+ Meer informatie

Kamelenrennen in Dubai

Kleine jochies berijden dieren van een half miljoen gulden

6 minuten leestijd

Olie heeft de emiraten aan de Perzische Golf voorgoed de twintigste eeuw binnengeduwd, maar de Arabieren in hun geairconditonde paleizen dromen nog steeds van de "goede oude tijd" van tenten, dadels en kamelen. Het seizoen van de kamelenrennen is weer begonnen in Dubai. Jochies van zes, zeven jaar berijden dieren die een half miljoen gulden waard zijn. Eerste prijs (voor de eigenaar, niet voor de berijder): een Mercedes 500.

Honderden mannen verzamelen zich op vrijdagmiddag na het gebed op de tribune aan de renbaan, ongeveer 10 kilometer vanaf Dubai. De flatgebouwen van die hypermoderne stad tekenen zich te^i de blauwe lucht af. Ongelofelijk hoe groen en zacht het gras rond de tribune is! Midden in de^joestijn is alleen voor deze hobbWan de Emir van Dubai een lus^ord gecreëerd. Sproeiers wuiver kostbaar water over de gazons, die worden beschaduwd door fraaie palmbomen. Perfect... Bij de kamelenrennen hebben de bewoners van de Emiraten even de oude sfeer van de woestijn teruggehaald, door de tribune te overspannen met drie enorme betonnen "tentdoeken". Overal wappert de vlag van de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan Dubai een belangrijke lidstad is. Leden van de koninklijke alMaktoumfamilie van Dubai zitten op crèmekleurige leren stoelen, bewaakt door tientallen politieagenten en een paar heren met automatische geweren. Speciaal om de achter-achter-neven van de emir te bewaken arriveerde de politie al twee uur van tevoren, om de tribune nauwkeurig te inspecteren. De catering-service van het Jebel Ali Hotel vult de keuken van de renbaan met lekkernijen waar gewone mensen niet van mogen proeven. „Kaviaar en zo", zegt een bezoeker op de tribune met enige jaloezie. „Alleen voor de koninklijke familie natuurlijk." Als ik een kijkje in de keuken wil nemen wordt de deur snel voor mijn neus dichtgetrokken.

Televisieschermen
kilometer lang, dus een groot deel van de race is onzichtbaar voor de tribune. Namen de bedoeïenen daar vroeger genoegen mee, nu niet meer. Op de tribune staan grote televisieschermen opgesteld. Na het startschot volgen de liefhebbers van de kamelen hun favorieten op de televisieschermen, via een gesloten circuit. Een Toyota Landcruiser met in de achterbak een camera-man volgt de kamelen langs hun hele route. Bij de plek van de start verzamelen zich honderden kamelen, en om daar een fraai plaatje van te schieten rijd ik erheen. Mijn eenvoudige huurauto valt in het niet bij de krachtige Toyota Landcruisers waarvan er tientallen in het zand staan geparkeerd. Nauwelijks komt de camera uit de tas of een zwarte auto van het ministerie van binnenlandse zaken komt aangereden. Een jonge officier stapt uit en maakt vriendelijk duidelijk dat "vreemdelingen" ongewenst zijn bij de start. „Wat nou? Hoe kan ik dan foto's maken?" „U mag foto's maken vanaf de tribune." „Daar kun je niets zien, dat is te ver van de start." „Terug meneer."

"Negatief"
Na de eerste rit, gewonnen door een reusachtige kameel met bovenop een minimaal jochie, snellen veel bewoners van Dubai de baan op. Goed idee, om nog wat foto's te maken. „U mag hier geen foto's maken", zegt een aardige knaap, die zelf eigenaar van twee kamelen blijkt te zijn. „Dat wil Sjeik Maktoum niet. Onlangs stond in een tijdschrift een foto van een kameel met daarop een kleine jongen. Het bijschrift was veel te negatief, over kinderarbeid of zoiets." Even later komt de jongen, hij blijkt een Soedanees met de naam Mahmud Ibrahim, terug en hij nodigt me uit om in zijn auto mee te rijden. Een Toyota Landcruiser natuurlijk. Met hoge snelheid scheuren we door het zand, terug naar de start waar ik niet mocht zijn. „Verboden voor buitenlanders", zegt een politieman ferm. „Maar hij is mijn vriend, en hij spreekt nog Arabisch ook!", legt Mahmud Ibrahim aan de politieman uit. „En hij zal geen foto's maken!"

