+ Meer informatie

OP DE TWEESPRONG

8 minuten leestijd

EEN ACTUELE VRAAG

Wat moeten wij met het gedachtegoed van de charismatische beweging? Moeten wij in de reformatorische kerk niet meer aandacht geven aan de gaven van de Heilige Geest? Actuele vragen; ze zijn het gevolg van een onvergenoegd zijn met de huidige kerkelijke situatie. Er zijn veel klachten: een reactie tegen een strakke liturgie, een dogmatische prediking, een kille organisatie, kortom een kerkelijk leven dat formeel aan alle vereisten voldoet, maar waar de warmte, de intimiteit en ook de gerichtheid naar buiten ontbreekt. We ervaren in de samenleving een duidelijke omslag in het levensgevoel. De invloed van het postmodernisme met de nadruk op ervaring gaat niet aan de kerken voorbij. Godsdienst moet een doorleefde werkelijkheid zijn. Is het antwoord bij de Pinksterkerken en in de charismatische beweging te vinden? Heel wat trouwe kerkleden maken de overstap… Welke kant moeten we uit? Moeten we terug en onze reformatorische erfenis opnieuw in ogenschouw nemen? Of moeten we de kant op van de charismatische beweging en moeten wij wat zij allemaal aan charismata in huis hebben ook proberen te bemachtigen? Er zijn theologen die ervan overtuigd zijn dat de tijd van de gevestigde kerken voorbij is. De toekomst is aan de charismatische beweging; zie naar hun groei vooral in Afrika en Zuid-Amerika. Ik waag het deze stelling te betwijfelen.

WAT HEEFT DE CHARISMATISCHE BEWEGING ONS TE BIEDEN?

Het geestelijk aanbod van de charismatische beweging lijkt indrukwekkend: opwekkingen, herleving, enthousiasme, geloofsgroei en evangelisatie-ijver. Dit komt volgens hen omdat zij geloven in de doop met de Heilige Geest en de gaven van de Geest die daarmee gepaard gaan. ‘Bij ons spreken ze in talen, profetieën worden over de mensen uitgesproken en er vinden zelfs wonderlijke genezingen plaats’. Nu kunnen we de charismatische beweging niet genoeg dankbaar zijn dat ze de kerken gedwongen heeft zich weer rekenschap te geven van het werk en in bijzonder van de gaven van de Geest. Toch zijn we bij dit alles niet voldaan. Waarom niet? In een kort artikel als dit wil ik een kernprobleem aansnijden.

HET KERNPROBLEEM

Het kernprobleem is merkwaardigerwijs pneumatologisch van aard: het betreft de leer en het werk van de Heilige Geest. Want wat doet de charismatische beweging in haar theologie? Het werk van de Heilige Geest staat los van het heilswerk van Christus. Het christologische karakter van het werk van de Geest komt niet tot zijn recht.

De charismatische beweging verbindt de gaven met de Heilige Geest. Dit is op zichzelf juist. Maar zij gaat in haar spreken daarover mank wanneer ze die verbindt met de ‘doop met de Heilige Geest’. Elke gelovige moet volgens haar als een tweede ervaring de doop met de Heilige Geest ondergaan. Samen met deze doop worden dan de gaven geschonken. Met name is het dan de gave van de tongentaai.

Nu is wat hier over de doop met de Geest geleerd wordt, zeer aanvechtbaar. De bijbel spreekt er inderdaad over. Maar nergens als een bevel. We lezen nergens de opdracht: ‘Wordt gedoopt met de Geest’. Deze doop is een gave. Het is een ander woord voor wedergeboorte. Zij het begin van het nieuwe leven. Het is anders met de vervúlling met de Heilige Geest. Die komt tot ons als een bevel, een opdracht “Wordt vervuld met de Heilige Geest” (Ef.5:18).

Wat is het gevolg van dit verkeerde uitgangspunt? Het raakt de plaats van de mens in het gebeuren van het heil. We krijgen de indruk dat in de geloofsbeleving bij de charismatici de persoon van Christus op de achtergrond is geraakt. Het is alles de Heilige Geest. De mens met zijn ervaring komt op een ander spoor. We krijgen uit de geschriften van de leiders van de charismatische beweging en uit de getuigenissen van hun volgelingen dikwijls de indruk, dat heel wat zogenaamde geestelijke ervaring buiten Christus omgaat. Dikwijls functioneert het Woord van God er niet in.

De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief breedvoerig over de Godservaring. Hij laat dan zien dat we God de Heilige Geest alleen recht kunnen ervaren door zijn Zoon Jezus Christus (1 Joh.3:22; 5:10,13). Het ‘in Christus’ speelt te weinig een rol in de geestelijke beleving van de charismatici. We horen wel veel over Jezus. Hij is voorwerp van aanbidding en dit is prijzenswaardig. Maar het ‘wij in Christus en Christus in ons’ ontbreekt te veel.

Christus die de gaven van de Geest schenkt, staat op de achtergrond. De gaven worden losgemaakt van de Gever. Daarmee worden ze doel in zichzelf.

