+ Meer informatie

GEZIN EN SCHOOL

7 minuten leestijd

Het kind in het gezin

Voor de geestelijke ontwikkeling van het kind zijn gezin en school onmisbaar. Belangrijk is dat het kind er opgroeit in een sfeer van veiligheid en geborgenheid.

Het jonge kind is nog geheel afhankelijk van de opvoeders. Het luistert naar wat de ouders over God vertellen, het leert van hen het morgen- en avondgebed. Het voorbeeld van de ouders is vormend voor het kind; welke waarde hechten zij aan het lezen uit de Bijbel, aan het bidden en kerkgaan? Als jongeren in hun jeugd de God van hun vader en moeder niet leren kennen, blijven ze later voortdurend zoeken naar de zin van het leven.

Het kind en de buitenwereld

Bij het ouder worden krijgt het kind steeds meer oog voor de buitenwereld. Het socialisatieproces komt op gang en het kind leert de omgang met anderen. Het wil ook de werkelijkheid ontdekken en vraagt naar de betekenis van de dingen: waar mensen vandaan komen en wat er gebeurt na het sterven. De betekenis die de dingen krijgen, maar vooral de ervaring van de aanwezigheid van God in het leven bepalen in hoge mate de richting en inhoud van het levensplan. Onderzoek heeft aangetoond dat het levensplan al in de vroege kinderjaren wordt ontwikkeld.

Door de lichamelijke en psychische ontwikkeling leert het kind ook de gaven en mogelijkheden die het heeft ontvangen, gebruiken. Door de opvoeding leert het kind er verantwoord mee om te gaan. De opvoeding in het gezin, het leren omgaan met de Here in het dagelijks leven is van fundamentele betekenis voor de geestelijke volwassenwording van het kind.

Het kind op school

Op school wordt de ontwikkeling en wereldverkenning van het kind voortgezet. Het jonge kind gebruikt daarbij nog in hoge mate zijn fantasie. Het oudere kind gaat zich steeds meer richten op de realiteit. Wil ook weten of de dingen echt gebeurd zijn.

De denkbeeldige fantasiewereld gaat plaats maken voor de werkelijkheid waaraan het straks gaat deelnemen.

In het onderwijsproces neemt de onderwijsgevende een belangrijke plaats in: hij geeft immers betekenis aan de werkelijkheid waarin het kind opgroeit. Het kind leert de normen goed en kwaad en leert onderscheiden wat waar en niet waar is. In de “School met de bijbel” leert het kind eerbied voor de Schepper en verwondering voor alles wat geschapen is. Maar er wordt ook gesproken over wat de Bijbel openbaart over de zonde en de gevolgen daarvan: de verstoring van de relatie met God en de gebrokenheid van het leven. Het perspectief van de verlossing in Christus mag daarbij niet ontbreken.

Veranderingen in het onderwijs

In het verleden werd de schoolkeuze voor het christelijk onderwijs bepaald door de geloofskeuze van de ouders. De offers voor het verkrijgen van christelijk onderwijs werden gebracht in het besef dat voor de geestelijke toerusting van het kind christelijk onderwijs onmisbaar is.

In het “Nijmeegs Schoolblad” schreef Van der Brugghen in de jaren van de schoolstrijd: “Wij verlangen dat ook op school - en vooral op de school - het Woord Gods, het gefiele Woord van God, als de stem van de goede Herder gehoord zal worden”. Een gedachte die we nog nog maar sporadisch tegenkomen: in individuele gevallen en op gereformeerd-vrijgemaakte en reformatorische of op evangelische scholen, waar bij de toelating van leerlingen en het benoemen van leerkrachten de christelijke levensovertuiging een beslissende rol speelt.

Op de z.g. open christelijke school of ontmoetingsschool is in veel gevallen het door Gods Woord genormeerde onderwijs verleden tijd. Door de “Unie voor Christelijk Onderwijs” is dit in een extra Bulletin “De verzuiling voorbij” (1994) ook onder woorden gebracht: “Een nieuw tijdperk is aangebroken. De tijd van bevoogding en betutteling is voorbij. Confessionele grondslagen kunnen de christelijke school niet meer karakteriseren. De terugval in de oude allesomvattende systemen, star en fundamentalistisch zijn als zodanig door het post-modernisme ontmaskerd en voor onze tijd niet meer bruikbaar. Het gaat niet meer om confessie, om geloven “an sich”, maar om levensrelevante en taakgerichte geloofsinspiratie” en verder: “In de vernieuwde christelijke school zal het gaan om een praktijk die recht doet aan de pluriformiteit van de schoolbevolking, om praktijkgericht bezig zijn”.

