+ Meer informatie

Over de toekomst van een speelman

Prof. dr. F. C. Stam bij 100 jaar NOV: „Sommigen verdienen niet eens het minimum

5 minuten leestijd

Deze week was het honderd jaar geleden dat de Nederlandse Organistenvereniging (NOV) werd opgericht. De NOV is intussen uitgegroeid tot de grootste en belangrijkste organistenvereniging in Nederland en heeft ook internationaal een reputatie van betekenis verworven. Ter gelegenheid van het eeuwfeest zal dit jaar een groot aantal activiteiten plaatsvinden, met als hoogtepunt een vierdaags congres te Amsterdam: "Orgelcultuur op de scheidslijn van kerk en staat".

Het plan om tot oprichting van een organistenvereniging te komen werd in 1889 gepubliceerd in het tijdschrift Het Orgel. Van dit aanvankelijk onafhankelijke maandblad, onder redactie van Marinus Hendrik van 't Kruijs, verscheen op 1 maart 1886 het eerste nummer. De belangstelling voor het initiatief van Jos. A. Verheijen, M. H. van 't Kruijs, M. Bolles en J. B. Litzau was niet erg groot. Verheijen heeft uiteindelijk het plan doorgezet. Als het aan Van 't Kruijs, Boltes en Litzau had gelegen, was de oprichting in Hotel Krasnapolsky te Amsterdam vanwege de geringe belangstelling niet doorgegaan. A. Pomper, die behalve organist van de lutherse kerk te Amsterdam ook wiskundige was, adviseerde de jonge vereniging inzake de oprichting van een pensioenfonds.


Sociale bewogenheid


De oprichting van de vereniging vloeide voort uit de sociale bewogenheid van een groep organisten met de armoedige omstandigheden waarin oudere collega's en weduwen van organisten vaak verkeerden. Martin Boltes, destijds organist van de Engelse episcopale kerk te Amsterdam, vertelt daarover in Het Orgel: „Een in behoeftige omstandigheden verkerende oude organist smeekte mij: Sluit U allen aaneen en richt een vereniging op om elkander te steunen en te helpen. Het zal U niet moeilijk vallen, enige gelijkgezinden te vinden, die evenals gij overtuigd zullen zijn van het grote nut dat zij stichten. Neem mij tot voorbeeld voor ogen en vat de. zaak krachtig aan, dan zult gij slagen".


Boltes maakte de woorden van zijn collega tot de zijne en riep zijn collegae toe: „Sluit U bij ons aan! Wij vragen niet of gij organist zijt ener Katholieke, Lutherse of Doopsgezinde, Remonstrantse of Afgescheiden kerk, wij vragen slechts of gij van goeden wille zijt om met ons mee te werken ter bereiking van het humane doel, dat wij ons hebben voorgesteld".

Het Orgel

Tijdens de eerste algemene vergadering, op 3 juli 1890 , bleek het ledental inmiddels 62 te bedragen. Honderd jaar later biedt de NOV een geheel andere aanblik. Met zo'n 1600 leden is de NOV de oudste, de grootste en de belangrijkste organistenvereniging van ons land. Intussen is het maandblad Het Orgel toe aan zijn 85e jaargang en geldt het (met zo'n 500 pagina'sper jaar) onweersproken als het belangrijkste orgeltijdschrift van Nederland. Het bevat actuele en uitgebreide informatie over orgelbouw en orgelrestauratie, artikelen over orgelspel, orgelmuziek en kerkmuziek, muziekwetenschappelijke bijdragen, muziek- en boekbesprekingen, actuele berichten enzovoorts.

Het Orgel is het enige platform in Nederland voor wetenschappelijke artikelen op het gebied van orgelbouw en orgelspel. Diverse artikelen hebben vertaald hun weg gevonden naar verschillende andere landen. Behalve aan de 1600 leden wordt het tijdschrift ook nog toegezonden aan zo'n 500 abonnees, van wie er velen in het buitenland woonachtig zijn.

