+ Meer informatie

„Je kunt een patiënt niet laten stikken"

8 minuten leestijd

op, gaf de nodige verzorging en deed verder niets meer. Werd het op een gegeven moment te gek, dan gaf je een of ander spuitje. De wil van de patiënt was dan niet duidelijk. U moet goed begrijpen dat het voor alle artsen een bijzonder moeilijke situatie is als een patiënt zijn wil niet kenbaar kan maken terwijl er toch duidelijk sprake is van ernstig lijden".

„Ons rapport maakt melding van 1000 gevallen waarin de arts achteraf gezegd heeft: „Dat hadden we beter moeten doen. We hadden die situatie natuurlijk moeten bespreken met een collega". Maar als ik een inschatting mag maken, gebeurde het twintig jaar geleden veel vaker dat patiënten op deze manier tussen wal en schip terechtkwamen. De hele euthanasiediscussie vanaf het eind van de jaren zestig tot nu toe heeft in de beroepsgroep geleid tot een veel nauwkeuriger en doordachter beleid".

„Mijn hoop is dan ook dat het aantal euthanasiegevallen nog verder kan worden teruggedrongen. Maar vooral hoop ik dat voor die schemergevallen, die grijze zone waarbij voor 49.000 mensen per jaar een medische beslissing rond het levenseinde wordt genomen". U spreekt, overeenkomstig de aanbevelingen in het rapport van de commissie, van de wenselijkheid van een verbetering van de verslaglegging. Zijn er ook nog andere mogelijkheden om de verantwoording van het handelen van de medische beroepsgroep naar buiten toe wat beter te structureren? vormend kunnen zijn. Een multi-disciplinaire groep van juristen, ethici en medici zou daarvoor een goed forum zijn. Iets dergelijks gebeurt al in de ethische commissies van ziekenhuizen. Tegenwoordig wordt heel vaak een dubieus geval van levensbeëindiging voorgelegd aan de ziekenhuiscommissie. Daar is de clerus, daar zijn ook ethici bij betrokken. Ik vind dat erg gezond. Je kunt zo natuurlijk een soort jurisprudentie rond levensbeëindiging opbouwen".

„Ik wijs nog even op het veelbesproken geval waarbij twee artsen hebben afgezien van de operatie van een mongoloïde kindje. De artsen hebben die beslissing niet genomen omdat het belang van het kind ermee gediend was, maar omdat de ouders niet wilden dat dit kind de operatie onderging. De behandelende artsen hebben dit geval niet weggestopt. Op zich vind ik het fraai dat deze beslissing ter discussie is gesteld. Maar achter wat daar gebeurd is, plaats ik wel vraagtekens. Ach, het zijn voor mij niet eens vraagtekens. Het zijn zekerheden". Verklaarde tegenstanders van euthanasie laten zich behalve door hun godsdienstige en andere ethische motieven vaak leiden door een gevoel van onbehagen over de technologisering van het medisch bedrijf en de vrees voor het volledig uit de hand lopen van de euthanasiepraktijk. Hoe denkt u over die angstgevoelens? gebeuren. Ik kan mij die angst voor ontsporing van de euthanasiepraktijk voorstellen, maar vind daar eigenlijk in het rapport geen ondersteuning voor".

„Vroeger kon ik als afdelingshoofd zelfstandig een beslissing nemen. Ik heb eens een pasgeboren kind onder mijn hoede gekregen^ bij wie de slecht ontwikkelde hersenen grotendeels buiten de schedel lagen. Dat kind was geboren uit een meisje van zestien jaar. De ouders van dat meisje wilden dat zij als een soort straf van God voor haar misstap dit kind geboren zou laten worden. Ik heb dat kind toen op eigen houtje een injectie gegeven. De staf heb ik daar niet in gekend; die wilde ik daarmee niet belasten. Wel heb ik met dat meisje gesproken en de officier van Justitie gebeld. Die heeft deze zaak toen geseponeerd. Kijk, zulke dingen deed je vroeger! Nu zou ik zo'n geval, als ik nog werkte, inbrengen in een stafvergadering".

„Daarom, voor de ziekenhuizen ben ik niet zo bang. Hooguit kunnen er bij slordige overdrachten ongelukken gebeuren. Het kan bij voorbeeld gebeuren dat tijdens een stafvergadering op vrijdagmiddag wordt afgesproken dat een bepaalde patiënt in de laatste fase van zijn leven niet meer mag worden geïntubeerd voor kunstmatige beademing. Het komt in de praktijk voor dat je dan de zondag daarna op de afdeling komt en ziet dat de betrokken patiënt aan de beademing ligt. De oorzaak? De arts die daarvoor verantwoordelijk is geweest, werd tijdens de stafvergadering weggeroepen. Hij wist niet dat de anderen die „Een anonieme toetsing zou norm

