+ Meer informatie

Naar een evangeliserende gemeente

8 minuten leestijd

Onder deze titel wil ik enkele gedachten geven over het beleid in en ten aanzien van de gemeente met het oog op de evangelisatie door de gemeente.

Vanuit de kerkeraad

Welk beleid moet een kerkeraad voeren, als zij de gemeente wil opvoeden tot evangelisatie?

Uiteraard zal een kerkeraad eerst zover moeten zijn of komen, dat zij inziet: de gemeente behoort een evangeliserende gemeente te zijn en dus: te worden, want ze is het nog niet.

Onze kerken zijn over het algemeen geen evangeliserende kerken.

Maar ze behoren het wel te zijn. Herleest u nog eens het artikel van prof, dr. J. P. Versteeg in Ambtelijk Contact van februari 1975: „Het missionair karakter van de gemeente”.

Elke kerkeraad moet tot het inzicht komen, dat de Bijbel de gemeente roept tot getuigen. En wat meer is: dat de Heilige Geest de gelovigen leidt en dringt tot evangeliseren.

Er is geen sprake van een gezonde gemeente en een goede gang van zaken, zolang de gemeente niet in staat is het evangelie door te geven aan „degenen, die buiten zijn”.

Ook vele ambtsdragers staan buiten de gemeente met de mond vol fanden. Vele kerkeraden huiveren voor het evangelisatiewerk.

Daarin zal verandering moeten komen. Hoe zal anders de gemeente haar taak in deze wereld verrichten?

Vanaf de preekstoel

In de preken wordt de roeping tot evangeliseren veel te veel verzwegen. Er wordt vaak onevenredig veel aandacht besteed aan de noodzaak van wedergeboorte en schuldbesef. Heiligmaking en evangelisatie zijn het kind van de rekening.

Als we de gemeente moeten opvoeden tot evangelisatie — en we MOETEN het — dan zullen we bij onszelf moeten beginnen. Als ambtsdragers persoonlijk en als kerkeraden gemeenschappelijk.

Onze geestelijke instelling zal echt Bijbels moeten worden en dat zal dan doorwerken in de geestelijke leiding, die we geven.

Van het grootste belang is dan de prediking.

Onze preken zullen door en door Nieuw-Testamentisch moeten worden, ook als we teksten kiezen uit het Oude Testament.

En we zullen vooral Schriftuurlijk moeten preken en alle aspecten van het evangelie moeten laten zien, o.a. door een goed gevariëerde tekstkeus. Wie zich in de prediking vooral rieht op wat typisch christelijk gereformeerd is, wordt zelf en maakt de gemeente gemakkelijk eenzijdig en beperkt in denken en geloven. Het Nieuwe Testament is oneindig veel rijker dan de doorsneeprediking in onze kerken laat denken. Er kunnen en moeten veel meer registers opengetrokken worden. We willen toch preken naar de zin en de mening van de Heilige Geest. Bedenk eens wat dat wel inhoudt. Alles wat de Geest ons in de Schriften geeft, moet doorklinken in de preek.

Daarom moeten we ook voorzichtig omgaan met een uitdrukking als „Schriftuurlijk - confessioneel - bevindelijk preken”. Het Schriftuurlijke is oneindig veel rijker van inhoud en diepte dan het confessionele en de bevinding. De belijdenis en de bevinding kunnen nooit de volledige rijkdom van het evangelie bevatten en doorgeven. Dat kan de Schrift alleen zelf en daarom moet zij ontvouwd worden. We zullen door en door Bijbels moeten denken en spreken en … preken.

Preekstoel en consistorie

Dit alles kunnen we niet afdoen met een: „dat spreekt vanzelf”. Alsof we in de praktijk al jaren aan die eis voldaan hebben.

De geloofsmoeilijkheden in de gemeente, die te wijten zijn aan de „leer-fouten” van onze voorgangers (en van onszelf?) liegen er niet om: er is en wordt niet altijd even Schriftuurlijk gepreekt.

Het is nuttig en nodig, dat de doorgaande lijn in de prediking onderwerp van gesprek wordt in de kerkeraadsvergaderingen. Er wordt soms aan veel minder belangrijke dingen onevenredig veel tijd besteed.

Eén van de grootste zorgen van de kerkeraad zal toch moeten zijn, dat de gemeente het juiste voedsel ontvangt en dat het evangelie in al zijn rijkdom ontvouwd wordt op de preekstoel.

Het Nieuwe Testament leert ons over de verkondiging van het evangelie aan zondaren, over geloof en bekering, over het vervuld worden met de Heilige Geest, over de heiligmaking en de evangelisatie, over de verwachting van de wederkomst van Christus. Dat alles en nog veel meer moet door onze preken heen klinken van zondag tot zondag.

Maar de schema’s en theorieën die wij en de gemeente zo gemakkelijk hanteren vanuit onze tradities, mogen onze preken niet stempelen, al kunnen ze ons helpen, voorzover ze Schriftuurlijk zijn, om belangrijke elementen niet te vergeten.

Een bekeerde predikant is geen garantie voor een Schriftuurlijke preek. Hij zal ook een Schriftgeleerde moeten zijn in het Koninkrijk der hemelen.

De preek doet veel

Waar Schriftuurlijk gepreekt wordt, kan de gemeente inzicht krijgen in haar voorrechten en plichten. En in de mogelijkheden, die God gegeven heeft om in Zijn rijk van dienst te zijn.

Elke predikant behoort twee dingen naast elkaar te beseffen:

Ten eerste, dat wij afhankelijk zijn van de Heilige Geest, die door het evangelie in de mensen werkt.

