+ Meer informatie

Een christelijke handreiking bij adoptie

10 minuten leestijd

Geadopteerde kinderen, wie kent ze niet? U ziet deze kinderen op school. U ontmoet ze in de kerkelijke gemeente. Misschien hebt u geadopteerde kinderen in de familiekring. Mogelijk bent u er nog nauwer bij betrokken, en hebt u zelf kinderen geadopteerd. Of u staat misschien nog aan het begin van de lange weg die 'adoptie' heet. Onlangs verscheen een informatief boekje over dit onderwerp.

Timo is naar schatting 3 jaar oud als hij de reis naar Neder- X 11 land maakt. Zijn adoptieouders zijn erg verrast als hij hen op Schiphol begroet met 'mama' en 'papa' en meteen zijn arm om zijn nieuwe moeder heen slaat. In huis gekomen gaat hij eerst op inspectie: het hele huis, inclusief kasten, wordt bekeken. Oververmoeid valt hij even later in een diepe slaap waaruit zijn moeder hem -enigszins ongerust- na 14 uur wekt. Verbaasd kijkt ze toe hoe Timo zijn eigen bedje opmaakt. Ook de volgende dagen blijkt steeds weer dat Timo goed getraind is. Kopjes en schoteltjes worden door hem naar de keuken gebracht en zijn broer wordt terechtgewezen wanneer deze zijn jas laat slingeren. Het eten laat Timo zich goed smaken. In een maand komt hij wel vier kilo aan! In de omgang met andere mensen -en die komen de eerste tijd nogal eens over de vloer- is Timo erg enthousiast. Hij klimt bij iedereen op schoot en geniet van de vele aandacht die hij krijgt. Bepaalde gedragingen vallen de eerste tijd sterk op. Wanneer bij voorbeeld de groenteboer met zijn geldbuidel in de buurt komt, houdt Timo steevast een 'bedelhandje' op. Ook merken zijn ouders dat hij bijzondere aandacht heeft voor vuilnisbakken. Hoewel er weinig bekend is over zijn verleden, geeft dit wel een vermoeden van de armoede waarin dit kind geleefd moet hebben!

Bezinning
In Nederland hebben al meer dan 20.000 kinderen een plekje gevonden in een gezin. Elk jaar komen er zo'n zes- tot achthonderd bij. Dat betekent dat heel veel mensen intensief bezig zijn met de beslissing om tot adoptie over te gaan, met de langdurige procedure eer het kind in het eigen gezin opgenomen kan worden en ten slotte ook met de opvoeding van het geadopteerde kind. Wie ermee te maken heeft, zal graag informatie hebben. In de serie "Praktisch en Pastoraal" is onlangs een deeltje verschenen over het adopteren van kinderen. Op de achterkaft staat te lezen: „Wanneer een echtpaar een of meer kinderen adopteert, is dit een keuze met grote consequenties. De ouders komen bij de voorbereiding van een adoptie en de opvoeding van hun geadopteerde kinderen voor vele vragen te staan. In dit boek willen de auteurs deze o (aanstaande) ouders een handreiking doen, door in te gaan op zowel praktische als pastorale vragen, zoals: Wat zegt de Bijbel over adoptie? Aan welke voorwaarden moeten we voldoen om een kind te kunnen adopteren? Hoe verloopt de procedure? Wat zijn de financiële consequenties? Wat betekent adoptie voor een kind en wat kunnen we bij de opvoeding tegenkomen? Mogen geadopteerde kinderen gedoopt worden?" De beide schrijvers, drs. P.P. van Dorp-Stolk en W. Visser, kunnen beiden uit eigen ervaring putten. Zij hebben namelijk zelf ook kinderen geadopteerd. En dat is in het boekje dan ook terdege te merken.

