+ Meer informatie

Komt er nog een bloeitijd?

4 minuten leestijd

Over de kerk spreken we meestal in bewoordingen die zorg aangeven. Er is veel kerkverlating. Geestelijk beleven we geen bloeitijd. Wat blijft ervan de kerk in ons land of in West-Europa? Is een opleving nog mogelijk?

Waarschijnlijk vergis ik me niet, wanneer ik veronderstel dat bij velen van ons de gedachte leeft, dat er sprake is van een onomkeerbaar proces van verval en achteruitgang. Indien de wereld nog wat langere tijd bestaat, zal het onder de komende generaties alleen maar donkerder en geestelijk armer worden. Er zijn zulke onheilspellende ontwikkelingen op het kerkelijk erf en in het maatschappelijk leven, dat er maar één conclusie gewettigd lijkt: Er volgt geen opleving meer. In het koesteren van zulke gedachten hoefje dan nog helemaal niet af te gaan op het oordeel van de wereld. Die heeft ten diepste nog nooit veel toekomst toegedacht aan de kerk en aan het christendom. Ook moeten we niet menen dat we des te ernstiger zijn naarmate we een zwartere toekomst voorspellen. Maar wat te denken van de indringende vraag van Christus: „Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?" Én wordt er niet gesproken over het verkort worden van de dagen om der uitverkorenen wil? Breekt de antichrist niet los in al zijn vreselijk geweld?

Krasse uitspraken
Anderzijds kennen wij de voorbeelden van onverdachte theologen die hebben gesproken van een bloeitijd voor de kerk. Om alle misverstand te voorkomen: Ik heb daarbij niet het oog op de overtuigde chiliasten, die er de eeuwen door zijn. Vele namen van Engelse puriteinen en Schotse godgeleerden, die wij veel achting toedragen, kunnen hier echter genoemd worden. Om duidelijk te maken wat ik bedoel een tweetal meningen. De Engelse puritein Thomas Brooks zegt ergens: „Er zal een tijd komen dat in deze wereld heiligheid algemener en uitnemender zal zijn dan ooit sinds de val van Adam in het paradijs." Verder zegt de Schotse martelaar James Renwick, dat er in zijn land bloeitijden voor de kerk en de evangelieverkondiging zijn geweest, die echter niet te vergelijken zijn met wat nog komt. Krasse uitspraken! Hebben zij zich vergist? Vergissen zij zich die vandaag hopen op zulke tijden? Nu is het onloochenbaar dat niemand te goed is om te dwalen. Ook de meest geleerde en godzalige theoloog kan ongegronde verwachtingen koesteren! We zullen ons in ieder geval hebben te richten naar de Schrift. Is de Schrift voor ons overduidelijk in deze vragen? Ik denk aan een uitspraak uit de Westminster Confessie: „In de schrift zijn alle dingen niet even duidelijk op zichzelf en ook niet even helder voor iedereen."

Wil Gods
Wel zou ik in deze pastorale rubriek de vraag willen stellen: Geloven we nog in de mogelijkheid van een geestelijke opleving? Die vraag mag ons in ieder geval bezighouden. Daarbij mag het ook wel tot ons doordringen dat niet de dingen die wij voor ogen hebben, beslissend zijn. Al zouden alle wereldgroten de zaak van het Evangelie gaan behartigen, dan zou dat op zich niet de grond zijn voor de lioop op een opleving. Het zotf een deel kunnen vormen van eeri opleving, maar niet de grond voor de hoop daarop. Die ligt in God alleen! Omgekeerd, al zou het donkerder worden in de wereld dan , ooit, dan sluit dat nog niet uit ' dat God Zijn almachtige arm kan opheffen en door alle weerstanden kan heenbreken. Wie vanuit zijn eigen leven iets weet van de kracht van Gods genade, zal het beamen! David Brainerd zaaide het Evangelie onder de Indianen in een onuitroeibare hoop op de wonderen Gods. De zichtbare werkelijkheid moest hem echter almeer alle hoop benemen. Totdat de Heere verrassend zijn hoop vervulde! Bepalend zijn niet de omstandigheden, maar bepalend is de wil Gods! Hebben we dat voor ogen en dragen we dat met ons mee in ons hart? Als dat het geval is, gaan we wellicht wat minder redeneren en wat meer onze knieën buigen. Ik geef geen blauwdruk voor de toekomst. Ik vraag u en mezelf wel: Houden we nog rekening met de mogelijkheid van een machtig werken van Hem Die aan Gods rechterhand zit?

Geloofsvertrouwen
Aangrijpend blijft intussen de gedachte dat de Heere Zijn Woord kan wegnemen uit het ene land, het ene werelddeel, en een opleving kan geven in een ander deel van de wereld. Deze ontzaglijke mogelijkheid mag ons wel neerwerpen voor de troon van Christus en doen smeken om de openbaring van Zijn opstandingskracht. Ten slotte: Al zou er een onvoorstelbare bloeitijd komen, dan blijft voor u en mij persoonlijk de noodzaak van berouw en levend geloofsvertrouwen op Christus gelden. En al wordt het al donkerder onder ons, dan is Christus vandaag machtig om te doen boven bidden en denken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.