En professor dr. S. Miedema, bijzonder hoogleraar voor de christelijke pedagogiek aan de V.U. zegt in 1994 in zijn inaugurele rede: “De levensbeschouwelijke fundering van het onderwijs moet vervangen worden door een onderwijskundige of pedagogische dimensie”. Volgens Miedema gaat het in de school om “de vorming van autonome en solidaire personen, die maatschappelijke verantwoordelijkheid kunnen dragen en bijdragen kunnen leveren aan de overdracht en de vemieuwing van de cultuur”.

Door de invloed van de secularisatie en de moderne theologie bestond er lange tijd een zekere verlegenheid omtrent de identiteit van het christelijk onderwijs. Die periode is gepasseerd, Een nieuwe tijd is aangebroken: een tijd waarin het bijbels denken en geloven heeft plaatsgemaakt voor de religieus-humane opvattingen van de autonome mens. Vele duizenden kinderen, waaronder kinderen uit christelijk-gereformeerde gezinnen, groeien op in een wereld die geen rekening meer houdt met God en Zijn Woord; kinderen die onderwijs ontvangen op scholen waar de stem van de goede Herder niet of nauwelijks meer gehoord wordt als onderwijsgevenden hun leven niet meer stellen onder de heerschappij van Christus.

De roeping der kerken

In een orgaan, bestemd voor ambtsdragers, willen wij ons bezinnen op de vraag wat in deze ontwikkeling de roeping der kerken is. In artikel 54 van de kerkorde worden kerkeraden opgeroepen om aan het onderwijs van de kinderen der gemeente aandacht en zorg te besteden.

Samenvattend willen we in dit kader een aantal aandachtspunten aanreiken:

* Een kerkeraad zal voldoende geïnformeerd moeten zijn omtrent de aard en inhoud van het onderwijs op de scholen waar de kinderen der gemeente onderwijs ontvangen.

* Reformatorisch onderwijs kan in een tijd van secularisatie en vervlakking van het christelijk onderwijs noodzaak zijn. We mogen daar dankbaar voor zijn. Maar behalve voorbede en ondersteuning blijft ook hier gerichte aandacht noodzakelijk. We denken in dit verband aan de noodzaak om kinderen op school toe te rusten voor een vijandige maatschappij, waar Gods verordeningen zijn vervangen door beslissingen van de autonome mens. Uit een verslag van een onderzoek onder ex-leerlingen van de Guido de Bresscholengemeenschap blijkt, dat door de “beschermende zelfgenoegzame sfeer binnen het reformatorisch onderwijs” jongeren onvoldoende zijn gevormd en toegerust voor een wereld waarin zij hun taak en opdracht zelfstandig gaan vervullen.

* In scholen voor open christelijk onderwijs is de mogelijkheid van bijbelgetrouwe ouders om invloed uit te oefenen vaak nihil geworden. In een bestuur, medezeggenschapsraad of ouderraad vormen zij vaak een minderheid. De plaats en taak van onderwijsgevenden in een omgeving waar het gezag van Gods Woord niet meer als norm wordt gehanteerd, is vaak moeilijk en zwaar. Aan ouders en onderwijsgevenden die in deze omstandigheden de strijd moeten voeren, behoort voldoende aandacht geschonken te worden in de voorbede en pastorale begeleiding en ondersteuning.

* Het onderhouden van contacten met het onderwijs is belangrijk. Op ontwikkelingen of Signalen uit het onderwijs welke in strijd zijn met Gods Woord, zal door de kerkeraad officieel gereageerd moeten worden.

* Als kinderen in de gemeente via het onderwijs op de scholen onvoldoende toegerust worden voor de levenstaak, zal een kerkeraad zorg dragen voor aanvullend onderwijs.

* In een tijd van secularisatie en godsverduistering is het belangrijk dat aan het voorbereidend catechetisch onderwijs vanaf de leeftijd van zeven jaar aandacht wordt geschonken.

* Op kerkeraadsvergaderingen zal jongerenzorg een steeds voorkomend agendapunt zijn. De invulling en uitvoering van de taak van de jeugdouderling vraagt om aandacht en toerusting.

* Op huisbezoek is het gesprek over de geloofsopvoeding in gezin en school een essentieel onderdeel.

* In de prediking en voorbede wordt aandacht geschonken aan opvoeding en onderwijs, opdat de kinderen der gemeente leren drinken uit de Levensbron en mogen opgroeien in de vreze des Here.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.