Geen kinderen....
„Kon er nu nog maar iets geprobeerd worden", zo verzuchtten Jaap en Diny. Na het gesprek met de specialist die hen meedeelde dat zij geen eigen kinderen zouden krijgen, stortte hun wereld in. De eerste maanden waren erg moeilijk. Aan andere mogelijkheden om een kindje te krijgen dachten ze niet; althans, ze schoven deze ver van zich af Ze verlangden immers maar naar één ding: een kindje van henzelf Langzamerhand kwam hier verandering en kregen Jaap en Diny weer ruimte om aan andere dingen te gaan denken. Ze gingen zich afvragen hoe ze nu hun leven verder moesten inrichten: altijd samen blijven -en dat zou betekenen op den duur alleen- of zoeken naar andere wegen om het ouderschap te kunnen beleven. Heel voorzichtig, zonder er )f.. p.p. «an DorpAr. Viaser nog met iemand over te praten, gingen ze op zoek en zo kwamen ze uit bij adoptie. De gedachte sprak hen wel aan en hoewel ze er nog lang niet aan toe waren om daadwerkelijk voor een ander kindje te gaan zorgen, besloten ze toch om zich vast op de wachtlijst te laten plaatsen. Het zou immers nog wel enkele jaren duren voordat ze aan de beurt waren! Een periode die ze goed konden gebruiken om langzaam aan de gedachte te wennen en voor zichzelf helder te krijgen of ze op deze weg verder zouden gaan.

Mag het wel?
Bij de meeste echtparen die zich bij het ministerie van justitie aanmelden voor adoptie, is de kinderkamer leeg gebleven. Een intens verdrietige periode is over hen heen gegaan. Allerlei vragen bestormden hun hart. „Kinderen zijn toch een zegen des Heeren en des buiks vrucht is toch een beloning? Waarom ontvangen wij dan van de Heere de kinderzegen niet?" En als dan -soms pas na lange tijd- de gedachten uitgaan naar een geadopteerd kindje, komen weer andere vragen op: „Mogen we deze weg om tot ouderschap te komen wel ingaan? Is dat niet weglopen onder het kruis dat de Heere in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid op de schouders heeft gelegd? Hoe ligt dit in de weg van Gods voorzienigheid?" Sommige echtparen zullen om die reden geen enkele vrijmoedigheid hebben om kinderen te adopteren. Zij geloven dat de Heere dan een andere levenstaak zal wijzen. Er zijn ook echtparen die toch tot adoptie durven overgaan in de wetenschap dat de Heere hun deze weg wijst. Als 't goed is, mogen zij biddend deze zaak aan de Heere voorleggen.

Onbezonnen
Na verloop van tijd wordt de adoptie bekend. Anderen horen ervan en reageren op het bericht. „Naast fijn en goed meeleven zal een veelzeggend stilzwijgen pijn doen en zullen onbezonnen woorden littekens veroorzaken. Ook de predikant, ouderlingen en diakenen weten niet altijd op de juiste wijze om te gaan met ouders die tot adoptie wensen over te gaan: „Begin er maar nooit aan! Je haalt tenslotte vreemd bloed in huis; het zijn kinderen vanuit een totaal andere cultuur en zonder dat je het weet, haal je het kind van een crimineel in huis..." De schrijvers wijzen er hier terecht op, dat ook kinderen die op de natuurlijke weg in het gezin komen, Adamskinderen zijn.

Een lange weg
Het is een lange weg die het echtpaar te gaan heeft vanaf de serieuze overweging om een kindje te adopteren tot het moment waarop ze de kinderkamer gevuld zien. Na de aanvraag duur het wel twee jaar een er een gezinsonderzoek plaatsvindt. Men krijgt daarna een beginseltoestemming en dan kan men zich bij een bemiddelingsorganisatie inschrijven. De aankomende adoptie wordt al wezenlijker. Het kind woont nu al ergens in een ander land of het moet nog geboren worden. Het is nog een volslagen vreemde en toch krijgt het al wat meer vorm. 't Gevoel van 'in verwachting zijn' wordt sterker. Een adoptie verloopt echter zelden zoals men verwacht. Het kan heel lang duren eer er een kindje is. Maar 't kan ook overrompelend snel gaan. En het kan ook een 'miskraam' worden. „Telkens weer sta je in de adoptiewereld voor onverwachte omstandigheden. Zo stonden de koffers al gepakt en waren alle voorbereidingen voor een adoptiereis naar het Verre Oosten in een vergevorderd stadium (...). Totdat... de telefoon rinkelde en dat telefoontje vanuit het bemiddelingsbureau alle verwachtingen wegnam: de grenzen van het land waren met ingang van heden gesloten voor adopties! Wat kan één zo'n zinnetje veel teweegbrengen. Vragen, twijfels, onzekerheden en verslagenheid. Wie kan Gods wijs beleid doorgronden? Een moeilijke tijd brak aan: hoe verwerk je zo'n adoptie-'miskraam'?"

