+ Meer informatie

Ds. A.C.J. van der Poel: „Het lijkt wel of men zich schaamt voor dit stukje verleden"

Een vergeten Nederlands kamp in een Engels "Nova Zembla"

10 minuten leestijd

„Het is hier een ontstellende bende, dominee." Met deze woorden werd de jonge luchtmachtpredikant Van der Poel in 1946 in het Engelse plattelandsdorpje Langham verwelkomd. De levensomstandigheden in het kamp van de Nederlandse luchtmacht, dat in Langham gevestigd was, waren inderdaad allerminst comfortabel. En het zou nog veel erger worden: kou, sneeuw, gebrek aan voedsel en brandstof, epidemieën... Vijftig jaar later vermeldt geen enkel geschiedenisboek de "story" van dit naoorlogse kamp. Langham is vergeten.

Ds. A.C.J. van der Poel, voormalig hoofd-luchtmachtpredikant, is nog steeds een beetje verontwaardigd als hij erover spreekt. Hij was erbij, de twee jaren dat de technische opleiding van de "Royal Netherlands Air Force" in Engeland gevestigd was. „Als ik eraan terugdenk, kan ik nog steeds niet begrijpen dat het allemaal zomaar kon gebeuren. Veel verhalen uit die tijd klinken ongeloofwaardig, maar het is allemaal waar gebeurd." Zo'n drieduizend Nederlandse militairen volgden kort na de oorlog de technisch-militaire opleiding in Langham. „Zonder het werk van de daar opgeleide techneuten zou aan het begin van de jaren vijftig geen militaire luchtvaart mogelijk zijn geweest", vertelt ds. Van der Poel. „Evenmin zou de KLM gebruik hebben kunnen maken van de kennis en praktijkervaring die zovelen daar hebben opgedaan." Het is des te opmerkelijker dat in de boeken die verschenen bij het 75- en 80-jarig bestaan van de Koninklijke Luchtmacht met geen woord gerept wordt over Langham. En in Arnhem, waar de technische opleiding sinds 1947 gevestigd is, kan niemand nog iets over de ontstaansgeschiedenis vertellen. „Het lijkt wel alsof men zich schaamt voor dit stukje verleden", aldus ds. Van der Poel.

Dromerig
Langham was vijftig jaar geleden een wat dromerig plattelandsdorp, zo'n 190 kilometer ten noordoosten van Londen. De eeuwenlange rust in het 400 zielen tellende plaatsje werd verstoord in 1940, toen de R.A.R in Langham een "satellite station" met een groot vliegveld vestigde. Vanaf die tijd was Langham betrokken bij de oorlog die op het overzeese vasteland woedde. „Een overplaatsing naar dit onderdeel werd als een beproeving ervaren", vertelt ds. Van der Poel. „De bittere kou, de bijtende noordenwind uit zee en de primitieve, geïmproviseerde inrichting van het kamp maakten een verblijf op R.A.R Station Langham niet bepaald tot een pretje." Van der Poel deed zijn eerste predikantswerk in de oorlogsjaren. In 1941 haalde hij in Leiden zijn doctoraal theologie, nog net zonder anti-jodenverklaring. Tot 1944 was hij hulpprediker in Eindhoven. In dat jaar werd hij gevraagd "officiating chaplain" te worden voor de Britse militairen op het vliegveld Welschap (Eindhoven). Later in de oorlog vertrok de 28-jarige predikant naar het rekrutenkamp Cardington in Engeland, waar Nederlanders een militaire opleiding kregen.

"Target One"
Een aantal Nederlandse militairen van luchtvaart en marine volgde in de laatste oorlogsjaren een technisch-militaire opleiding in Engeland. Net na de oorlog was het nog niet mogelijk deze trainingen in Nederland zelf te organiseren. Nederland was leeggeplunderd en men beschikte eenvoudigweg niet over de financiële en technische hulpmiddelen. „Bovendien kregen de voorzieningen voor de militairen die naar de Oost werden uitgezonden voorrang", aldus Van der Poel. De Nederlandse regering kwam toen met "Target One", het plan om een aanvang te maken met het vormen van een eigen Nederlandse technische school op Engelse bodem. Te zijner tijd zou de opleiding in haar geheel naar Nederland kunnen worden overgebracht. De keuze viel op de voor de Britten overbodig geworden oorlogsvliegbasis Langham. Ds. van der Poel werd voor deze basis gevraagd als geestelijk verzorger, samen met pater Stoffels en rabbi Rodrigues Pereira.

