+ Meer informatie

„Brein en schutter in zaak-Fagel moeten vrij"

1 minuut leestijd

UTRECHT - Het brein in de zaak-Fagel, M. Ö.. en de schutter, S. Z., moeten door de Utrechtse rechtbank worden vrijgesproken. Dat bepleitten tenminste hun raadslieden mr. A. Moszkowicz en mr. H. van der Linden.

Tegen Ö. en Z. is gisteren twaalf en acht jaar gevangenisstraf geëist. Officier van Justitie mr. J. H. van Hout wil dat Z. ook nog tbs en dwangverpleging krijgt opgelegd.

Ö. heeft steeds ontkend bij de zaak-Fagel betrokken te zijn. Het enige bewijs dat de officier heeft, is volgens mr. Moszkowicz de verklaring van Z. Nu heeft Z. in het begin tegenover de politie over zijn eigen rol gelogen en is daar later op terugkomen. Z. is dus iemand die je niet kunt geloven, aldus de raadsman. Zijn verklaring kan dus geen bewijs vormen.

De raadsman van Z., mr. Van der Linden, concludeerde dat Z. niet veroordeeld kon worden voor het doden van Fagel. De vriendin had geen schot gehoord. Bovendien zaten er in de verklaring van Z. te veel hiaten. Z. zou maar wat verteld hebben, volgens Van der Linden.

De medeverdachte L. is de enige die inziet dat hij veroordeeld zal worden. Alleen betoogde zijn raadsman mr. R. van den Velden dat L. nooit in de slaapkamer is geweest. Hem zou geen doodslag kunnen worden verweten. Daarom zou een lagere straf dan geëist (tien jaar) aan L. opgelegd moeten worden. Uitspraak 3 januari.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.