„U doelt op de mens als onderdelenreservoir. Ik noem dat wel het BovagProf. dr. S. A. de Lange: „Er zijn twee niveaus van levenswil". FMOS RD afspraak hadden gemaakt. Dat soort ongelukken gebeurt echt. Waar mensen werken, worden nu eenmaal fouten gemaakt. En in ons vak kunnen die fouten meteen catastrofale gevolgen hebben". „De gang van zaken buiten de ziekenhuizen is minder goed te controleren. Huisartsen staan er vaak erg alleen voor. Zij staan onder druk van de patiënt en de familie. Daarom moeten de huisartsen op dat ogenblik uit hun isolement worden gehaald. Zij moeten direct een gesprekspartner hebben. Ik vond het dan ook heel fijn dat uit het onderzoek van de commissie blijkt dat bijna 80 procent van alle huisartsen er in zo'n geval een collega bij haalt". Er is in ons land nog een aantal artsen en verpleegkundigen die absoluut geen medewerking willen verlenen aan het actief doden van een patiënt op verzoek. Voor deze mensen overschrijdt een dergelijk handelen het door hen gehanteerde stelsel van normen en waarden. Zij hebben dan het gevoel daarmee een stap te zetten die God uitdrukkelijk verboden heeft. Kunt u daar begrip voor opbrengen?

„Ik kan er begrip voor opbrengen als iemand vanuit zijn geloofsovertuiging voelt dat daar een slot op zit. Maar wat ik mij niet kan voorstellen, is dat als iemand echt onvoorstelbaar lijdt, dat die arts dan volstaat met een beroep op zijn overtuiging. Hij moet die patiënt doorverwijzen". Maar als het voor de arts in kwestie gaat om een absolute norm, dan

„Ik denk van wel. Er zijn natuurlijk nogal wat variaties in de optiek van artsen. Ik ben zelf altijd buitengewoon zuinig geweest met euthanasie. Ik denk dat ik misschien vijf keer in mijn loopbaan een dergelijke beslissing heb genomen. Maar ik weet ook van anderen die eerder bereid zijn op het verzoek om euthanasie van een patiënt in te gaan". Is het niet zo dat de ontwikkeling van de medische kennis het vraagstuk van de euthanasie eigenlijk heeft opgeworpen?

„Neen. Ik heb een arts gekend van een vorige generatie. Deze man was huisarts en tevens gemeentearts in Amsterdam. Hij had ook een armenhuis onder zijn beheer. Alles wat op straat gevonden werd, kwam daar binnen. Maar morfine was er wel, hoor. En als het te gek werd, dan schroomde deze arts niet öm samen met de directrice bij levensbeëindiging te helpen. Morfine is ook nu nog altijd het belangrijkste middel bij pijnbestrijding, ook in terminale situaties. De mogelijkheid van euthanasie met behulp van morfine is al zo'n 150 jaar bekend. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat wij nu veel meer kunnen, maar daaruit volgt dat patiënten vroeger al in een veel eerder stadium in een terminale fase terechtkwamen, door het ontbreken van mogelijkheden". Hebt u de indruk dat aan de alternatieven voor levensbeëindigend handelen altijd voldoende aandacht wordt geschonken?

„Ja. Het niveau van de beoefening van het medisch vak in Nederland is heel behoorlijk. Het is zo dat ik mij hier altijd met een gerust hart zou laten behandelen. Ik maak mij geen zorgen over het uitspitten van alternatieven". De Nederlandse Patiënten Vereniging geeft een soort levenswensverklaring uit. Welke waarde heeft zo'n verklaring voor de gemiddelde Nederlandse arts?

„Geen enkele. Als er één ding is wat je als arts aanneemt, dan is het wel dat een patiënt wil leven. Dat zit zo diep in de mens. Zelfs als je tegen een zelfmoord aan zit. Ik hoorde laatst het relaas van een treinmachinist. Die constateerde dat een man die zichzelf op de rails had gelegd, nog op het allerlaatste moment probeerde weg te kruipen. Dat is natuurlijk gruwelijk om aan te zien". „Daaruit blijkt wel dat er twee niveaus zijn van levenswil. Het eerste niveau ligt in de bewuste sfeer. Iemand met een groot liefdesverdriet kan besluiten dat hij dood wil. Maar als iemand hem na dat besluit zou bedreigen, dan zou hij zich intuïtief gaan verdedigen. Dat is iets primitiefs in de mt ns, dat nog leven wil. Een levenswensverklaring heeft daarom voor mij geen toegevoegde waarde".

„Je zou het wel andersom kunnen doen. Als een patiënt in een buitengewoon dubieuze toestand in een ziekenhuis terechtkomt, dan kan hij verbaal of schriftelijk laten weten dat hij echt nog niet toe is aan het einde. Maar ook zonder zo'n signaal wordt altijd verondersteld dat iemand nog verder wil leven. Zelfs onder de zwaar aangetaste kankc. patiënten bevindt zich een heel groot deel dat nog wel een belastende chemotherapie wil. Daarom moet zo'n behandeling altijd heel goed met de patiënt worden besproken. Dat ze wel weten welke narigheid dat met zich mee kan brengen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.