+ Meer informatie

Niet te veel macht aan plaatselijke RK Kerk

Vernieuwde wetgeving Roomse kerk

3 minuten leestijd

ROME — Ook in de toekomst houdt het vaticaan stevig de teugels der bisschopsbenoemingen in eigen hand. De plaatselijke kerk, vertegenwoordigd in de bisschoppen, mag niet teveel macht hebben. De functie van de nuntius in het benoemingsproces wordt daarentegen bekrachtigd. Dit is vastgelegd in de nieuwe codex, de uit zeven delen bestaande en vernieuwde wetgeving van de Roomse kerk.

Deze vernieuwde wetgeving zal op 7 juni door paus Johannes Paulus II bekrachtigd worden. Het is dan Pinksteren. De nieuwe codex omvat 400 pagina's. Hij is het resultaat van het werk van 18 jaar, op gang gebracht door paus Johannes 23 tegelijk met zijn aankondiging en, aanpassing van de kerkelijke wetgeving aan de resultaten van het tweede Vaticaanse concilie. Verantwoordelijk voor omwerking en aanpassing van de kerkelijke wetgeving aan de resultaten van het tweede Vaticaanse concilie is kardinaal Pericle Felici.

Het canoniek recht omvat „alle wetten, die door het kerkelijk gezag zijn uitgevaardigd om de grondwet vast te leggen en de tucht in de roomse kerk te regelen". De eerste codex kwam tot stand in de twaalfde eeuw. Begin deze eeuw vond een herziening plaats onder Pius 10 en Benedictus 15, die in 1917 officieel van kracht werd.

Overleg
De bekende Vaticaanse journalist Giancario Zizola heeft de nieuwe codex gelezen. Hij bespreekt hem uitvoerig in het aprilnummer van "Informations catholiques Internationales". Hij constateert dat de herziene wetgeving niet het exclusieve werk is van de pauselijke commissie voor herziening van het kerkelijk recht, maar dat zij tot stand is gekomen na zeer uitvoerig overleg met de wereldkerk. Zelfs werden 14 leken geraadpleegd en „progressieve juristen" uit Nijmegen. Behalve genoemde 14 leken werkten aan de nieuwe wetgeving mee 93 kardinalen, 185 adviseurs, 62 aartsbisschoppen en bisschoppen, 45 religieuzen en 64 diocesane priesters. In totaal besteedde de pauselijke commissie ruim 6000 uren aan overleg in com- N missievergaderingen met al deze groepen.

Voor het eerst is in de kerkelijke wetboeken ook een plaats voor de leek ingeruimd. Voorheen werd over een leek gesproken als een "niet-clericus". Voor het eerst erkent men in de kerk ook op juridisch niveau "de legitieme autonomie van de tijdelijke orde", die aan de leken is toevertrouwd. Het nieuwe kerkelijk wetboek zegt dan ook, dat in de uitoefening van tijdelijke activiteiten de leken "doordrongen van de christelijke geest, niet onderworpen zijn aan de canonieke normen maar aan de burgerwetgeving zoals de andere burgers".

Notities
De redactie van „Informations catholiques Internationales" voegt enige kritische notities eraan toe. Zij wijst erop, dat de algemene bisschoppensynode in 1967 zich over de algemene normen heeft kunnen uitspreken. Het zou volgens ICI normaal zijn geweest, dat ook de uitgewerkte tekst van de nieuwe codex aan het oordeel van de bisschoppensynode was onderworpen. Ook vraagt de redactie van de ICI zich af of het nog wel gefundeerd is om eenzelfde codex voor de universele kerk te hebben.

De consequenties ervan vindt ICI nogal ernstig, namelijk „een desastreuze bevestiging van het ene westerse en latijnse model, waaraan zich alle roomsen dienen te refereren". Waarom — zo vraagt het blad zich af — was het niet mogelijk om minstens op het terrein der wetgeving de oorspronkelijkheid en autonomie van de verschillende juridische en culturele verschillen te erkennen, waarmee de plaatselijke kerken te maken hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.