Niet alleen rozegeur
Ten slotte komt dan toch het lang verbeide, verlossende bericht: „Er is een kindje voor jullie!" Allerlei bijzonderheden worden nu bekend en de aanstaande ouders zouden wel direct ernaartoe willen om hun kindje in de armen te sluiten. Sommige landen eisen dat de ouders zelf komen om bij de adoptie-uitspraak aanwezig te zijn. In andere landen hoeft dat niet. Wat een blij en feestelijk moment, wanneer je als kersverse ouders met je kindje thuis mag komen. Dat wil niet zeggen dat het leven nu voortaan rozegeur en maneschijn zal zijn. De ouders zijn, als ze hun kindje hebben moeten halen, oververmoeid. En het kind -hoe klein ook- moet zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Een baby voelt het, als hij anders wordt gepakt en alleen in z'n bedje ligt. De voeding is veranderd, het klimaat is anders. Geen wonder dat zo'n kind in het begin prikkelbaar en huilerig kan zijn. Een ouder kind heeft het nog moeilijker. Het verstaat de taal niet. Het kent de gewoonten niet, 't eten smaakt anders en het is zo koud in dat vreemde land. Eten en slapen geven in de eerste tijd de meeste problemen. „Het komt vaak voor dat een kind angstig is, 's nachts gillend wakker wordt of zelfs niet durft in te slapen: je weet immers maar nooit wat er met je gebeurt als je even niet oplet!" Veel kinderen blijken bij aankomst ondervoed te zijn en ook darmstoornissen en huidinfecties, zoals schurft en schimmels, komen nog al eens voor.

Ouder worden
Hoe gaat het verder met de geadopteerde kinderen? Nog niet zo heel lang geleden is er een onderzoek gedaan naar de problemen die zich kunnen voordoen bij opgroeiende adoptiekinderen van 9 tot 17 jaar. Het bleek dat geadopteerde kinderen (en daarbij meer jongens dan meisjes) meer gedragsproblemen laten zien dan niet-geadopteerde kinderen. Verhoudingsgewijs komen veel van deze kinderen in het speciaal onderwijs terecht. De gegevens kwamen duidelijk overeen met die uit het buitenland. Soms lopen de problemen in het adoptiegezin zo hoog op, dan het zowel voor het kind als voor de ouders beter is dat het kind uit huis geplaatst wordt. Wat een verdriet brengt dat mee! Helaas ondervindt men doorgaans weinig steun van de naaste omgeving. „Zie je nu wel, we hebben je gewaarschuwd... je hebt het toch zelf gewild."

Wie ben ik?
Gelukkig gaat het heel vaak wèl goed in het gezin. De opvoeding van adoptiekinderen lijkt veel op de opvoeding van eigen kinderen. Natuurlijk zijn er wel verschillen, want ieder adoptiekind heeft een verleden. De vroegere gebeurtenissen kunnen diepe sporen achterlaten en doorwerken in de groei naar de volwassenheid. Adoptiekinderen krijgen ook te maken met de vraag naar hun identiteit. „Wie ben ik eigenlijk? Waar kom ik vandaan?" De rol van de ouders is heel belangrijk. Zij moeten hun geadopteerde kind in deze levensfase veiligheid bieden, geborgenheid verschaffen. Het kind moet verzekerd zijn van de steun van zijn ouders, wil het zich goed kunnen ontwikkelen. Het adoptiekind ziet er anders uit dan de andere kinderen. Het valt op door zijn huidskleur en krijgt misschien wel te maken met discriminatie. Het is een hele opgave voor de ouders om hun kind te leren omgaan met zijn anders-zijn. Zij kunnen het beste op een nuchtere en ontspannen manier met het anders-zijn omgaan.

Geestelijke adoptie
De kinderen, uit allerlei landen afkomstig, mogen onder Gods voorzienigheid in heel andere levensomstandigheden terechtkomen. Een veel grotere zegen is echter dat ze nu mogen verkeren onder de genademiddelen. Zij leven onder en met het geopende Woord Gods. Geen groter zegen is te bedenken als mocht gelden voor onze adoptiekinderen: "Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn hart, maar nu ben ik nabij gekomen door de genade Gods." Moge dit ons uitzien zijn: „Heere, leer onze kinderen door Uw Geest U Vader noemen en als Vader kennen".

N.a.v. "ADOPTIE, een christelijke handreiking bij beslissing, procedure en opvoeding" door drs. P.P. van Dorp-Stolk en W. Visser; met lijst adressen en te raadplegen literatuur; uitg. Groen en Zn, Leiden; 96 pag, ƒ 18,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.