+ Meer informatie

Een conferentie die tot bezinning stemt

3 minuten leestijd

Dé diakenenconferentie 1962 — op 3 mei te Apeldoorn gehouden — is een goede conferentie geweest. Zij heeft de aanwezige diakenen — en een verbindend aantal gasten — ongetwijfeld gestimuleerd tot bezinning op de taak van de ambtsdrager in deze tijd. Met opzet schrijven wij „ambtsdrager” en niet „diaken”. Want als één zaak in Apeldoorn duidelijk is geworden dan was het wel deze: dat het leven van vandaag specifieke eisen stelt aan allen, die vandaag in-het-ambt-staan, zij het in het ambt van pastor, ouderling of diaken dan wel in het ambt-der-gelovigen. Voor ons persoonlijk gevoel is dit de boodschap geweest van de diakenenconferentie 1962: De tijd, die wij beleven draagt, enerzijds als gevolg van de grotere mogelijkheden, aie zij opent (op wetenschappelijk gebied e.d.), anderzijds door de strijd en de aanpassingsmoeilijkheden, die zij in het gemoed van de enkele mens oproept, de kerken uit zich ernstiger dan ooit te beraden op het woord dat zij in-opdracht spreken. Een woord, dat tegelijk daad moet zijn en lokkend voorbeeld.

Ter conferentie ging het vooral over de vraag welke instantie het antwoord, dat een samenleving in nood heden behoeft. bijzonderlijk zal dienen uit te spreken. Deze probleemstelling leidde de gedachten als vanzelf in de richting van het maatschappelijk werk en de instellingen, die men, al dan niet in samenwerking met andere kerkgenootschappen, daarvoor in stand zal hebben te houden. Aldus domineerde een zoeken naar de practisch-bruikbare oplossing binnen een gegeven situatie met zus-en-zo — ambtelijk dan wel niet-ambtelijk — „geïnstrumenteerde” kerken.

Het merkwaardige was echter, dat toch ook in de discussies telkens weer de roep om een meer critische benadering van het zo-zijn dier kerkelijke bewerktuiging doorklonk. Er werden — om een voorbeeld te noemen — meermaien dwarsverbindingen gelegd tussen maatschappelijk werk èn diakonaat èn pastoraat. Er werd gevraagd naar de verhouding der ambten, naar de relatie tussen ambt en specialiteiten, naar het wezenlijke van het ambt. En zodra dergelijke vraagstukken aan de orde kwamen viel te bemerken, dat juist deze ook binnen de kring van andere kerken van „gereformeerde gezindte” leven. Organisatorisch mag dan de een de ander naar het schijnt een tikje voor-zijn, bepaalde kernvragen blijven allen intrigeren.

Ziedaar het punt dat tot denken stemt. Er blijkt behoefte aan bezinning op heel de kerkelijk-ambtelijk-organisatorische struetuur, zoals deze in de loop der eeuwen is gegroeid (of uiteen-gegroeid?). Deze zaak zal sterker de aandacht vragen, naarmate men ernstiger gaat streven naar op deze tijd toegespitst kerkewerk. Zulk kerkewerk zal in al zijn facetten het stempel moeten dragen van pastorale-presbyteriale-diaconale-bewogenheid-in-één. En om dit te bereiken zullen de ambten, zoals deze zich in bepaalde opzichten hebben verzelfstandigd, dichter tot elkaar moeten worden gebracht. Opdat zij. nauwer verstrengeld, het getuigenis kunnen uitbrengen. dat de eenheid-des-levens-in-Christus voor een vereenzijdigde en daardoor vereenzaamde wereld tot een zichtbare daad maakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.