+ Meer informatie

TER OVERWEGING

12 minuten leestijd

Drs. P.D. Hofland, Kind, jongere en geloof. Een handreiking voor ouders en opvoeders in gezin, school en kerk. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Heerenveen 1998. 104 blz. / 24,95.

Het is niet langer vanzelfsprekend om naar de kerk te gaan en te geloven. Wat vroeger behoorde tot het normale christelijke leven wijzen jongeren nu als verouderd af. Voor ouders en opvoeders is het vandaag moeilijk om kinderen en jongeren goede begeleiding te geven. Dit boek wil ouders en opvoeders daarom een handreiking geven bij de geloofsopvoeding van hun kinderen. In dit boek wordt aangegeven dat het belangrijk is om reeds in een vroeg stadium van de ontwikkeling aandacht te schenken aan godsdienstige vorming van het kind. Het boek gaat nader in op vragen van jongeren in de puberteit inzake de betekenis van kerkgang en geloof. De rol van het gezin, kerk en school worden nader besproken. De inhoud van de onderwerpen is afgestemd op de begeleiding van kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. De auteur grijpt daarbij meerdere malen terug op onderzoeken die gedaan zijn op het gebied van geloof(sbeleving). Uit dergelijke onderzoeken komt meerdere malen naar voren dat het positieve beeld dat ouders hebben van het geloof en dat zij ook willen uitdragen van groot belang is. Aan het eind van elk hoofdstuk zijn vragen en opdrachten opgenomen zodat het boek zeer geschikt is om bijvoorbeeld in gesprekskringen te gebruiken.

Er is een uitgebreide literatuurlijst opgenomen.

Dr. J. Van der Wal e.a. Psychische nood. Ambt, gemeente en hulpverlening. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Heerenveen 1998. 360 blz. / 34,95.

De Gliagg ‘de Poort’ is een gereformeerde instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg. In 1997 bestand deze installing 20 jaar. Ze heeft dat willen vieren met de uitgave van bovengenoemde bundel waaraan 7 schrijvers aan hebben meegewerkt. De bundel is verdeeld in twee delen. Het eerste deel bestaat uit acht hoofdstukken die alle een relatie hebben met het thema van het boek: ‘Psychische nood. Ambt, gemeente en hulpverlening’.

Voor dit thema is gekozen omdat de ontstaansgrond van de Gliagg nauw verwant is met de basis, de kerken. De bestuurlijke structuur van deze installing komt voort uit de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Gemeenten.

Men is van mening dat de gemeenten binnen deze verbanden veel kunnen betekenen voor mensen met psychische nood. De Gliagg wil daarin een ondersteunende en hulpverlenende rol speien. In de acht hoofdstukken worden voorbeelden genoemd hoe leden van een kerkenraad en hulpverlener samen kunnen werken, maar ook hoe men psychische nood kan herkennen. Diverse voorbeelden van gesprekken over gezinsproblematiek of persoonlijke problematiek, geven aan hoe waardevol het kan zijn dat een ambtsdrager een bepaalde problematiek kan herkennen en welke ondersteuning de Gliagg kan bieden.

Positief te waarderen is dat de ambtsdrager (ouderling/diaken/predikant) als een waardevolle gesprekspartner wordt gezien die in het hulpverleningsproces een positieve bijdrage kan leveren. Opmerkelijk is dat veel problematiek gaat over incest. Soms wordt de indruk gewekt dat juist binnen reformatorische kring incestueuze verhoudingen bijzonder veel voorkomen. Cijfermateriaal is niet voorhanden. In het tweede deel wordt de ontstaansgeschiedenis van Gliagg ‘de Poort’ beschreven. In het licht daarvan wordt teruggegaan naar de maatschappelijke ontwikkelingen vanaf de jaren zestig die uiteindelijk geleid hebben tot een roep om het stichten van een opleiding voor professionele hulpverlening vanuit het geloof dat het Woord van God zeggenschap en gezag heeft, ook in het maatschappelijk dienstbetoon. Onze kerken hebben daaraan een bijdrage geleverd door het geven van geestelijke en materiële steun.

John Boekhout, Verantwoord bijbelgebruik. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1998. 104 blz. f 45,90.

