+ Meer informatie

Honderd jaar Noofdzeekanaal

Grote tentoonstelling over de totstandkoming

5 minuten leestijd

AMSTERDAM — Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Noordzeekanaal wordt vaq 22 mei t/m 31 juli in het voormalige P.E.N.-gebouw in IJmuiden een grote tentoonstelling gehouden over de totstandkoming van het kanaal, de groei van IJmuiden en de ontwikkeling van het kanaalgebied. De expositie is een van de vele evenementen, waarmee de kanaalgemeenten het jubileum zullen vieren. Op 1 november - de officiële herdenkingsdatum - zal een manifestatie worden gehouden, die zich gedeeltelijk in Amsterdam en gedeeltelijk in IJmuiden afspeelt.

Met de ingebruikneming van het Noordzeekanaal kwam destijds een eind aan de zorgen van Amsterdam over de steeds slechter wordende toegankelijkheid van zijn haven. Door de moderne verbindging met de Noordzee ging de stad een nieuwe bloeiperiode tegemoet als centrum van scheepvaart, handel en industrie.

De ca. 19 km lange waterweg, die ' op 1 november 1876 door koning Willem ni werd geopend, stimuleerde het intstaan van een omvangrijke industriële werkgelegenheid in Velsén/IJmuiden, de Zaanstreek en Amsterdam.

IJmuiden, een eeuw geleden nog een bij de sluis gelegen woonwijkje, groeide uit tot de grootste aanvoerhaven van zeevis in ons land, doordat de zeevisserij al spoedig de grote voordelen van de beschermende havenmond ontdekte.

Zuiderzee

Voordat het kanaal er lag, konden zeeschepen Amsterdam alleen bereiken via de zeegaten, Vlie of Marsdiep, de Zuiderzee en het IJ. Door de ondiepe Zuiderzee, die de steeds groter wordende schepen meer en meer voor vaarproblemen stelde, kreeg de Amsterdamse haven het ook steeds moeilijker. Dit was echter niet de enige oorzaak. Ook de concurrentie van vooral Londen an Hamburg, die zich ten koste van Amsterdam tot stapelmarkt ontwikkelden, speelde eenxelangrijke rol. Het verbod op de handel met Engeland (het continentale stelsel) onder Napoleon leidde later ook nog tot verlamming van handel en scheepvaart.

Het Noordhollands Kanaal (Amsterdam - Den Helder), geopend in 1824, had ook geen soelaas gebracht. Het voldeed kort na de opening al niet meer, omdat het voor de grotere zeeschepen te lang en te bochtig was. De schepen moesten hun goederen in Den Helder overladen in binnenschepen, die naar Amsterdam voeren.

In de hoofdstad bleef men aanvankelijk nog spelen met de gedachte, dat een verbreding van het Noordhollands kanaal en het vrijmaken van de doorgang over de Zuiderzee de remedie zou zijn om Amsterdam weer het centrum van de Europese goederenhandel te maken. Tegelijkertijd verschenen echter voortdurend plannen voor een rechtstreekse verbinding van Amsterdam met de Noordzee. Een daarvan was een ontwerp van de voormalige genie-luitenant Frogez, dat later de basis vormde voor de aanleg van het kanaal.

Het plan omvatte ook de afdamming van het IJ, waar Amsterdam als de dood voor was, omdat dit gezien werd als een afsnijding van het achterland. De weerstand verminderde 'in de jaren rond 1860, toen Den Helder een ernstige bedreiging voor de hoofdstad ging vormen. De techniek had zich in het midden van de vorige eeuw ook zo ver ontwikkeld, dat men meende een doorgraving van ,,Holland op zijn snelst" wel aan te kunnen.

In 1862 besloot de volksvertegenwoordiging op voorstel van Thorbecke tot aanleg van het Noordzeekanaal, de havenwerken van IJmuiden, de droogmaking van de U-polders en de afdamming van het IJ ten oosten van Amsterdam met een dijk (en de Oranjesluizen).

Het project mocht worden uitgevoerd door een particuliere onderneming, de Amsterdamse Kanaalmaatschappij, die in 1865 met haar werkzaamheden begon. Hoewel het kanaal elf jaar later werd geopend, was het toen nog niet klaar. Met name moest de havenmond nog op de vereiste diepte worden gebracht door de ontwikkelingen op scheepvaartgebied moest de Waterweg ook voortdurend worden verbeterd. Dit kostte zoveel, dat het rijk de bezittingen en lasten van de Kanaalmaatschappij bij wet van 19 december 1882 overnamen.

Amsterdam

 De Amsterdamse haven kreeg dank zij het kana'al de wind mee. Zo steeg de aanvoer van Indische en later Ook Zuidamerikaanse produkten voortdurend. Er was behoefte aan steeds meer aanlegplaatsen, hetgeen leidde tot het graven van de IJ-, de Erts-, de Hout- en de Petroleumhaven. De scheepsboüwindusfrie kwam op, er werden scheepvaartlijnen op en van Amsterdam geopend en in en rond het havengebied verrezen pakhuizen. Een extra stimulans vormde de opening van het Merwedekanaal (Amsterdam-Rijn) in 1893, waardoor het Duitse achterland gemakkelijker bereikbaar werd. Met de bloei van de stad breidde ook de bevolking zich uit. In 1850 telde Amsterdam 220.000 inwoners, vijftig jaar later was dit aantal meer dan verdubbeld (515.000).

Industrie

De eerste industrie die zich - overigens pas in 1896 - aam de noordkant van het kanaal vestigde was Van Gelder papier. Daarna werden het er spoedig meer: de melkinrichting Velsen (1903), de Plaatwellerij (nu: Stork Velsen - 1912), de Hoogovens (1918), de Mij tot Exploitatie van Kooksovengassen MEKOG (1928), Cementfabriek IJmuiden (1930) en het provinciaal Electriciteitsbedrijf Noord-Holland PEN (1931). Bezuiden het kanaal verrezen bedrijven als ijsfabrieken IJmuiden en Doggersbank (1899), de machinefabriek Hera (1900), aannemingsmaatschappij „De Branding" (1925) en machinefabriek „Kmuiden" (1938). Voor IJmuiden als havenplaats is verder het sleepbootbedrijf WijsmuUer karakteristiek.

IJmuiden
. IJmuiden groeide sterk door de 'opkomst van de visserij en de industrie. Oud-IJmuiden telde in 1980 1583 inwoners en Velseroord 1122. Twintig jaar later waren die aantallen bijna vervijfvoudigd, resp. verdrievoudigd. Het gezamenlijke inwonertal was in 1931 reeds gestegen tot bijna 28.000.

Een belangrijk jaar voor IJmuiden was 1886 toen de regering een wetsontwerp indiende om de plaats door uitvoering van werken „eene bruikbare visschershaven aan de Noordzee te maken, zonder de groote scheepvaart te belemmeren". Dit was nodig omdat steeds meer vissersschepen in de haven aanlegde, hetgeen problemen gaf voor de doorgaande scheepvaart. De aanvoer van vis nam vmvoortdurend toe en wel van ruim lO.OOO ton in 1900 tot . 42.500 ton in 1914. Rake klappen kreeg de visserij door de economische neergang in de jaren dertig en door de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig is de visaanvoer van • minder economisch belang voor IJmuiden dan vroeger.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.