+ Meer informatie

Abortuswetgeving geen eindpunt, maar toch wel een keerpunt

Christelijke beschaving verdwijnt stelselmatig

6 minuten leestijd

HOUTEN — Enkele dagen geleden is in de Eerste Kamer een beslissing gevallen rond de abortus provocatus. Nu is de zojuist aanvaarde wet zeer waarschijnlijk geen eindpunt, maar wel een keerpunt. Stond tot voor kort de bescherming van het ongeboren leven buiten elke discussie, vanaf heden is er de richtlijn van de „noodsituatie". Door meerderen is al naar voren gebracht, dat dit een uiterst vage norm is. In de praktijk zal ze ruim tot zeer ruim geïnterpreteerd kunnen worden.

Nadenkend over het genomen besluit en gevraagd hierover vanuit het verleden enkele opmerkingen te maken, kwam bij ons allereerst het beeld op van de weg. In onze Westerse, sterk door het Christendom gestempelde cultuur gold eeuwenlang en algemeen het wegnemen van een onvolgroeide menselijke vrucht als ongeoorloofd. Heden achten velen dit blijkbaar niet meer het geval. Duidelijk is, dat in deze zaak van leven en dood nu beslissende grenzen zijn overschreden en dat men een andere weg is ingeslagen. We mogen vragen: welke?

Twee wegen
In een van de oudste geschriften uit de christelijke kerk wordt uitgebreid gesproken over de twee wegen die iemand kan gaan, de weg van het leven of die van de dood. Het is in de zgn. Didache of Leer van de twaalf apostelen, de oudste ons bekende samenvatting van de apostolische leer. Dit uit ongeveer 100 A.D. daterende document zwijgt ook niet over de abortus. Wanneer het de geboden van de levensweg vermeldt, zegt het dat christenen geen abortus plegen noch een pasgeborene doden. En wanneer het de weg des doods beschrijft, noemt het onder degenen die zich daarop bevinden uitdrukkelijk de "kindermoordenaars en vernielers van wat God maakte".

Het zal bij sommige lezers wellicht verwondering wekken, dat men eeuwen geleden al bekend was met abortus provocatus. Inderdaad is dit het geval en ook de oudste christenen Zijn er voortdurend mee geconfronteerd. Maar hun keuze in deze zaak stond vanaf het begin vast. Ze sloten zich hierin aan bij de al bestaande joodse visie en werkten deze nader uit. Ook naar hun mening was het Oudtestamentische gebod: "Gij zult niet doodslaan" en een passage als bijv. Exodus 21: 22-23 van toepassing op gewelddadige vruchtafdrijving.

Haaks
Het is deze mening die haaks gestaan heeft op de in hun tijd vrijwel algemeen aanvaarde opinie over vruchtafdrijving. In de antieke rechtsleer werd aan het nog niet geboren kind geen eigen menselijk leven toegekend; het werd meestal beschouwd als deel van het lichaam van de moeder, zonder zelfstandige menselijke eigenschappen. Eerst de beroemde christelijke apologeet Tertullianus — hij leefde rond 200 in Carthago — is met juridische argumenten opgekomen voor het levensrecht van de ongeborenen. Hij heeft hiermee de basis gelegd voor een christelijke rechtsleer. Abortus is voor hem mensenmoord, omdat wat een mens gaat worden, reeds een mens is. Het embryo is een bezield wezen, zelfstandig en met een eigen waarde. De vrucht in de moederschoot is niet waardevrij, maar wordt — aldus Tertullianus — beademd door Gods Geest, als bij de eerste schepping.

Voortdurend heeft de kerk deze visie vastgehouden, als een ware moeder zorgend voor het leven van de haar toevertrouwden, ook dat van de ongeborenen. Telkens weer hebben kerkelijke schrijvers en synoden stelling genomen tegen de in hun omgeving heersende abortuspraktijk. Na de overwinning van Constantijn wordt in de staatswetten abortus provocatus verboden.