De auteur, docent aan de evangelische theologische hogeschool te Veenendaal, gaat nader in op de vraag hoe je zo goed mogelijk vertrouwd kunt raken met de bijbel. Het leeuwendeel van dit boek beslaat het stap voor stap bespreken van bijbelgebruik-in-de-praktijk, waarbij men vertrouwd wordt gemaakt met de verschwende fasen van het lezen, het uitleggen van de tekst en het toepassen van het gelezene. De meesten onder ons zullen dagelijks de bijbel lezen. Sommigen hanteren een leesrooster, anderen beginnen bij een bepaald bijbelboek en lezen elke dag een gedeelte. Een goede gewoonte, maar verstaan we wat we lezen? Deze bijbelstudiemethode wil daarin behulpzaam zijn. Daarbij appelleert ze duidelijk aan het feit dat een levend gebedsleven nodig is voor een ontmoeting met God. Het boek is gestructureerd opgezet en leest gemakkelijk.

Beatrice Hofman Hoek en Melanie Jongsma, Omgaan met kanker thuis. Uitg. Plateau, Barneveld 1999. 96 blz./ 24,75.

Als ambtsdragers worden we onvermijdelijk van tijd tot tijd geconfronteerd met de begeleiding van ernstig zieken in de wijk. Een fout die daarbij nogai eens gemaakt wordt, is dat er wel veel aandacht aan de zieke wordt gegeven, maar weinig - of geen! - aan de erbij betrokken gezinsleden. Dit boek opent ons daar de ogen voor: de auteur, zelf kankerpatiënt (geweest), beschrijft de reactie in de familiekring en het innerlijke gevecht (ook op het gebied van het geloof) dat daar te leveren is. Ze voert terecht het pleit voor een groot inlevingsvermogen van pastores en ambtsdragers, al heeft elk invoelingsvermogen zijn grens. Daarom is dit een ‘ontdekkend’ boek.

Jan Slomp, Islam. Serie ‘Wegwijs’. Uitg. Kok, Kampen 1999. 142 blz. f 19,90

en Alle Hoekema en Sjouke Voolstra, De doopsgezinden. Geschiedenis, geloofsleer, organisatie. Serie ‘Wegwijs’. Uitg. Kok, Kampen 1999. 78 blz. f 19,90.

De serie ‘Wegwijs’ presenteert met regelmaat boekjes met een oriëntatie op allerlei godsdienstige stromingen/wereldgodsdiensten. Daarbij gaat het er niet zozeer om de meerwaarde van het Christendom aan te tonen als wel om zo veel als mogelijk is objectieve informatie te geven. Zo gebeurt ook hier bij de Islam. Het boek is geschreven vanuit een houding van openheid, dialoog en zelf-kritiek, zo Staat op de flap. En dat is zeker waar. In kort bestek krijgt men duidelijk informatie over het ontstaan, de geschiedenis, de geloofsleer, de huisregels en de Islam in Nederland. Dat is knap. Dat de kracht van het boek (de objectiviteit) ook een schaduwkant heeft (principiële richting ontbreekt), is helder. Daarvoor kan men elders terecht.

Het andere boekje, meer uit de protestantse traditie, geeft inzicht in de gang die de doopsgezinden (‘Mennonieten’) met name in Nederland hebben gemaakt. Een duidelijke geschiedenisbeschrijving en informatie over de geloofstraditie en organisatievorm zoals die nu onder deze 13.000 leden teilende geloofsgroepering wordt aangetroffen. Men gaat een eigen gang in Nederland, met vriendelijke contacten naar bijv. Lutheranen (blz. 66), zonder officiële kerkelijke stappen. Ooit moet er nog een geloofsgesprek gevoerd zijn met o.a. een christelijk gereformeerde (blz. 66). Men Staat - bij alle verschil in inzicht - wel versteld van de vele activiteiten van deze toch kleine groep.

Dr. H.C. van der Meulen, Kernteksten uit Prediker. Serie Schriftwerk. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1999.96 blz. f 14,90.