HET ANTWOORD

We moeten weer terug naar Calvijn. Diens centrale thema is de leer van de Heilige Geest. Hierin stemmen de grote hervormer en de charismatische beweging met elkaar overeen. Maar de wegen gaan uiteen wanneer de charismatische beweging alles zet op de ene noemer van de Geest met zijn gaven, terwijl Calvijn als centrum van zijn denken aangeeft: de gemeenschap met Christus. Christus woont in onze harten. Wij zijn in Hem ingelijfd. Deze gemeenschap is pneumatologisch van aard, vrucht van het werk van de Heilige Geest in de wedergeboorte. Dit gaat niet buiten de ervaring om.

Wanneer wij als reformatorische christenen ook weer aandacht vragen voor de gaven van de Geest, dan moeten niet bij de Geest, maar bij Christus beginnen. Zolang Christus buiten ons is, schrijft Calvijn, zijn we van Hem gescheiden. Hij moet de onze worden en in ons wonen om ons mede te delen wat Hij van de Vader ontvangen heeft, namelijk de Geest en zijn gaven (Inst.III,1,1). Calvijn stelt het als een ervaringsfeit dat Christus ons in het evangelie wordt aangeboden en dat we door de verborgen werking van de Geest tot een werkelijke gemeenschap met Christus gebracht worden. Zonder de Geest, zo zegt hij, ligt Christus in zekere zin werkeloos terneer. In kille aanschouwing zien we Hem buiten ons, ja, zelfs ver van ons.

Het is Calvijn, die ons ook helderheid verschaft over de gaven van de Geest. Niet voor niets wordt hij de theoloog van de Heilige Geest genoemd. Het is opmerkelijk dat hij zich zo duidelijk uitgesproken heeft over de gaven van de Geest en dat daar nog zo weinig aandacht aan gegeven is. De grote hervormer heeft nagedacht over het belangrijke probleem waar we de gaven van de Geest in de gemeente moeten zoeken. In zijn commentaar op de brief aan de Romeinen geeft hij enkele praktisehe aanwijzingen hoe we onze gaven bij onszelf kunnen ‘ontdekken’. Hij begint met te wijzen op de kerk als het lichaam van Christus. In dat lichaam moet beheer uitgeoefend worden. Welke gaven zijn daarbij nodig? Wij hebben als leden van het lichaam de roeping, zo schrijft Calvijn, om tot één lichaam samen te groeien. De volle nadruk valt hier op de geestelijke groei van de gemeente. De gaven van de Geest worden immers geschonken met het oog op de groei van de kerk als het lichaam van Christus.

Het is belangrijk om er op te letten dat Calvijn niet individualistisch over de gaven van de Geest schrijft. De gaven moeten in de gemeente functioneren. Het gaat er niet om wat ik er aan heb, maar wat de gemeente er aan heeft. De gaven hebben een dienende functie.

WAT IS VANDAAG ONZE OPDRACHT?

Met betrekking tot de geestelijke gaven, zo schrijft Calvijn, is er een opdracht die tot elke gelovige komt. Hij/zij moet overwegen, wat bij zijn aard, zijn bevattingsvermogen en zijn roeping past (naturae, capti, vocatione) (Comm. op Rom.12:5). Dit betekent dat ieder zich moet afvragen wat God krachtens zijn aard en aanleg, zijn opleiding, zijn capaciteit en zijn bepaalde roeping gegeven heeft om daarmee als een gave van God de gemeente te dienen. Het is zeer opmerkelijk dat Calvijn in verband met de geestelijke gaven aansluit bij de natuurlijke mogelijkheden die God aan de gelovige geschonken heeft. De natuurlijke aanleg, een bepaalde opleiding, een zekere roeping neemt Calvijn als uitgangspunt bij de vaststelling van iemands gaven.

Er moet wel iets bij komen. De Geest stempelt deze gaven tot genadegaven en gebruikt ze in zijn dienst tot opbouw van de gemeente. We mogen de buitengewone gaven die God geeft niet verachten of er geen aandacht aan geven. Maar aan de andere kant moeten we het in de gemeente ook niet alleen van de zogeheten bovennatuurlijke gaven verwachten.

De tendens die we bij de charismatische beweging opmerken, om bij de geestelijke gaven hoofdzakelijk te denken aan de meest opvallende zoals het spreken in tongen, genezing of profetie, is een fout die vermeden moet worden.

HET GEHEIM VAN DE TRANSFORMATIE

We moeten wel bedenken dat een aangeboren talent, een bepaalde capaciteit of een persoonlijke begaafdheid niet zomaar als een charisma beschouwd kan worden. In vele gevallen blijven dit natuurlijke gaven. Ze worden werkelijk een gave van de Geest als de Geest er beslag op legt, ze in zijn dienst neemt, ze als het ware doet ontwaken en ontvlammen. Maar dan moet er eerst bij zo iemand iets gebeuren: een radicale levensvernieuwing, een wedergeboorte. Vervolgens is levensheiliging, transformatie noodzakelijk. Het gaat om mensen die weten dat ze met Christus gekruisigd en met Hem opgestaan zijn. Eerzucht, eigenbelang, zelfhandhaving, het moet alles op het altaar. Gekruisigde christenen, geheiligden in Christus Jezus zullen met hun gaven als gaven van de Heilige Geest in de gemeente dienstbaar kunnen zijn.

Prof. dr. L. Floor (1923) is emeritushoogleraar Nieuwe Testament; hij is verbonden aan de kerk van Hilversum-C en woont in Potchefstroom (Zuid-Afrika).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.