Belangrijk is het bij dit alles te bedenken, dat het stadium van de vruchtontwikkeling nauwelijks een rol gespeeld heeft bij de beoordeling van vruchtafdrijving. Er is in — en buiten — de kerk wel voortdurend over gediscussieerd, maar de uiteindelijke beoordeling bleef dezelfde: abortus is het ongeoorloofd vernietigen van menselijk leven. Zoals Tertullianus het reeds zei in zijn Apologeticum wanneer hij de christenen verdedigt tegen allerlei beschuldigingen van buitenaf: „Daar ons echter moord in elke vorm verboden is, mogen wij ook niet de vrucht in de moederschoot vernietigen.

Verhaasten
Een geboorte verhinderen is het verhaasten van een moord en het maakt geen verschil, of iemand het leven na de geboorte rooft, of het leven dat bezig is zich te ontwikkelen. Wat een mens gaat worden, is reeds een mens. Immers iedere vrucht ligt reeds in het zaad besloten."

Het van oorsprong Latijnse woord abortus betekent ondergang. In de stervende cultuur van het Romeinse Rijk was het aantal vruchtafdrijvingen enorm. In de grote landhuizen van de rijken klonk nauwelijks een kinderstem meer. Voor een deel werd dit veroorzaakt door gemakzucht, een of twee kinderen was een ideaal met het oog op het te verdelen bezit. Maar ook door de neergang van de economie kozen velen van de minderbedeelden voor de orbitas, de kinderloosheid. Augustinus noemt ergens de mensen zó gierig, dat ze zelfs vruchtbaarheid als een last beschouwen.

We herkennen in veel de situatie. De vraag mag gesteld worden, of we heden in eenzelfde cultuurcrisis zijn terecht gekomen als bij het begin van onze jaartelling. De overeenkomsten zijn in veel opzichten frappant. Ook in onze tijd heerst een ondergangsstemming, een doemdenken waarin voor het kind nauwelijks of geen plaats meer is.

Maar we dienen ons ook te herinneren, dat in het cultuurverval tijdens het begin van onze jaartelling het jorige christendom opkwam. De christelijke gemeente heeft vanaf het allereerste begin stelling genomen tegen geprovoceerde abortus. En ze deed dit zeer zeker niet onbarmhartig! In de dikwijls grote noodsituatie was er juist onder de christenen de onderlinge hulp en bijstand, de zorg voor de moeder en vooral de pastorale bewogenheid om het levensrecht van het nog niet geboren kind.

Heilloos
Er is dezer dagen opgemerkt dat door de nieuwe wet steeds meer mensen het ongeboren leven minder beschermwaardig zullen achten. Het komt ons voor, dat dit inderdaad een van de heilloze aspecten is van het nu genomen besluit. Hoevelen zullen nu niet zeggen: Maar de wet laat het toch toe? Voor de kerk ligt hier opnieuw de taak duidelijk te spreken en daadwerkelijk te handelen.

Er is ook opgemerkt dat de nieuwe wet een terugval in de barbarij betekent. Dat lijkt ons slechts zeer ten dele terecht. De huidige praktijk is eerder een uiting van een overgeciviliseerde cultuur die de elementen van ontbinding in zich draagt. Juist onder „barbaren" was — en is — het dikwijls anders. Het bewijs hiervoor is bijvoorbeeld te vinden bij de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Wanneer hij in zijn Germania de ontaarde Romeinen een zedenspiegel voorhoudt, roemt hij de reinheid van het huwelijk onder de barbaarse Germanen en meldt hij dat het doden van kinderen bij hen als een schanddaad geldt.

Nu ging het eertijds om een stervend heidendom. Heden om een stervend Christendom? In ieder geval zien wij wel, hoe de laatste resten van een christelijke beschaving stelselmatig verdwijnen. Ook onze samenleving blijkt een andere weg in te slaan. Zal de kerk er gelouterd uit te voorschijn komen? Het is niemand van ons bekend. Maar wel weten we, dat de situatie waarin de eerste evangelieverkondiging plaats vond steeds meer overeenkomst vertoont met de onze. Toen een omringende heidense cultuur die in haar uitingen de jonge kerk telkens dwong tot distantie. Vandaag een in toenemende mate post-christelijke samenleving, waarin steeds weer en steeds meer het apostolisch vermaan oproept: "Maar gij geheel anders, want gij hebt Christus leren kennen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.