De bovengenoemde serie zal bij de meesten van ons bekend zijn; ze levert al een aantal jaren schriftuurlijke, betrouwbare uitleg van bijbelboeken. Dat is ook nu weer het geval; een achttal teksten uit het boek Prediker wordt uitgelegd door dr. Van der Meulen, docent praktische theologie aan de UU. Erg blij was ik met de uitleg van Pred. 7:16v (‘Wees niet al te rechtvaardig…’), door velen uitgelegd als een aanvaardbaar compromis, maar door de auteur m.i. terecht uitgelegd als een ‘op de rechterstoel van God gaan zitten’, een exegese die ooit al eens, in 1979, in Theologia Reformata werd verdedigd. De verschwende hoofdstukjes worden gecompleteerd door gespreksvragen, dus voor gezamenlijke bezinning kan dit boekje ook goed dienen.

Loek Boer e.a., Alweer vrij? Christelijke feesten en hun betekenis. Uitg. Kok, Kampen 1999. 92 blz. f 25,-.

Het is alweer 23 jaar geleden dat leerlingen van de vier-havoklas op een christelijke school mij niet wisten te verteilen wat Pasen betekende. Sindsdien is het er niet beter op geworden. Drie bij jüngeren betrokken mensen hebben de handen ineen geslagen en een boek het licht laten zien dat gebruikt kan worden op (zondags)scholen, maar ook in de gezinnen van kerkleden. Men heeft zich van een aantrekkelijke formule bediend: bij elk christelijk feest wordt verteld wat je er ‘buiten’ van merkt en hoe ‘men’ er tegenaan kijkt, om dan te verteilen hoe de bijbel er over spreekt en hoe men in de kerk zich er op voorbereidt (!) en het viert. Een uitgebreid register van trefwoorden maakt het geheel compleet. Soms zou men de zaken iets scherper verwoord willen zien; wat maakt bijv. het al of niet plaatsen van een komma op blz. 30 (pasen in de bijbel beschreven ‘niet een als een werkelijkheid, die op film is vast te leggen’) veel uit! Maar dat valt in het niet bij het vele goede wat men hier in woord en beeld krijgt aangereikt.

L.J. van Valen, John Charles Ryle. Evangelieprediker onder de armen van het volk. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1999. 187 blz. f 39,90.

Een biografie van de bekende Engelse godvrezende ‘bishop’ uit de 19e eeuw. Men vindt er zijn weg tot de Here en tot het predikambt, en vervolgens de dienst daarin tot zijn dood in 1900. Dat ambt bekleedde hij in een tijd van grote maatschappelijke en godsdienstige veranderingen. De Here heeft hem willen gebruiken om juist in die tijd in Woord èn daad te dienen. Daarbij heeft Ryle ook in een tijd van toenemende aanvallen op de grondwaarheden van het christelijk geloof met standvastigheid geapologetiseerd. Zijn herinnering is tot zegen; dit boek draagt daar zeker aan bij. Zo blijft hij in herinnering als iemand die in het spoor van hervormers en puriteinen wilde gaan.

Alex van Ligten, Licht dat in de nacht begint. Uitg. Kok, Kampen 1999. 63 blz. f 17,50.

Een bundeling van rond advent en kerst 1998 uitgesproken zondagochtendwijdingen voor de NCRV-radio. In enkele stappen gaan we het boek Richteren door, met de figuur Simson als middelpunt. De toelichting op de geschiedenis van Amnon en Tamar (een ‘benauwde sfeer van geloven’, blz. 24) vond ik niet overtuigend. Van de lijnen die van Simson naar de grote Messias Jezus Christus werden getrokken heb ik meermalen genoten. Wel kon de klein-menselijkheid van Simson meer benadrukt zijn om het geheel - ook in heilshistorische zin - in evenwicht te doen zijn. Een prikkelend boekje.

Kevin Graham Ford, Jezus voor een nieuwe generatie. Uitg. Voorhoeve Kampen 1999 (oorspronkelijke Amerikaanse uitgave 1995). 280 blz. f 39,90.

Jongeren in een postmoderne wereld: hoe bereikt de kerk ze nog (of weer) met het Evangelie? Die vraag Staat centraal in dit boek. De auteur wil voorkomen dat de ‘X-generatie’ bestempeld zou worden als een ‘Nix-generatie’. Hij zoekt de kansen voor het Evangelie juist voor deze jonge mensen. Na een lange aanloop (te lang meen ik: 179 blz.) komt hij dan bij het concept dat moet werken: 1. een geloof dat werkt, 2. proces-evangelisatie en 3. narratieve evangelisatie. Met het eerste bedoelt hij het in eigen leven concreet zichtbaar zijn van het geloof in de Heiland. Het tweede uit zich in authenticiteit, zorg, vertrouwen en transparantie. Het derde kan men duiden als ‘het verhaal van God in ons leven’.