Toekomst

Na de oprichting in 1890 ging de NOV zich geleidelijk aan steeds meer richten op ideële doelen, zoals het orgelspel, de orgelbouw en de kerkmuziek, en ontplooide zij tal van activiteiten om haar doelstelling (inmiddels verruimd tot het behartigen en bevorderen van muziek in de eredienst en van het orgelspel in het algemeen) te bereiken.


Toch is het toekomstbeeld somber. De huidige voorzitter van de NOV, prof. dr. F. C. Stam, is bezorgd over de toekomst van zijn vereniging in het algemeen en de orgelmuziek in het bijzonder. Dat lijkt merkwaardig. Is het niet veeleer zo dat het orgel, het orgelspel en de orgelmuziek meer dan ooit in de belangstelling staan? Prof. Stam: „Het is nog meer waar dat de kerken leeglopen of verdwijnen. Daardoor blijven er steeds minder plaatsen over voor de beroepsorganisten. En wij willen niet dat met de leegloop der kerken ook de orgelkunst verdwijnt. Als NOV proberen wij bij het publiek de orgelkunst levendig te houden. Maar dat wordt steeds moeilijker. Je ziet dat veel kerken nog met kunst- en vliegwerk draaien. Hoe gaat het dan met de organisten? Precies, ze denken er niet aan om zich te binden of ze proberen elders hun heil te zoeken!" Stam weet van organisten die minder verdienen dan het minimumloon. Van hun kerkelijk functioneren kunnen ze sowieso al niet bestaan. Ze houden het op de been met wat muziekles te geven of laten zich van armoede omscholen tot bij voorbeeld een administratieve functie. Stam ziet weinig vooruitzichten voor jongelui die orgel willen gaan studeren. Evenmin verwacht hij een reveil.


Dorpsorganisten


Van de NO V-leden is 80 procent amateur-organist. Toch wordt de NOV wel verweten dat zij onvoldoende aandacht Heeft voor deze groep en zich nogal elitair opstelt. Prof. Stam: „De laatste jaren is dat beslist niet het geval. Kijk, in Het Orgel vind je geen knusse verhaaltjes. Het is onze bedoeling de leden en lezers goede kost voor te zetten. Voor hen die dat te moeilijk vinden, is dat dan een beetje jammer. Maar men kan altijd vragen hoe het zit. En dat gebeurt dan kennelijk te weinig".


Daarnaast is Stam van mening dat we de orgelwereld moeten aanvaarden zoals deze in werkelijkheid is. „Ook de dorpsorganisten, zij die niet de opleiding genoten hebben die je als NOV graag zou willen, horen er bij. We proberen ze leergierig te maken. Daarom wordt er veel in districtsverband gedaan, want daarbinnen bepalen de goedwillende dorpsorganisten de orgelcultuur. En zij die niet willen, of het allemaal wel weten, ach... die bereik je toch niet".


Imago


„Het orgel is een sluitpost", zegt Stam. „Wanneer de kerk het hoofd niet meer boven water kan houden, gaat eerst de organist eruit, want die kost geld. Om die reden zou het 'kerkelijk imago' van het orgel veranderd moeten worden. Waarom gaan we niet in een wijkgebouw of in een buurthuis een echt pijporgel neerzetten waarop organisten het publiek met de orgelliteratuur vertrouwd maken?" Het klinkt een beetje wrang. De ondertoon is meer die van... „Het is toch onhaalbaar". Het meest trieste vindt Stam dat de organistenverenigingen in ons land geen vuist kunnen maken. „Door de verzuiling blijft de slagkracht zwak en de financiële draagkracht laag. Onder de huidige maatschappelijke omstandigheden zou dat wel eens de nekslag kunnen betekenen voor de orgelmuziek en het bestaan van een orgelcultuur".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.