net zo over. Althans, vroeger. In Friesland vooral. Welnu, daar zou SoW vele families gelukkiglijk herenigen.

Vrijzinnigen

Waar de derde schrijver in dit boek ergens in de kerken verblijf houdt, wordt duidelijk gemaakt in de titel: "Vrijzinnige geloofsbeleving". Drs. T. R. Noorman, predikant voor studenten en vrijzinnigen in de Hervormde Kerk, vertelt ons dat vrijzinnigen sterk gehecht zijn aan „individuele" geloofsgehoorzaamheid. De brief van de apostel Jakobus staat onder hen hoog genoteerd, omdat Jakobus zou zeggen dat de mens gerechtvaardigd wordt uit de werken (30).

Nu moeten we echter niet denken, dat vrijzinnigen alleen maar „doe-mensen" zouden zijn. Nee, vrijzinnigen bezitten een combinatie van mystieke inkeer en ethische inzet (32). Dat de mens van nature geneigd zou zijn God en ' de naaste te haten, is voor hen een gruwelijke ketterij, waartegen generaties van vrijzinnigen te hoop zijn gelopen (34). De mens is goed en vrij in zijn keuze, ook al heeft de vrijzinnige schroom om over het geloof te spreken. Dat geloof moet overigens wel kloppen met de werkelijkheid. Mirakelen komen er in de beleving van de vrijzinnige niet aan te pas. De anselmiaanse verzoeningsleer wijst hij af, ook al is hij niet fanatiek. Optimistisch blijft hij: Kind'ren van één Vader zijn wij allemaal. Dat ziet Noorman als typisch vrijzinnig.

En SoW? Hoe kijkt Noorman daar tegenaan? Dat is hij vergeten. Hoewel... als hij maar de ruimte krijgt in zo'n nieuwe kerk, vindt hij het verder allemaal goed.

Gereformeerde erfenis

De vierde schrijver keurt niet alles goed. Onder de titel "Mijn gereformeerde erfenis aan praktische geloofsbeleving" beschrijft dr. B. Rietveld, emeritus predikant in de Gereformeerde Kerken, zijn zeer persoonlijke geloofsbelevenissen. Zo vangt hij aan met de eerste indrukken over het eeuwige en oneindige. De ontmoeting met God werd door hem beleefd. Zoals de Psalmen daarover spreken. Zo werd dat in de Gereformeerde Kerken vroeger beleefd.

Opmerkelijk, dat de schrijver hier in de verleden tijd schrijft! De Bijbel was Gods Woord. Dat gaf vertrouwen en duidelijkheid. Men wist waar men aan toe was. Het „krijgen van teksten" wees men als gevaarlijk af, maar er moest wel een vonk overspringen tijdens de kerkdienst. Naast de kerk waren er de „eigen" organisaties. Ze worden met veel heimwee genoemd. Overigens, dat is het juiste woord: heimwee. Het hele hoofdstuk ademt niet anders dan een sterk verlangen naar die goeie, ouwe, gereformeerde tijd. Dat was het! Ook al worden de huidige ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken met (mij wat àl te) veel begrip benaderd, het hart van Rietveld ligt in een voorbij verleden. Tja... als dat nu eens nieuw leven kon worden ingeblazen in een SoW-kerk!

Bijna vergeten

Prof. dr. G. Heitink is de vijfde schrijver. Zijn bijdrage luidt: "Gereformeerde spiritualiteit, vroeger en nu". Allereerst gaat hij na of de veranderingen in de Gereformeerde Kerken nu verlies of winst zijn. Wat is zijn conclusie? Naast veel goede dingen van vroeger is hij toch ook wel de schaduwkanten van die belevingswereld gaan zien (59). Op de volgende bladzijde trof ik overigens de opmerkelijke uitspraak aan: „Wat bij de eerste generaties gereformeerden voorondersteld mocht worden, maar bij de latere meer en meer ging ontbreken, was een gevoelsmatige beleving van het geloof, verwant aan mystiek en innerlijk leven". Heel voorzichtig (daar ben je tenslotte professor voor) stelt hij dan de vraag: „Het zou wel eens kunnen zijn dat met name een toenemend tekort aan geloofsverdieping ons uiteindelijk is opgebroken, door een gebrek aan aandacht voor persoonlijke toeëigening van het geloof in de gevoels- en ervaringswereld van mensen".

Wie het leest, die merke erop! Toch staart prof. Heitink niet slechts klagend achterom. Integendeel, met enorm elan wordt een pleidooi gevoerd om allerlei hedendaagse veranderingen als positief te zien. We komen dan woorden tegen als „ontdekken", „vernieuwing van spiritualiteit", „doorbreken", „ruimte", „bevrijdend". Via die veelheid van woorden, zoals „verdieping", „bemoedigend", „enthousiast", „toenemende belangstelling", „betrokkenheid", „oecumenische openheid", komt hij ten slotte terecht bij de stelling dat er tekenen zijn van hoop en geloofsvernieuwing. En daar mag dankbaar op ingespeeld worden. En SoW? O ja, dat is waar ook! Heitink was zó in beslag genomen door de problemen van de eigen kerk, dat SoW bijna vergeten is.

Nieuwsgierig

Mevr. drs. A. J. C. C. v. d. Pers was eerst werkzaam in de onderwijswereld, werkte vervolgens als pastor in de Rooms-Katholieke Kerk, maar is nu al weer enige jaren gereformeerd predikante en hoopt eerlang SoW-predikante te worden. Zij schreef het zesde hoofdstuk onder de titel "Omgaan met God". Zowel de titel als de scribente maakt nieuwsgierig: Wat zal deze? Wel, we komen in aanraking met een gedreven type, een scribente die geheel op de ervaringstoer gaat. Het verschil tussen Rome en Reformatie is voor haar nauwelijks relevant. Ze pleit voor bidden, vooral in de kerkeraad. Dat dient een „broedplaats van geloof" te zijn (72). Het geloof moet gedeeld worden.