Ten tweede, dat wij verantwoordelijkheid dragen voor het doorgeven van het evangelie, waardoor de Geest in de mensen werkt.

Geen nieuwe eenzijdigheid

Om misverstand te voorkomen wil ik er op wijzen dat de evangelisatie slechts één van de vele aspecten van het gemeente-zijn is.

Terecht Steide drs. W. Moerdijk onlangs dat de opdracht tot evangeliseren deel uitmaakt van een tweevoudige opdracht: „a. door levensheiliging wordt de nietgelovige aangetrokken. Op de plaatsen waar gesproken wordt over de buitenstaander komt vooral dit aspect naar voren (Col. 4: 5, Filipp. 4:5, 1 Tim. 4: 12, Tit. 3: 8, 1 Petr. 2: 12)”.

„b. christenen moeten ook „heengaan” om het evangelie te verkondigen (1 Petr. 3: 15, 4: 16, Col. 4:5, 6, Ef. 6: 15)”.

De vrucht van de Geest is meervoudigsamengesteld (Gal. 5: 22).

Wel zouden we kunnen zeggen dat één aspect van het gemeente-zijn maatgevend is voor het geheel. Waar de Geest heerst en werkt, zal de gemeente o.m. ook evangeliseren.

En uit het woord van Jezus in Matth. 10: 32 blijkt toch wel dat het belijden voor de mensen niet mag ontbreken.

Wat is evangelisatie?

Met opzet heb ik hierboven niet onderscheiden tussen persoonlijke en gemeenschappelijke of: tussen spontane en planmatige evangelisatie. Ik zie dat onderscheid wel, maar wil er de nadruk op leggen dat die verschillende vormen van evangelisatie in de praktijk niet gescheiden van elkaar voorkomen. Waar christenen tot het ene bereid zijn, zullen ze onder de leiding van de Heilige Geest ook tot het andere komen.

In de eredienst trekken we niet gescheiden op, maar gemeenschappelijk. Waarom zouden we het in de evangelisatie anders doen?

Voor een evangeliserende gemeente zijn getuigende gelovigen nodig. Maar als de leden van een gemeente (of een deel van hen) door de Geest getuigend zijn geworden, zullen ze dan niet de handen inéén willen staan? De kerkeraad zal in de oproep tot evangeliseren zich niet moeten beperken tot één vorm, maar tot persoonlijk èn gemeenschappelijk, spontaan èn planmatig getuigen.

Beleid is arbeid

De kerkeraad heeft zich dus in alle takken van haar ambtelijke arbeid intensief bezig te houden met de gemeente. Daarbij moet als doel voor ogen staan, dat de gemeente toegerust wordt tot dienstbetoon; dat houdt ook de evangelisatie in.

Daarnaast moet de kerkeraad ook over de mogelijkheid beschikken om leden die bereid zijn tot evangeliseren meteen daadwerkelijk in te zetten in het evangelisatie werk.

De kerkeraad dient dus ook te zorgen dat er een werkgebied gevonden is en een vorm van werk op gang gekomen. waar meerdere medewerkers nodig zijn en ingezet kunnen worden.

Daarbij moet de juiste man (vrouw) op de juiste plaats gezet worden. Er zijn verschillende gaven in de gemeente. Ieder heeft in het maatschappelijke leven bepaalde gaven, die door de Geest gegeven zijn. De Geest wil die gaven ook in Zijn dienst gebruiken voor de verbreiding van het evangelie.

Ambtsdragers moeten zich ook bezighouden met het zoeken naar projecten, waar zij medewerkers voor ter beschikking heeft. En omgekeerd: zoeken naar medewerkers voor de projecten die hem ter beschikking staan.

De gemeente vraagt om een werkgebied. Het werk roept om gemeenteleden. De ambtelijke zorg zal enerzijds opleiden tot het werk en anderzijds oproepen tot medewerking.

Vanuit het evangelie naar het werk gedreven. Vanuit het werk opgeroepen. Zo wordt de gemeente van twee kanten bewerkt.

Geregeld beleid

Een incidentele kreet over de roeping tot evangeliseren bijv. bij gelegenheid van een zgn. evangelisatiezondag heeft weinig zin.

Al het ambtelijke werk moet altijd op alle aspecten van het gemeente-zijn gericht zijn.

Dat vergt een geregeld „evangelisatiebeleid” van de kerkeraad.

De benoeming van een evangelisatie-ouderling kan uitdrukking zijn van de ernst die de kerkeraad met haar taak maakt. Maar die breeder zal dan ook echt ouderling moeten zijn. Niet een aan de kerkeraad toegevoegde evangelisatie-medewerker zonder meer. Ook zal de evangelisatie-ouderling het evangelisatiewerk zelf moeten kennen. Het is goed dat hij zitting heeft in de kerkeraad èn in een evangelisatiecommissie. Deze laatste wordt, als het goed is, door de kerkeraad benoemd om zorg te dragen voor de praktische uitvoering van het door de kerkeraad gevoerde beleid ten aanzien van de projecten.

Het beleid als zodanig behoort echter het werk en de zaak van de kerkeraad te zijn en te blijven.

Zo kan de gemeente naar een geregelde evangelisatie toegroeien onder leiding van de kerkeraad.

Waar kerkeraad en gemeente zich zo welbewust en planmatig richten op hun roeping, daar zal de Heilige Geest de gemeente ongetwijfeld maken tot een licht, dat schijnt in een duistere plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.