+ Meer informatie

Het duel tussen ouders en kinderbescherming(2)

"Ik ben ervan doordrongen dat ik rechter ben en geen hulpverlener"

8 minuten leestijd

In elk gezin is wel eens narigheid. Vooral als bij het kroost de pub er teits grillen zich openbaren. Meestal gaan de problemen vanzelf over. Helaas niet altijd. Een groeiend aantal jongeren raakt van het rechte spoor. Door relatieproblemen, verkeerde vrienden, ouders die hun kinderen als lustobject beschouwen. Op de kinderrechter rust de v er antzv o ordelijke taak om bij ernstige ontsporingen knopen door te hakken. Een Salomo's oordeel met als partijen de ouders van het kind en de deskundigen van de kinderbescherming.

Aan de kapstok in de brede gang waaraan haar kamer grenst hangen vier zwarte toga's. Slap en somber. Teken van de waardigheid van de rechterlijke macht. In de kamer zit mevrouw A.M.G. Vriesendorp, kinderrechter. Zonder toga. Een kleine, vriendelijk vrouw achter een enorm bureau. Met op haar schouders de verantwoordelijkheid voor een kinderschare: een rijk geschakeerde massa van wegloopjongeren, jeugdige criminelen, kroost van gescheiden ouders, seksueel misbruikte kinderen. Die last wordt nog verzwaard door de golf van kritiek die de laatste jaren over de kinderbescherming spoelt. Kritiek die ook op het hoofd van de kinderrechters neerdaalt. Die zouden volgens ouders slaafs de adviezen van de Raden voor de Kinderbescherming en gezinsvoogdijinstellingen opvolgen en zich aan de mening van ouders weinig gelegen laten liggen. Ten slotte zijn er nog de commissies die het functioneren van de kinderbescherming hebben onderzocht en staatssecretaris Kosto van justitie hebben geadviseerd de bevoegdheden van de kinderrechters te beperken. In de huidige situatie hebben die zowel rechterlijke ais uitvoerende rnacht. Ze houden toezicht op hun eigen maatregelen. Aan die situatie komt, als het aan de beide commissies en Kosto ligt, een einde.

Grotere openheid
Voor mevrouw Vriesendorp, sinds 1980 als kinderrechter verbonden aan de rechtbank in Dordrecht, komt het advies niet als een donderslag bij heldere hemel. De achteriiggende tien jaar is ze geregeld geconfronteerd met kritiek op de kinderbescherming en de persoon van de kinderrechter. ,,En een deel van die kritiek was terecht. De laatste tijd is er veel in positieve zin veranderd. Ik denk aan de grotere openheid in zaken. Rapporten van de Raden voor de Kinderbescherming mogen nu door de ouders gelezen worden. Ook de gezinsvoogdijinstellingen zijn naar de ouders toe veel opener geworden. Kritiek op de kinderrechter zal er altijd blijven, omdat ik beslissingen neem die ouders vaak niet leuk vinden of niet kunnen begrijpen, maar die nu eenmaal nodig zijn. Het besluit tot een ondertoezichtstelling neem je niet zomaar. Het gaat om het belang van het kind. Uiteindelijk is het ook in het belang van de ouders dat hun kind op een goede manier opgroeit. Ik heb natuuriijk ook wel eens te maken met publiciteit over rechtszaken van mij. Het moeilijke is dat de krant meestal één kant van de zaak belicht. Voor mij is het dan onmogelijk om uit te leggen hoe de vork werkelijk in de steel zit. Ik wil niet over privé-gegevens van cliënten praten. Het gevolg is wel dat er een vertekend beeld ontstaat.

Ten goede
De kinderrechter komt pas in beeld als de vrijwillige hulpverlening gefaald heeft en de Raad voor de Kinderbescherming het oordeel van de kinderrechter vraagt. Kritiek van veel ouders daarbij is, dat zowel de Raden voor de Kinderbescherming als de gezinsvoogdijverenigingen zich weinig moeite getroosten om de verstoorde verhouding tussen ouders en kinderen te herstellen. Ze wil niet oordelen over de gang van zaken in andere arrondissementen, maar in het Dordtse arrondissement mist deze kritiek volgens mevrouw Vriesendorp elke grond. ,,0okalseen kind uit huis wordt geplaatst is dat met het doel ouders en kinderen uiteindelij k weer tot elkaar te brengen. Ik weet dat de jeugdhulpverlening, met name de Jongeren Advies Centra, nogal eens is verweten dat men zich pal achter de kinderen opstelde en nauwelijks contact opnam met de ouders. Maar daarin is duidelijk een verandering ten goede waarneembaar. Daar komt bij dat een kind niet zomaar wegloopt. Dan moet er toch heel wat aan de hand zijn. Je zult eerst de problemen goed in kaart moeten brengen, voor zo'n kind terug kan naar huis. Anders beginnen de moeilijkheden opnieuw."

Deskundigheid
De kinderrechter wordt over de situatie waarin het kind verkeert en de achtergronden daarvan geïnformeerd door een maatschappelijk werker van de Raad voor de Kinderbescherming. Die kan zich bij zijn onderzoek indien gewenst laten adviseren door externe deskundigen. De nota "Justitiële Jeugdbescherming" van staatssecretaris Kosto van justitie bevat het advies meer deskundigheid binnen de kinderbescherming zelf in te brengen. Naast de maatschappelijk werkers zouden psychologen en pedagogen aangesteld moeten worden. Toch ontkent mevrouw Vriesendorp dat de huidige rapporten van de kinderbescherming een wankele basis voor rechtspraak vormen. ,,Ik ben erg tevreden met mijn Raad voor de Kinderbescherming. Die gaat O zeker niet oppervlakkig te werk in de rapportage. Is er vrijwillige hulpverlening geweest van bijvoorbeeld het RIAGG, dan ontvang ik ook daarvan een rapport. En op de zitting spreek ik de ouders. Je kunt niet zeggen dat mijn oordeel alleen gebaseerd is op het rapport van de raad."

