+ Meer informatie

Op excursie met Marnix

Besluit van het bijenpraatje

4 minuten leestijd

Nog even moeten we Marnix volgen, wanneer deze spreekt over de honing van de bijen, in de tiende afdeling. Eerst heeft hij beschreven dat deze honing vooral in Spanje wordt gebruikt, maar ook in Duitsland en Frankrijk. In dit laatste land en ook in Nederland is hij zeer uit de mode geraakt, maar er waren weer schepen vol uit Spanje aangevoerd (Marnix heeft hier het oog op Alva en Granville). Over de honing zelf zegt hij:

Deze honing is bloedvervig en wordt nimmer dik noch vast, maar blijft altijd gestadig vloeiende; ook heeft hij een zeer wonderlijke reuk, want hij riekt zeer sterk naar de honingraat, die meest van de stinkende Roomse Decreten en Decretalen gemaakt is, en met vuil stinkend water gestoofd; ook vliegt hij aanstonds naar het hoofd, en doet niet alleen niezen, maar berooft de mens ook van zijn zinnen en verstand; ook is hij zeer zwaar van gewicht, en daarom hebben zij, die dezelve gebruiken meestal een zwaar gemoed, alsof zij een molensteen op het hart geladen hadden; hij verhit al de leden en blaast de mensen zeer op, en maakt hen zeer hittig en toornig. Doch zij blijven op de aarde kruipende en willen ongaarne naar de hemel zien; zij zoeken altijd verkoeling en lopen als razende mensen van de ene plaats naar de andere, en werpen zich op hun knieën tegen houten blokken en stenen of metalen beelden, om wat verkoeld te worden. Zij snakken zeer naar de voornoemde stroop: siropus Missaticus: maar hoe meer zij van dezelve gebruiken, hoe meer zij opgeblazen worden met eigengerechtigheid en heiligheid, zodat zij ten laatste wel kunnen barsten. Dc schrijver van de Bijenkorf doet tegen voornoemde storingen echter een probaat middel aan de hand. Dat beschrijft hij in het elfde hoofdstuk, dat aldus luidt:

Het enige middel is, dat men hun zal doen overgeven, alles wat zij hebben ingenomen, maar zij willen er niet gaarne aan. En daarom zal men hun elke morgen een stroop van Hemelse honingdauw, waarvan wij boven gesproken hebben, geheel rauw en ongekookt ingeven, en als zij dit enige tijd gebruikt hebben, en wanneer hun lichaam hiermee bereid is en wel gezuiverd, zullen zij een drank innemen van het sap der Gratia Deï en palma Christi, en alzo zullen zij, met Gods hulp, licht weer tot goede gezondheid komen.

In het laatste hoofdstuk gaat het over de olie, ook genoemd door Aristoteles en Plinius, die beweren, dat de bijen sterven als ze met olie worden bestreken. Marnix zegt o.a. hier van:

Maar gij moet vooral opletten, op hetgeen Aristoteles en Plinius beschrijven van de andere gemene honingbijen, dat zij moeten sterven, wanneer men dezelve bestrijdt met olie; dat wordt verstaan van een zekere soort van olie of smeer, Heilige Olie genaamd. Want als onze bijen daarmede bestreken worden, dan gaan ze sterven, dat is zeker, en slechts zelden staan zij daarna weder op. Maar aangaande de andere Olie, zij hebben groot behagen in dezelve. Want zij kunnen in de Bijenkorf niet goed werken, of zij moeten eerst met olie bestreken zijn.

Na de Uitlegging en verklaring van de Bijenkorf, in twaalf hoofdstukken, volgt het Besluit, dat dan het besluit is van het gehéle boek. Marnix eindigt zijn werk dan aldus:

Ik heb u hieromtrent willen inlichten, lieve lezer! opdat gij de natuur en gesteldheid van deze Bijen zoudt kunnen onderscheiden van de gemene Honingbijen, en niet denken, dat zij in alles overeenkomen, want zij zijn in vele dingen verschillende. Maar ieder, die een weinig verstand heeft, zal het uit zich zeiven wel kunnen merken. Wij willen u dus niet langer bezighouden, en aan deze onze Bijenkorf een einde maken. Ieder leze, beschouwe en vooral overlegge al de getuigenissen, die hier zó uit de Schrift als uit andere boeken bijgebracht zijn; ik hoop dat men er groot nut en zoetigheid uit zal halen.

God de Heere wille ons allen te zamen verlichten door Zijn Heilige Geest, en beware ons voor de kracht der dwalingen, door Zijn eeuwige waarheid, wijsheid en Zoon Jezus Christus, wien alle lof, prijs en eer toekomt met de Vader, in de eeuwigheid des H. Geestes, AMEN.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.