Het boek geeft veel om over na te denken, ook veel waardevols. Soms draagt het het karakter van een ‘succes-story’. Belangrijk bij de doordenking van het hele probleem zal, naar mijn gedachte, de vraag zijn: komen we vanuit ons leven bij de bijbel, of komen we vanuit de bijbel bij ons leven? En met die vraag ben ik wel een beetje blijven zitten, na lezing van dit boek.

Stichting Petra, Traumaverwerking. Hulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld. Uitgave in eigen beheer, Turfkaai 29-31, 4331 JV Middelburg 1998. 96 blz.

De Stichting Petra beweegt zich op het gebied van hulpverlening op christelijke grondslag bij traumaverwerking na huiselijk geweld. Het kan ambtsdragers hopelijk niet ontgaan zijn hoezeer ook in onze ‘eigen kringen’ dit kwaad gruwelijke realiteit is. De voorbeelden in dit boek leggen er opnieuw een pijnlijk getuigenis van af. Vanuit verschillende gezichtspunten (pastoraal-theologisch, therapeutisch, ervaringsdeskundigheid) worden de verschillende hoofdstukken geschreven. Om de ogen te openen en de weg te openen voor opvang van en hulp aan slachtoffers.

Els van Amstel, Geen ooievaar in de tuin. Verder leven met lege plaatsen in het gezin. Uitg. Voorhoeve Kampen 1999 (tweede druk). 72 blz. f 14,90.

Sommige mensen moeten wel héél veel meemaken, zo dacht ik meermalen bij het lezen van dit levensverhaal. Twee kinderen heel snel overleden, verschillende miskramen, twee jongetjes die op deze aarde in het gezin mochten blijven … Het boekje is geschreven door de moeder van deze kinderen die de bedoeling heeft om mensen om hen heen (familie, vrienden) inzicht te geven in de diepten die in zulke situaties opengaan. In die zin kan het ook voor hen die als ambtsdrager de gemeente rondgaan, een verhelderend boekje zijn (alhoewel je natuurlijk altijd hoopt dat je het zo niet mee zult maken …). Het is dapper dat mensen via het op schritt stellen van nun ervaringen het aandurven zich in alle kwetsbaarheid op te stellen. Daar mag men respect voor hebben. Dit is een tweede druk, een bewijs van de noodzaak van verschijning. De wijze waarop de dingen voor Gods aangezicht worden verwerkt, komen vooral in de laatste hoofdstukken ter sprake, waarbij sommige vragen eerlijk blijven staan. Dat is beter dan een te snel antwoord te lezen.

F. van Holten, Ziende den Onzienlijke. Persoonlijke herinneringen. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1999. 144 blz. f 27,50.

De heer Van Holten, vooral bekend als secretaris van de Spaanse Evangelische Zending, en binnen onze classis Rotterdam van de tijd dat hij ouderling van de gemeente Rotterdam-Kralingen was, heeft zijn levensverhaal opgeschreven. Twee delen: eerst over zijn voorgeslacht (blz. 9-40), en daarna over zijn eigen leven. Bij het lezen wordt men getroffen door het typische geestelijk leven zoals zich dat in Rotterdam afspeelde, rond door-de-weekse bijeenkomsten en rond vooral de bekende ‘Overduinen’. Al die zaken hebben een diep geestelijk spoor bij de auteur getrokken; hij vertelt vrijmoedig, maar tegelijk ingetogen en zonder opsmuk van wat God aan hem en de zijnen heeft gedaan. In een verantwoording aan het eind van het boek schrijft hij zelf dat hij een enkele keer ‘een harde noot kraakt’ (blz. 144). Het gaat hem dan om de waarheid Gods die soms onder een deksel dreigt te komen. Wat mij betreft hadden zeker de zaken die nog heel recent zijn (de moeiten rond de gemeente van Kralingen, uitlopend op de overgang naar de Geref. Gem., blz. 135 e.v.) niet zo aan het papier toevertrouwd hoeven te worden. Woord vraagt dan om wederwoord. Een kleine dissonant in een waardig boek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.