Import-kinderen
Tussen de honderden kamelen die op hun beurt wachten om tien kilometer te mogen rennen, zitten erg veel kleine jochies, de meesten nog geen 8 jaar oud. „Hoe lichter hoe beter", is het devies van de eigenaars, want met een lichte jockey is het makkelijker winnen. De welgestelde ouders uit de Emiraten stellen hun kinderen natuurlijk niet aan dit soort gevaren bloot, dus worden kinderen uit Bangladesj, Pakistan, Soedan of Egypte "geïmporteerd". Drie kleine knulletjes zitten in de schaduw van een auto, jawel een Toyota Landcruiser, en be- > ginnen een praatje. „Ik ben 15 jaar", zegt een van hen overtuigd. Ik schat hem op hooguit zeven, en na enig aandringen geeft hij toe dat hij het eigenlijk niet precies weet. Zijn ouders wonen in Pakistan, hij heeft ze in geen jaren gezien. En van zijn baas mag hij niets over zijn leeftijd zeggen. In Bangladesj is nog maar onlangs een bende van kinderrovers opgerold. De bende specialiseerde zich in het stelen van schriele knaapjes, voor de kamelenrennen in de Golf De lange, zware race op de rug van een kameel is heel slecht voor kinderen die nog zo klein zijn. Hun gewrichten kunnen voorgoed verknald worden door deze veel te zware belasting. De sjeiks die de kamelen bezitten, bekommeren zich niet erg om de kinderen die het rijwerk doen. Na afloop van elke rit worden de jongetjes snel van de kamelen getild, om daarna geen aandacht meer te krijgen.

Spijkerdun
Een Pakistaanse veearts, werkzaam voor de stallen van een plaatselijke sjeik, zegt dat kinderen tussen zes en zeven jaar "het best" zijn. „Als een jockey eenmaal zwaarder dan 20 kilo wordt, sturen we hem weer naar school." Makid, Massoud en Ali zijn drie jochies die nog een tijdje met de kamelen mee kunnen. Ze hebben nog de 'fietsenrekken' in hun mond die bewijzen hoe jong ze zijn. Verder zijn ze spijkerdun. Een Duitse toerist die ook bij de rennen was, zei toen hij de jongens in de buurt van de tribune zag: „Het lijken wel Somalische kinderen." Ali is nog zo klein, dat hij nauwelijks zijn evenwicht op de zwaar schuddende rug van de kameel kan bewaren. Hij heeft aan zijn broek speciale strips die zorgen dat hij aan het zadel van de kameel blijft "kleven". De jongens worden overigens wel betaald voor hun werk. Voor een gewone wedstrijd kunnen ze een envelop met 150 gulden krijgen. Bij heel belangrijke races verdienen ze soms 2500 gulden.Naar de maatstaven van Bangladesj een fortuin, voor de Emiraten een schijntje.

Prijzen
"Veel van de kamelen hier kosten meer dan miljoen dirham (ongeveer 500.000 gulden)", zegt Mahmud Ibrahim. „Maar soms is een sjeik bereid wel 20 miljoen dirham te betalen, als de kameel echt heel goed is." Bij grote wedstrijden worden stevige prijzen uitgereikt. Sjeik Mohammed bin Rashid, een broer van de heerser van Dubai en minister van defensie van de Emiraten, vertrekt later op de dag naar al-Ain voor rennen daar. Hij weet niet wat hij liever heeft, de eerste prijs -een Mercedes 500-, of de tweede prijs - inderdaad, een Toyota Landcruiser. Sjeik Mohammed bin Rashid bezit meer dan 5000 kamelen, waarvan 2000 voor de rennen. De overige 3000 heeft hij voor de fok. Zijn broer, sjeik Hamdan, bezit "slechts" 2000 kamelen.

Mishandeling
Ten slotte accepteert de politie mijn aanwezigheid niet langer. Mijn Soedanese vriend Mahmud moet me terugbrengen naar de tribune, waar intussen ook een paar busladingen toeristen zich vergapen aan het spektakel. „Het is leuk om te zien, maar wat me irriteert is dat zulke kleine kinderen worden gebruikt", zegt een Zweedse toerist. Hij wist naar een paar knulletjes die net van hun kameel zijn geholpen. „Dat is toch kindermishandeling?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.