+ Meer informatie

Voor de politie is nu de maat vol

Politiechefs district Dordrecht eensgezind over bezuinigingsmaatregelen:

6 minuten leestijd

DORDRECHT — „De maat is vol". Zo reageren overste P. Vellinga en kapitein J. P. van Eerde van het korps rijkspolitie van het district Dordrecht op de bezuinigingen door de overheid op de politie. "We moeten bijzonder op onze hoede zijn, want als er nog meer wordt gesnoeid, dan wordt de dienstverlening aangetast en raakt het personeel zijn motivatie kwijt".

Steeds meer wordt het mes gezet in de bestedingen van de politie. Eind januari kondigde de algemeen inspecteur van de rijkspolitie een algehele personeelsstop aan en moesten de districten ongeveer dertien procent bezuinigen op hun benzine. De politiebonden kwaiTien hiertegen in het geweer en verklaarden dat wanneer er nu nog meer bezuinigd moest worden zij acties zouden gaan voeren. De grens van het toelaatbare was al ver overschreden. Toch gaan de bezuinigingen door en hoe de politie dat moet doen is haar probleem. Een van onze redacteuren ging naar het districtsbureau van de rijkspolitie in Dordrecht en hoorde daar hoe de politie over de bezuinigingen denkt.


De twee chefs van het drie leden tellende districtscommando winden geen doekjes om hun mening over de bezuinigingsmaatregelen. „De rek is eruit. Hoewel we aanvankelijk hebben verondersteld dat het voor ons niet zo'n vaart zou lopen, kunnen we nu rustig stellen dat het links en rechts behoorlijk wringt. Erg belangrijk is ook dat de samenhang van de verschillende maatregelen wordt duidelijk gemaakt aan het personeel".

Sinds 1980 is de politie in ons land op verschillende fronten met de bezuinigingsdrift geconfronteerd. Zo is de politie opgelegd het gebruik van benzine, olie en smeerprodukten met dertien procent te verminderen. Verder moest het aantal overuren drastisch worden beperkt. Voor het district Dordrecht van de rijkspolitie, een gebied tussen Ouddorp en Vianen, betekende dat een achteruitgang van 1,4 miljoen gulden naar 860.000 gulden voor wat betreft het budget voor overuren. Alle andere extra gemaakte uren moeten in vrije tijd worden „terugbetaald". Dit jaar is een beperking in de uitgaven voor reisen verblijfskosten ingevoerd.

De bezuinigingen zijn, en dat valt ook niet te verwachten, door de korpsen in het land de overheid niet in dank afgenomen. Vooral in de grote steden, waar de massaliteit van het korps zijn invloed doet gelden, is de motivatie tot een bedenkelijk peil gedaald. Gemor klinkt alom. Bij de rijkspolitie, waar in veel kleinere groepjes wordt gewerkt, is de betrokkenheid bij het werk groter. Toch is ook daar niet alles koek en ei.

Per fiets

Volgens overste Vellinga blijft de zogenaamde assistentieverlening onaangetast. In geval van nood kan de burger op de politie rekenen. „Wel is de gerichte preventieve surveillance, ter voorkoming van misdrijven, minder. Vroeger kon je — voorzover natuurlijk nodig was — ongelimiteerd rondrijden. Nu moeten we meer vanaf het bureau gaan werken en ons richten op staande controles en fietsen voetsurveillance".

Hij meent dat de overschakeling naar de veelgeroemde wijkagent, die door de straten wandelt en veelvuldig contact heeft met de burgers, niet altijd een oplossing is. „Je kunt niet in één keer overstappen op een ander systeem. We hebben voorheen ook niet voor niets met de auto rondgereden". Vellinga en Van Eerde zijn bevreesd dat de integratie van de politieman in de samenleving door de snoeimaatregelen in gevaar komt. Kapitein Van Eerde: „We hadden de indruk dat we in de verhouding politie-gemeenschap op de goede weg waren. Nu moeten we tegen onze zin stabiliseren. We worden zelfs letterlijk belemmerd in onze manoeuvreerruimte".