Wat moeten we ervan zeggen? Ervaringswoorden hebben altijd de eigenaardigheid om vaag te blijven in gedachten. Ds. J. A. Compagner, eerlang christelijk gereformeerd predikant, maar via de hervormde kansel nu SoW-dominee, is de zevende in de rij. Onder de titel "Een open kerk onder de hemel" wordt ons eerst verteld dat hijzelf ten diepste echtchristelijk gereformeerd is gebleven, terwijl de anderen het christelijke gereformeerde erfgoed verloochend hebben. Sterker nog, het hele SoW-proces is vervulling van het ideaal dat de mannen van de Afscheiding heeft gedreven.

Het moet gezegd: Dat is weer eens iets anders! Al heb ik een andere mening dan de schrijver, de worsteling van ds. Compagner is boeiend om te volgen.

De achtste schrijver is ds. A. Jense, emeritus evangelisch-luthers predikant. Tja, wat moeten we met zijn bijdrage aanvangen? Vanuit zijn traditie haalt hij sterk naar voren het mediteren en het bidden, hoewel dat vroeger in de evangelisch-lutherse gemeenten centraler stond dan tegenwoordig. Waarvan akte!

Remonstranten

De negende scribent, mevr. ds. G. S. Westerouen van Meeteren. Zij schrijft iets over de remonstrantse spiritualiteit, nadat haar positie tegenover de contra-remonstranten uitvoerig aan de orde is geweest. Wat is die spiritualiteit? Die wordt vooral zichtbaar in de spirituele oefendagen in conferentie-oord "de Hoorneberg".

Wat daar verder over gezegd wordt, lijkt me zó uit een reclamefolder weggelopen te zijn. Zijn de oefendagen nog niet helemaal het papieren stadium te boven? Ik kan me althans niet al te veel voorstellen bij de poging om „geloofs- en levensmomenten theologisch te benoemen in een communicatief proces met onszelf en met elkaar" (95). Me dunkt dat men daar het „eigene" nog niet helemaal zelf achterhaald heeft. Tot zolang wachten we geduldig af wat de inbreng van de remonstranten in SoW kan worden.

Tiende schrijver is prof. dr. J. Verkuyl "Vroomheid en deelname aan de strijd gerechtigheid", heet zijn bijdrage. Volgens de emeritus hoogleraar van de VU zijn opvattingen over de relatie tussen vroomheid en de strijd om gerechtigheid wellicht de grootste remmingen geweest in het SoW-proces (97). Laat ik dat nu nog nooit geweten hebben!

Welnu, na een uiteenzetting via de vreze des Heeren (Vreekamp), Christoph Barth en een boek van Orlando Costas komt de schrijver terecht bij zijn pleidooi om innerlijke vroomheid niet los te maken van uiterlijke betrokkenheid op sociale vraagstukken. Dat is zijn ideaal in het SoW-proces.

Vernieuwing?

"Nieuwe vormen van spiritualiteit", heet hoofdstuk elf. Prof. dr. J. Veenhof (oud-hoogleraar VU) schreef het. Al te lang heeft men —volgens schrijver— gedacht dat de Heilige Geest gevoelens en emoties negeerde (118,119). Nu moeten we die emoties meer hun gang laten gaan. De prediking moet aansluiten op de ervaring (120). Basisgemeenschappen en charismatische werkgemeenschappen kunnen daarbij helpen. Kerkdiensten moeten zó worden, dat „het grote thema van Gods liefde door symboliek, stilte en meditatie, tot diepere lagen van mijn wezen kan doordringen" (122).

Toen ik dit gelezen had vroeg ik me af: Hoe moet vernieuwing zonder vernieuwd zijn?

Maar goed, kijken we ten slotte naar de redacteur, die voor het twaalfde (symboliek?) hoofdstuk tekent. Ds. B. J. Aalbers schrijft onder de titel "En zij zeiden tot elkander". Hierin vat hij de voorgaande elf bijdragen samen. Wat ziet ds. Aalbers als positieve mogelijkheid ten aanzien van SoW? Alle elementen uit de diverse kerken mengen? Nee! Het goede uit alle betrokken kerken kan men meenemen naar de toekomstige SoW-kerk. Of, om het in mijn eigen woorden te zeggen: Het moet geen gewone soep worden, maar verfijnde erwtensoep.

Gebrek

En dat gelezen hebbende, sluit een mens het boekwerk, en ik zou haast schrijven: en gaat over tot de orde van de dag! Want wat moet je hier nu mee aan ? Het is allemaal aardig. Maar iets helders, iets duidelijks, iets met visie en vaart, het ontbreekt. Dit boek bevestigt me wederom in de mening dat bij SoW de fut eruit is. Omdat het geld er in veel gemeenten ook uit is, zal het proces noodgedwongen wel blijven voorthobbelen. Maar elan, nee. Ik zou haast voorstellen om de titel van het boek te wijzigen. Hoe het dan zou worden?

"Samen op Weg: een gebrek aan vroomheid". Wie geen gebrek aan tijd heeft en ook geen gebrek aan belangstelling, die leze het boek. In elk geval: De soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.

N.a.v. "Samen op Weg: een oefening in vroomheid", door B. J. Aalders (red.), met medewerking van J. A. Compagner e.a.; uitg. Kok-Kampen, 1990; 148 blz.; prijs 23,90 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.