+ Meer informatie

Geroepen naar Gods voornemen

5 minuten leestijd

14

Nog eens uit de begin-periode

De laatste keer hebben we iets gezien uit de begin-periode van de kerken der afscheiding. De „vader” der scheiding, Ds. Hendrik de Cock benadrukte het zalig-worden uit enkele genade in geschrift en prediking. Duidelijk blijkt het, dat hij dit ook wilde laten doorklinken in de roeping Gods tot zaligheid.

We gaan nu nog naar een andere figuur uit het begin, die gearbeid heeft aan de andere kant van ons land, in het zuiden namelijk Gezelle Meerburg. Over hem hebben we al geschreven in de eerste jaargang van ons blad. We kunnen hem zeker nu niet voorbijgaan, als het gaat over de tweeerlei roeping.

Ruim 20 jaar heeft Gezelle Meerburg ná zijn afscheiding van de Hervormde Kerk de kerken der Afscheiding gediend. Al die tijd heeft hij gepreekt in het land van Altena en omgeving. Hij stond bekend als een boete-prediker, die in grote ernst het Woord Gods bracht. Heel wat preken van hem zijn bewaard gebleven, zodat we daarin kunnen lezen wat hij gedacht heeft óók over de roeping.

Het meest-bekende zijn de preken over de Heidelbergse Catechismus, die nog maar kort geleden herdrukt zijn en tot vandaag gelezen worden. Zij zijn eenvoudig en gaan niet voorbij aan de leidingen, die de Heere houdt met de Zijnen. Wedergeboorte, geloof en bekering zijn geen begrippen in deze preken, maar worden er voluit in verdisconteerd. Terecht wordt in de korte voorrede op deze preken gesproken van de „levenswaarheden onzer belijdenis”. De uitdrukking klinkt misschien wat minder mooi, maar de bedoeling is goed en duidelijk.

In de preek over Zondag 21 vr. en antw. 54 schrijft Gezelle Meerburg met uitdrukkelijke woorden over de tweeërlei roeping. Het gaat daar over de vergadering van de Kerk des Heeren, van de uitverkoren gemeente. We lezen dan: „Door het Woord, door Wet en Evangelie worden zij — nml. die tot de Kerk vergaderd worden — geroepen, want het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods”. Deze roeping echter, welke een uitwendige genoemd wordt, geschiedt alleen om der uitverkorenen wil, dewijl Gods Woord niet ledig tot Hem wederkeren kan. Dit zou echter geschieden, indien het met de Geest niet gepaard ging, indien zij niet inwendig door de H. Geest geroepen werden”.

Ieder, die dit gedeelte leest, moet wel eraan denken, dat Gezelle Meerburg hier preekt over de toebrenging der uitverkorenen. Een uitdrukking als: „geschiedt alleen om der uitverkorenen wil” moet ook in dat verband gelezen worden. Het zal straks blijken, dat deze prediker nooit gewild heeft de prediking van het Evangelie enkel aan de uitverkorenen.

In een preek over Zondag 25 horen we weer iets over de roeping Gods: „Gods Woord is wel als een hamer, die de steenrots te morzel slaat, maar die hamer moet door de Geest worden aangedreven, anders zal er geen gruis van de steenrots afspringen, neen, een leraar mag prediken zijn gehele leven door met ijver en ernst, hij kan de woorden slechts tot het oor der hoorders brengen, maar geen gelovigen maken; dat is het werk van God de Heilige Geest alleen en onverdeeld. Doch deze werking van de Heilige Geest moeten wij niet zó verstaan, alsof deze de mens slechts aanraadt om te geloven, of hem bloot de krachten schenkt, om, indien hij wil, te kunnen geloven; dat mogen anderen menen, om daarmede aan de natuurlijke hoogmoed van de mens voedsel te geven en zijn gehele verdorvenheid en volslagen onmacht daardoor te verminderen, wij zeggen met de Gereformeerde kerk, op grond van Gods Woord, dat deze werking inwendig, bovennatuurlijk onwederstaandelijk, doch tevens redelijk is”.

Niemand mene uit bovenstaande, dat Gezelle Meerburg nu niet preekte de welmenende nodiging Gods tot alle zondaren. Het is wel eens beweerd van hem, dat hij enkel het Evangelie preekte voor de uitverkorenen. Hij was echter een getrouw gezant, geen half ernstige dominee — zoals Prof. Wisse het wel eens zei — die maar van één zijde van de waarheid Gods wist.

Op een andere plaats horen we van Gezelle Meerburg: „Ik geloof een eeuwige, vrijmachtige, onvoorwaardelijke verkiezing... maar ik geloof ook evenzeer dat wij aan allen zonder onderscheid de Heere Christus moeten prediken, Hem aan allen door die prediking moeten aanbieden, allen tot geloof en bekering met alle mogelijke drangreden moeten vermanen niemand zal ooit kunnen zeggen, dat hij uit kracht van Gods besluit verloren gaat, maar omdat hij het leven niet gewild heeft. Men heeft mij wel eens gezegd, dat wij de dode zondaren alleen moeten voorstellen, hoe ellendig hij is en wat hij te wachten heeft, maar hem niet op Christus wijzen moesten. Doch, indien dit onze regel moest zijn, dan zouden we hem niets meer zeggen, dewijl hij dan ook het eerste niet horen kan. Neen, zo zou er aan duivelen gepredikt moeten worden, niet aan mensen”.

Hier is geen verder commentaar nodig. De woorden spreken voor zichzelf. Gezelle Meerburg heeft ten volle gehonoreerd, wat Gods Woord belijdt als de noodzakelijke werking van de Heilige Geest om het oor te openen van een arme zondaar voor Gods Woord, maar de nodigende roepstem, men Gods het hij ook ten volle doorklinken.

Vergeet het belang niet van deze tonen. Gezelle Meerburg heeft grote invloed gehad in het Zuiden van het land gedurende veel jaren binnen de kerken der Scheiding. Zijn catechismuspreken werden in 1870 voor het eerst gedrukt en vonden veel ingang. Een bewijs, dat deze prediking 15 jaar na zijn sterven nog gezocht werd. Nu nog wordt op meerdere plaatsen dezes stem in de leesdiensten gehoord. Vertrouwende klanken blijven trekken. Vooral als ze God verheerlijken in het zalig worden der Zijnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.