+ Meer informatie

Hij houdt zich goed op de kinderpoli!

3 minuten leestijd

Een week voor de pinkstervakantie word ik door de schooldokter opgebeld. „Is het al beter met 'm dan vorig jaar?", informeert ze belangstellend. Eventjes moet ik zelfs diep nadenken voor ik begrijp wat ze nou precies bedoelt en helaas moet ik daarna ontkennend antwoorden. „Hij wordt nu toch wel te oud voor zoiets", gaat ze verder en ik beaam dat hartgrondig, want ik zit al maanden te dubben tussen nog maar even aankijken of nog eens naar de dokter. „Zal ik Robert een brief meegeven voor de huisarts met het advies dat hij toch eens verderop moet?", stelt ze voor, en ook daar ben ik het roerend mee eens. Twee dagen later zitten we bij de huisarts. Het bezoek aan de dokter valt niet eens tegen. Gezellig zit Robert op het opstapje van de behandeltafel en beantwoordt kalm alle vragen. „Tja", aarzelt de dokter, „6V2 is hij nou." „7'/;" verbeter ik. „Tja, dan zullen we er toch niet onderuit kunnen." Een afspraak met de kinderpoH is snel gemaakt, volgende week dinsdag kunnen we al. Zodoende wordt de pinkstervakantie een taai weekje. Dinsdags het bezoek aan de kinderarts, die hem van top tot teen onderzoekt en me ten slotte een handvol papieren met gebruiksaanwijzing overhandigt. Twee zijn er om direct weer ergens anders in te leveren; één om bloed te prikken en één voor z'n urine. Gelukkig had ik hem thuis al enigszins voorbereid op deze handelingen en hem, als hij flink was, een joekel van een ijsje in het vooruitzicht gesteld.

Een beetje timide schuiven we het hokje in dat ons door een laborante wordt toegewezen. Ondertussen glijden z'n ogen vliegensvlug in het rond of er geen eng uitziende dingen zijn. „Je mag op je moeders schoot gaan zitten in die stoel", vertelt de verpleegster die binnenkomt. En dan herstelt hij zich. Hij ploft alleen in de stoel en zegt: „Hu, 'k ben geen klein kind meer hoor!" „Moet ik echt niet...", probeer ik, maar: „Nee, écht niet!" Twee tellen later komt er een andere zuster helpen om z'n arm even goed stil te houden en dan kijkt hij toch wat ongerust. „Au", zegt hij als er nog niet geprikt is en als er echt geprikt wordt, zegt hij niks. Vier buisjes! Direct daarna wil hij opstaan, maar hij wankelt en wordt akelig geel om z'n neus. De zuster kletst wat over koetjes en kalfjes en houdt hem intussen goed in de gaten, terwijl ze wel twaalf verschillende pleisters voor hem uitstalt waaruit hij mag kiezen. Witjes en onzeker loopt hij daarna mee naar het toilet waar hij een beker moet vullen. Dat was het voor vandaag. Trots laat hij papa de pleister bewonderen en even later likt hij met een voldaan gevoel aan een heel groot ijsje. Met drie nieuwe afspraken -twee voor de röntgen en één voor de kinderarts- rijden we naar huis.

Vrijdag is het blaasonderzoek. Vanaf donderdagmiddag 12 uur mag hij alleen nog wat beschuitjes en water. Vrij nauwkeurig heb ik uitgelegd wat er staat te gebeuren en hij doet in het ziekenhuis zo rustig wat er van hem verwacht wordt dat het hem alleen maar twee maal "au" kost. Ook papa kijkt blij verrast op in de wachtkamer als hij binnen het kwartier met een gewichtig gezicht en blijkbaar ongeschonden voor z'n neus staat. „Om m'n lego!", zegt hij triomfantelijk, omdat we dit als pleister op de wonde beloofd hebben, want iedereen beweerde dat het zo'n naar onderzoek was. Maar Robert vindt het nogal makkelijk verdiend. Gelukkig maar!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.