+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

5 minuten leestijd

17.

d. Het gezag van de Heilige Schrift (vervolg).

We hebben besproken, dat de Bijbel Goddelijk gezag heeft, d.w.z. dat God Zelf daarin en daardoor spreekt, dat zij is van Goddelijke oorsprong, door de Heilige Geest ingegeven. God alleen heeft alles te zeggen en de mens heeft onvoorwaardelijk hem te eerbiedigen en te erkennen als het Woord van God, rechtstreeks van God tot ons gekomen. De kerk heeft te buigen onder dit absolute gezag van de Schrift en zij moet alles daaraan toetsen als aan het enig betrouwbare richtsnoer voor geloof en leven! We hebben u trachten te verduidelijken, dat Home als kerk zich stelt boven de Schrift; dat de Reformatie weer stelde: sola Scriptura, alleen de Schrift.

Nu moeten we onderscheiden, dat dit Goddelijk gezag tweeërlei is: historisch gezag en normatief gezag. We mogen daarmee niet bedoelen scheiding te maken tussen het historische en het geestelijke gedeelte van de Schrift, zoals de moderne Schriftkritiek doet. We hebben dit reeds besproken. Zulk een onderscheiding is ten enenmale te veroordelen en te verwerpen. Gok de historische gedeelten zijn geïnspireerd.

Maar we spreken van „normatief” gezag, omdat de Bijbel richtsnoer is voor geloof en leven. Nu gaat het echter hierom. Er staan ook woorden van de duivel in en uitspraken van de goddelozen. We kunnen daarvan moeilijk zeggen, dat zij normatief zijn. Toch heeft God die laten opschrijven en wel om

1. de snoodheid en boosheid van de zonde en van de duivel in het licht te stellen.

2. om te waarschuwen tegen de bittere gevolgen, welke zij hebben voor de mens.

3. om de grootheid van Gods genade en trouw te helderder te doen uitblinken, wanneer de Heere mensen uit de macht der zonde en van satan verlost.

Ook de burgelijke en ceremoniële wetten zijn voor ons geen norm meer om die te onderhouden, want zij zijn vervuld door Christus. Toch zijn zij in het Oude Testament bewaard en behoren dus tot de geïnspireerde Schrift, hebben Goddelijk gezag en wel zó, dat zij behoren tot de bedeling der belofte om te laten zien en te laten uitkomen de rijkdom van het borgwerk en van de Persoon van Christus in Zijn Middelaarsbediening.

e. Het getuigenis des Heiligen Geestes (Testamonium Spiritus Sancti).

Wat verstaat u onder het „getuigenis des Heiligen Geestes?”

Het getuigenis in het hart van de gelovigen, dat de Bijbel Gods Woord is. 1 Joh. 5: 6b: „En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is”. De Heilige Geest overtuigt dus en verzekert de waarheid van de Bijbel. Dit innerlijke getuigenis mogen wij echter niet losmaken van het getuigenis des Heiligen Geestes, dat ook de Bijbel in zichzelf bezit. Unze Ned. Geloofsbelijdenis verklaart dit duidelijk. We lezen in artikel 5: „dewijl zij ook het bewijs daarvan (dat de Schriften van God zijn) bij zichzelf hebben, gemerkt de blinden zelfs tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden”.

f. Wat verstaat u onder de CANON van de Bijbel?

De Bijbel bevat alle canonieke boeken. Canon betekent: regel, richtsnoer. Dè canon is allereerst God Zelf. God heeft in Zijn raad bepaald, wat en hoe alle dingen geschieden. Zo ook: wat moet beschreven en bewaard worden als Zijn Woord, en wel alles, wat God nodig achtte te kennen tot zaligheid. Dit alles, wat dus de Bijbelboeken bevatten, bedoelde God te geven als richtsnoer voor geloof en leven!

Zijn er geen boeken verloren gegaan?

Ja. in Jozua 10: 13 lezen we: „Is dit niet geschreven in het boek des Uprechten?” Zo ook in 2 Sam. 1: 17: „Zie, het is geschreven in het boek des Oprechten”.

Dan lezen we ook van „het boek van de oorlogen van de Heere”, Num. 21: 14.

Zo zijn ook bij de opgravingen gevonden vele woorden, die Jezus gesproken heeft, welke niet in de Bijbel staan. Johannes schrijft in Joh. 20: 30: „Jezus heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam”.

In de brief van Paulus aan de Colossenzen wordt melding gemaakt van een „brief aan de Laodicenzen”.

Deze boeken zijn dus niet bewaard gebleven, omdat God ze niet nodig heeft geacht als te behoren tot de canonieke boeken, als richtsnoer.

Maar hoe weten we dan, dat de Bijbelboeken als zodanig compleet zijn?

Over de canonvorming, de verzameling van de bijbelboeken, zoals we die bezitten in de Bijbel, is Gods bijzondere zorg en voorzienigheid gegaan.

Wanneer heeft de vaststelling van de canonieke boeken plaats gevonden?

De verzameling van de oud-testamentische boeken is vóór de Babylonische ballingschap reeds begonnen. Vooral werden de profetische boeken verzameld en bewaard in de profetenscholen. Na de ballingschap werd zij door Ezra en Nehemia met ijver voortgezet en door hen voltooid.

In het tweede boek der Maccabeën, 2: 13, wordt verhaald, hoe door Ezra en Nehemia een tempelbibliotheek werd opgericht, waarin de met grote zorg verzamelde geschriften van het O.ï. werden weggelegd en zorgvuldig door Joodse schriftgeleerden na hen werden gerangschikt en bewaard, in het jaar 138 voor Chr. werd de eerste verzameling voltooid en in het jaar 393 na Chr. werd de volledige verzameling der Schriften van het Uude en Nieuwe Testament voltooid en de volgorde daarvan vastgesteld op de Synode van Hippo (Noord-Afrika).

Behoren de apocrieffe boeken niet tot de canon van de Bijbel?

Neen, zij zijn niet betrouwbaar. Er staan dingen in, die in strijd zijn met de Bijbel. Ook zijn zij door de Joodse kerk nooit erkend als Goddelijk gezag dragend. „Apocrief” betekent: verborgen, twijfelachtig.

De Dordtse Synode van 1618–1619 heeft ze wel achter haar Statenvertaling gesteld, omdat zij met voorzichtigheid en onderscheiding kunnen gelezen worden.

In een volgende les hopen we nog te handelen over de eigenschappen van de Schrift: haar Goddelijkheid, haar volmaaktheid, haar klaarheid, haar genoegzaamheid, haar noodzakelijkheid.

Zij het onze bede:


Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast,
Updat ik mij niet van Uw paan moog’ keren.
En wordt mijn vlees door ’t kwade licht verrast,
Ai, laat het mij toch nimmer overheren.


R’dam-W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.