Bende
„Het is hier een ontstellende bende, dominee!" Met deze woorden werd Van der Poel op 1 augustus 1946 in Langham verwelkomd. „Er is hier bijna niets. En in Londen en Holland willen ze niet naar ons luisteren!" Zijn ontvangst in de kamer van marine-overste G. van der Tak bevestigde dat de formulering "bende" niet overdreven was. Van der Tak was juist, zeer verontwaardigd, aan het telefoneren met een autoriteit uit Londen: „Ik mot bróéke hebbe. De mense hier hebbe geen bróéke!" De toestand in Langham was miserabel, vooral in het begin, herinnert de oud-luchtmachtpredikant zich. „Er was onvoldoende kleding. De regen en kou zetten dat jaar vroeg in, maar de manschappen hadden slechts één onderbroek en één uniform, waarin de ellebogen door de mouwen en de knieën door de broekspijpen staken." Bij gebrek aan beter kregen de militairen zelfs uniformen uitgereikt die eigenlijk voor Duitse krijgsgevangenen bestemd waren. „In die kledij moesten ze ook passagieren", vertelt Van der Poel. „De grote letters P.O.W., prisoner of war (krijgsgevangene), op hun rug zorgden voor grote verwarring bij de Engelsen uit de omgeving." Een dringende oproep aan de vliegbasis Ypenburg in Nederland leverde niets op. Er was in Ypenburg weliswaar een grote voorraad kleding aanwezig, maar die zou naar Indië verstuurd worden. „Voor Indië kon alles, voor Langham niets!" De jonge luchtmachtpredikant bracht een bezoek aan het ministerie van oorlog in Den Haag. ,Jullie hebben het toch goed in Engeland?" kreeg hij daar te horen. „Onze aandacht is nu gericht op Indië, dat gaat voor alles."

Nova Langham
In januari 1947 leek het erop dat het ergste leed geleden was. „De algemene toestand op Langham kan niet onbevredigend genoemd worden", schreef een opgeluchte ds. Van der Poel in het maandrapport aan zijn chef in Den Haag. Echter, enkele weken later begon het stevig te vriezen en te sneeuwen Na enkele dagen sneeuwval was het leven in kamp Langham totaal ontregeld. De sneeuw lag anderhalve meter hoog opgetast, waardoor het vervoer grote belemmeringen ondervond. De Motor Transport sectie kreeg grote technische problemen. Een paar keer kwam het Engelse leger te hulp door met vlammenwerpers de toegangen van het kamp schoon te vegen. Maar door de sterke wind en nieuwe buien verdwenen de wegen weer snel onder dikke lagen sneeuw. Spoedig spraken de militairen over "de overwintering op Nova Langham". Het enorme sneeuwgeweld leverde bizarre situaties op. Ds. van der Poel maakte met een Nederlandse en Engelse collega een treinreis van Londen naar Langham. „Net voor het eind-
station bleef de trein steken. Een tweede locomotief, die te hulp werd geroepen, verdween eveneens onder de witte massa. Tot overmaat van ramp viel de verwarming uit, waardoor de temperatuur daalde tot 12 graden onder nul. Een Britse arts waarschuwde ons dat, als we bleven zitten, we zeker zouden doodvriezen. We hadden geen keuze: we moesten lopen naar het kamp." Acht uur lang ploeterden de mannen door de twee meter hoge sneeuw, elkaar vasthoudend en telkens weer kopje onder gaand. „Drie dagen moest ik bijkomen van dit koude avontuur", vertelt Van der Poel.

Creatief
Brood halen voor de hongerige militairen werd een hele operatie. De bakkerij lag zestig kilometer verderop. Het was dan ook geen uitzondering dat de vrachtwagens een volle dag deden over de heen- en terugweg. Het rantsoen werd er overigens ook niet beter op: op een gegeven moment had ieder nog recht op slechts twee boterhammen per dag. Ook de brandstof om de hutten te verwarmen werd schaars. In alle hutten bevroren de kranen. De militairen ontwikkelden creatieve plannen om toch aan brandstof te kunnen komen. Zendmasten, die sinds de oorlog werkeloos buiten het kamp stonden, werden in het donker gesloopt. Oude filmrollen uit de oorlog bleken uitstekende brandstof te vormen, evenals de houten vlonders in de douches. Regelmatig slopen er 's nachts een paar jongens naar de brandstofbunker om kolen te "regelen".

Nekkramp
De slechte weers- en levensomstandigheden waren er debet aan dat er allerlei ziektes uitbraken in het kamp. Veel Langhammers hadden geen sterke gezondheid als gevolg van de ontberingen die zij hadden doorstaan in de oorlogsjaren. In januari 1947 werd een geval van nekkramp geconstateerd. De artsen in het kamp waren verplicht quarantainevoorzieningen te treffen. „Dit was onmogelijk", vertelt Van der Poel, „de oppervlakte van het kamp was ongeveer net zo groot als het eiland Walcheren. Bovendien woonden er honderden Engelse burgers in dat gebied." Ondanks dat werd het geen grote epidemie. De minder gevaarlijke, maar wel erg lastige ziekte schurft bleef niet beperkt tot maar enkele personen. Op een gegeven ogenblik was er sprake van een ware schurftplaag. Bedden, lakens en plunjezakken moesten massaal ontsmet worden. De griep velde in deze barre winter eveneens een groot deel van de Langhammers. Verder belandden er militairen met longontsteking en zelfs tuberculose in de ziekenbarak.