Schrappen

Het districtscommando wil de in het verleden uitgevoerde werkzaamheden doelmatiger uit gaan voeren. Overste Vellinga meent dat de in het verleden gemaakte kosten — ,,die overigens niet voor niets werden gemaakt" — nog eens goed onder de loep moeten worden genomen. ,,We zullen doelmatiger moeten werken". Hij denkt daarbij aan het kritisch bekijken van sommige werkzaamheden, het stellen van prioriteiten en schrappen van zaken die volgens hem niet tot de eigenlijke politietaak behoren zoals de begeleiding van een wielerronde of motorcross. „Daar moet men dan zelf maar voor zorgen".

Geen onrust

De rijkspolitie in het district Dordrecht is er niet in geslaagd het effect van de tot nu toe ingevoerde bezuinigingen te .meten. „We hebben slechts vermoedens. Het uiteindelijke gevolg in de praktijk is ontzettend moeilijk te bepalen". Als de twee politiechefs terugblikken constateren ze dat in het voorbije jaar ongetwijfeld minder zaken zijn aangepakt dan voorheen. „Maar we mogen daaruit beslist niet de conclusie trekken dat nu een stuk onrust onder de bevolking is ontstaan. Dat is beslist niet het geval", aldus kapitein Van Eerde, die direct daaraan toevoegt dat hij niet weet of een dergelijke opmerking ook volgend jaar nog te makeii valt.

Van Eerde, de grote „baas" van de justitiële dienst, heeft moeite met de veelgehoorde opmerking dat door de bezuinigingsmaatregelen de zogenaamde kleine criminaliteit minder wordt aangepakt. „Wat is grote en wat is kleine misdaad? Je kunt daarin geen scheiding aanbrengen. Ik denk nu bijvoorbeeld aan de zogeheten bandenprikker van Rozenburg, die indertijd in die plaats behoorlijk wat onrust teweeg bracht door dagelijks fietsbanden lek te prikken. De bestrijding van dat geval was voor ons net zo belangrijk als zeg maar de aanpak van een georganiseerde bende".

Mobiele eenheid

,,Voortaan zullen we wel een berekening maken als op grond van informatie een diepgaand onderzoek naar een georganiseerde bende nodig blijkt te zijn. We kunnen dan tegen justitie precies zeggen hoeveel het gaat kosten, met de toevoeging dat we dat bedrag niet uit ons budget kunnen halen. Neem nu de Pappa Blanca-affaire vorig jaar. Die heeft ons geloof ik iets van 300.000 gulden gekost. Zoiets kunnen wij nu echt zelf niet meer opbrengen".

Hetzelfde geldt voor het veelvuldig optreden van de Mobiele Eenheid. Regelmatig worden ook rijkspolitiemensen opgeroepen om een of meer panden in Amsterdam te helpen ontruimen. „Het bevoegd gezag moet zich wel goed realiseren dat dat veel geld en tijd kost", aldus overste Vellinga, die de scepter zwaait over de algemene dienst. „Op dit moment wordt iedere vorm van grootschalig optreden elders door de rijkspolitie bij de overheid gedeclareerd".

De bezuinigingen kunnen ook een daling van de motivatie onder het personeel teweegbrengen. „Hoe chauvinistisch dat ook klinkt, ik vind het moreel in ons district erg goed", zo zegt overste Vellinga. „Ik heb echter wel het idee dat de motivatie wel wordt aangetast als nog verdere snoeimaatregelen volgen. Velen zien ook met lede ogen dat bepaalde diensten milder goed kunnen worden verricht. De betrokkenheid van de rijkspolitieman bij zijn werk is in de dorpen erg groot. Daarom moet in ieder geval door de overheid de samenhang in de bezuinigingen worden duidelijk gemaakt. Daaraan hapert het nu wel eens. De indruk bestaat dat de maatregelen achter elkaar op ons worden losgelaten".

Kapitein Van Eerde wijst ook op de aantasting van de persoonlijke motivatie van de agent(e). „Iedereen is, als het er op aan komt, wel bereid om wat in te leveren, maar nu zijn er velen die door een forse daling van het aantal overuren opeens enkele honderden guldens per maand minder thuis brengen. Daar heeft men in het gezin wel mee te rnaken. Ook voor signalen uit die hoek zullen wij onze ogen goed open moeten houden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.