Tegenonderzoek
De ouders die in de clinch liggen met de kinderbescherming zijn van mening dat zij de mogelijkheid van een tegenonderzoek moeten krijgen. Die wens is door Kosto niet overgenomen. Terecht, vindt mevrouw Vriesendorp. ,,Ik beoordeel de zaak. Denk ik dat nader onderzoek nodig is, dan zal ik dat zelf aanvragen bij betrouwbare instanties. Komt er de mogelijkheid van tegenonderzoek, en de uitslag daarvan is totaal anders, dan wordt het voor mij heel moeilijk om te beslissen. Dan zou er eigenlijk nog een derde deskundige geraadpleegd moeten worden. Het einde is dan zoek." De rechter mag volgens de wet pas besluiten een kind onder toezicht te stellen als het wordt bedreigd "met zedelijke of lichamelijke ondergang". De Dordtse kinderrechter ontkent dat dit wetsartikel in de praktijk is opgerekt. ,,Komtderaad met een verzoek om ondertoezichtstelling, dan is er echt heel wat aan de hand. Meer dan eens heb ik het gevoel: waren ze maar eerder gekomen. Er gebeuren soms afschuwelijke dingen in gezinnen..." De wens van met name grootouders om bij uithuisplaatsing van kleinkinderen aangewezen te worden als pleeggezin, vindt ze begrijpelijk, maar meestal niet in belang van het kind. ,,Het is voor die grootouders of andere familieleden heel moeilijk om zich neutraal op te stellen. De familieverhoudingen kunnen er zelfs door in gevaar komen. Ik zeg niet dat het nooit gebeurt, maar in het algemeen ben ik er niet voor.

Geloofsovertuiging
Bij de keuze voor een gezinsvoogdijvereniging speelt het geestelijk klimaat waaruit het kind afkomstig is voor de Dordrechtse kinderrechter een belangrijke rol. ,,Ik kan natuurlijk geen rekening houden met alle verschillende richtingen binnen bij voorbeeld het protestantisme. Maar gaat het om een kind uit uw achterban, dan zal ik zeker contact opnemen met" De Brug" van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Bij een eventuele uithuisplaatsing zal ik proberen het kind in een pleeggezin van "De Brug" of het kindertehuis "De Stuw" onder te brengen. Helaas lukt dat niet altijd. Het kan zijn dat een kind ineens naar een opvanggezin moet. Dan kun je niet altijd rekening houden met de geloofsovertuiging. Opvanggezinnen zijn nu eenmaal niet dik gezaaid. Meestal duurt zo'n verblijf maar kort en gaat het kind naar een definitief pleeggezin. Maar het kan ook zijn dat het zo goed gaat in het opvanggezin, dat het pleeggezin wordt. Dan zul je de verschillende belangen af moeten wegen. Wat is het beste voor het kind? Het weer overhevelen naar een andere situatie, omdat het daar wat betreft de geloofsachtergrond beter past, of de bestaande situatie handhaven. De wens van de ouders is dan voor mij wel van belang, maar niet doorslaggevend.''

"Rechtzetten"
Met het rapport'' Rechtzetten" van de subcommissie Kinderbescherming, die is ingesteld door de Tweede Kamer, is mevrouw Vriesendorp niet onverdeeld gelukkig. ,,Ik heb soms het idee dat er te weinig vertrouwen is in het werk van de Raden voor de Kinderbescherming en de gezinsvoogdij-instellingen. Het lijkt er ook op dat men bang is dat de kinderrechters zich te veel bemoeien m.et de hulpveriening. Dat komt op mij wat vreemd over. Als kinderrechters zijn we toch allemaal integer bezig en laten we ook heel veel over aan de gezinsvoogdij-instellingen. In de meeste gevallen nemen we alleen beslissingen als ouders het niet eens zijn met de zienswijze van de gezinsvoogd." Wordt de nota' 'Justitiële Jeugdbescherming" van staatssecretaris Kosto in z'n huidige vorm geaccepteerd, dan zullen de bevoegdheden van de kinderrechter behoorlijk worden ingeperkt. De verantwoordelijkheid voor een uithuisplaatsing zal bij de gezinsvoogdij-instellingen komen te liggen. De kinderrechter komt pas weer in beeld als ouders het niet met de gezinsvoogd eens zijn en de rechter inschakelen.

Ingewikkelder
Mevrouw Vriesendorp heeft haar vraagtekens bij dit voorstel. ,,Ook als onze taak wordt beperkt tot rechtspreken moet ik me op de hoogte blijven stellen van de situatie in pleeggezinnen en kindertehuizen. Hoe kan ik anders een verantwoorde beslissing nemen. Wat dat betreft vraag ik me af of er veel door zal veranderen. Ik ben ervan doordrongen dat ik rechter ben en geen hulpverlener. De gezinsvoogdij -instellingen hebben heel veel vrijheid en ruimte om te beoordelen hoe zij hulp gaan verlenen. Zij adviseren ook tot een eventuele uithuisplaatsing. In het algemeen treed ik alleen op in gevallen waarin knopen moeten worden doorgehakt. Dat zal ook als het voorstel van Kosto wordt overgenomen zo blijven. Het enige verschil is dat de procedure waarschijnlijk ingewikkelder wordt."
Volgende keer: Het pleidooi van Leerling voor een betere rechtspositie van ouders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.