Muiterij
De slechte omstandigheden in de maanden januari tot maart '47 zorgden voor de nodige spanningen in Langham. Soms verkeerde een afdeling van het kamp op het randje van muiterij. Aalmoezenier Stoffels kon op het nippertje een opstand voorkomen. Op een avond, tijdens een bezoekronde van "Site 6", trof hij een overvolle hut aan, vol opstandige militairen. Eén van hen riep op tot muiterij: De volgende morgen na het ontbijt zou niemand meer verschijnen op het appèl of afmarcheren naar de lessen. Te midden van de broeierige sfeer en de morrende soldaten nam Stoffels het woord: „Waarom hebben jullie de aalmoezenier nooit ingeschakeld?" vroeg hij. „Waarom heeft deze Site nog nooit een deputatie afgevaardigd om samen naar de leiding te gaan?" Het voorstel van de pater brak de weerstand. De vertegenwoordigers van de verschillende hutten zouden met de pater naar de commandant gaan. Enkele dagen later werd een bijeenkomst belegd voor alle Langhammers, om de stand van zaken toe te lichten. De bijeenkomst verliep onrustig. „In een poging democratisch over te komen, begon de commandant zijn toespraak met het woord: „Kampgenoten!", vertelt Van der Poel. „Het had een averechtse uitwerking. Voor velen had het woord "kamp" vanuit de oorlog een nare bijsmaak. „Weg met die vlampijper!" riep iemand. Uiteindelijk kon de overste de gemoederen bedaren door te beloven dat er alles aan gedaan zou worden de situatie binnen veertien dagen te verbeteren. En die belofte heeft hij ingelost", aldus Van der Poel. Het feit dat het nooit tot een werkelijke opstand in Langham is gekomen, is volgens de hervormde predikant te danken aan de mentaliteit van de militairen. „Vaderlandsliefde betekende toen veel meer dan nu, men had net de oorlog achter de rug. Gezag werd ook meer geaccepteerd. Als er een bevel werd gegeven door het wettige gezag, kon je achteraf protesteren, maar je begon met het uit te voeren."

Reünie
Met Pasen 1947 waren de barre omstandigheden in het kamp verleden tijd. Van der Poel: „Het feest van de opstanding en het nieuwe leven was het begin van een prachtige lente met een ongekende bloemenweelde. Daarop volgde een van de mooiste zomers van de tijd." In hetzelfde jaar verhuisde de technische opleiding in haar geheel naar Nederland. Ze kreeg daar een riant onderkomen in Deelen bij Arnhem. Al gauw vervaagde de herinnering aan de pioniers van Langham. In oktober van dit jaar zullen de Langham-maten van weleer elkaar kunnen ontmoeten op een reünie, die georganiseerd wordt in Nederland (tel./faxnr. voor informatie over reünie: 070- 3474393). „De meesten van hen hebben een goede carrière gemaakt bij bedrijven als de KLM, Philips en Stork. De kwaliteit van de technische opleiding die zij in Engeland kregen, was dan ook erg goed." Twee oud-Langhammers, Gerard de Haas en Jan Heeneman, zorgden ervoor dat reeds enkele honderden namen van "oudcoUega's" zijn achterhaald. Eveneens dit najaar wordt een boek van Van der Poel uitgegeven met zijn persoonlijke herinneringen aan Langham. Ook heeft hij hierin een aantal verhalen opgetekend van militairen die hij na vijftig jaar weer ontmoette. Het boek wordt gepubliceerd door de Sectie Luchtmachthistorie van de Luchtmachtstaf.

Vreemdeling
In het kleine Engelse plattelandsdorp is nauwelijks meer iets te vinden dat herinnert aan het Nederlandse kamp. Alleen de dorpskerk van Langham, waar ds. Van der Poel regelmatig voorging, bezit nog een tastbare herinnering. In 1950 bood Van der Poel, namens de protestantse kerken uit Nederland, een tegeltableau aan aan de inwoners van Langham. Hierop staat: "I was a stranger and ye took Me in" ("Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.") Van der Poel: „Deze woorden uit het Nieuwe Testament drukken de dankbaarheid uit van de vele landgenoten die tijdens, maar ook na de Tweede Wereldoorlog in Engeland "a home away from home" hebben gevonden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.