+ Meer informatie

TER OVERWEGING

9 minuten leestijd

Drs. Y.G.M. Witkam, dr. W.H. Velema en mr. A.P. van der Linden, Reageerbuisbevruch-ting, verantwoord? 136 blz. f 24,50. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1990. In de Lindeboomreeks is een boek verschenen over reageerbuisbevruchting. In deze publikatie, die veel informatie geeft over dit onderwerp, gaat het vooral om een bezin-ning op de wijze waarop de IVF (in-vitro-fertilisatie) omgaat met de menselijke voortplan-ting, het embryo en de ethische aspecten ervan.

IVF is een manier van voortplanting losgekoppeld van seksuele gemeenschap en in principe zijn hierdoor mogelijkheden geschapen voor een voortgaande technische manipu-latie van het nageslacht. In samenhang daarmee maakt de IVF nieuwe vormen van voortplanting en ouderschap (lesbische vrouwen) mogelijk (eiceldonatie, embryodonatie, verschillende vormen van draagmoederschap). Met behulp van IVF-behandelingen kunnen vrouwen die ongewild kinderloos zijn in bepaalde gevailen toch een eigen kind krijgen. Het boek is goed leesbaar met een heldere opbouw, zonder al te zeer te vervallen in vaktermen. Interessant is hoe er door ethici zoals Velema en Douma gedacht wordt over reageerbuisbevruchting.

Het boek is niet alleen een goede handreiking voor hen die in hun werk of binnen een relatie te maken hebben met IVF of kinderloosheid, maar is ook waardevol voor een na-dere standpuntbepaling.

Ds. K. van de Geest (red.), De Heilige Geest. 79 blz. f 14,75. Uitg. De Vuurbaak, Barne-veld 1990.

Dit boekje hoort thuis in de Skala-reeks. Het geeft op een heldere en eenvoudige manier weer hoe de Heilige Geest werkt in de harten van jonge mensen die tobben met het geloof. Het is op een open en goed aanspreekbare manier geschreven. Vragen die jongeren hebben, hoe ”raar” ze misschien ook gesteld zijn, worden eerlijk beantwoord zonder het idee te hebben dat er ”gepreekt” wordt.

Voor jonge mensen, die met geloofsvragen zitten omtrent bekering en of men wel de Heilige Geest kan ervaren, is dit boekje van harte aan te raden.

Ds. J.J. Dronkers, De gemeenschap der Heiligen. 78 blz. f 14,75. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1990.

Dit boekje, gericht op jonge mensen, hoort ook thuis in de Skala-reeks en behandelt het onderwerp de gemeenschap der heiligen. Vanuit een denktrant ”wat moet ik nu met de kerk en met al die saaie kerkmensen” en ”ik vind het zo bekrompen”, gaat de schrijver op een niet moraliserende toon, maar vanuit een positieve houding in op al die vragen. Daarbij wordt niet alleen belicht de genade en liefde van God jegens de gemeenschap der heiligen en de trouw aan Zijn verbond met ons, maar ook dat door de kerk, door de ambtsdragers, door de sacramenten men een ruggesteun krijgt om tot geloof te komen. Een helder en positief boekje.

Rondom de Bijbel - Deel 3. Nieuwe Testament. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1990. 92 blz. f 9,60, bij afname van 10 of meer exemplaren reductie.

Dit deeltje in de serie is bedoeld voor 17 jaar en ouder op de catechisaties. In kort bestek lopen we het hele N.T. door. Het is knap zo het N.T. samen te vatten op echte hoofdza-ken. Het boekje bevat goed illustratiemateriaal, waarin de kernzaken van de verschillende Bijbelboeken duidelijk onderstreept worden. Dit deeltje maakt de reeks catechisatieboekjes over de Bijbel compleet. Er kan op de catechisatie goed mee gewerkt worden.

Ds. J.M. Snoek, De Nederlandse kerken en de joden 1940-1945. Uitg. Kok, Kampen. 211 blz. f 27,50.

Wie de schrijver kent, weet van zijn doorleefde betrokkenheid zowel bij de ”kerken” als bij de ”joden” die hij samen noemt in de titel van dit boek, waarin hij schrijft over de Protesten bij Seyss-Inquardt, de hulp aan joodse onderduikers en de motieven voor hulpverlening (aldus de ondertitel), wederzijds zeer gevoelige onderwerpen. Wat toen passeerde, bijna een halve eeuw geleden, schrijnt nog, niet in de laatste plaats als het gaat om de ontmoeting, de relatie tussen kerk en Israel. Wat ds. Snoek hierover beschrijft, zou ieder kerkmens - ook als deze niet zelf die tijd (bewust) heeft meegemaakt - die de pijn ervan niet voelt en bovendien negeert en bagatelliseert, zich moeten realiseren om zich ten opzichte van Israël met onontbeerlijke bescheidenheid en gepast respect (zacht-moedigheid en vreze schrijft Petrus in zo’n situatie) op te stellen. Wanneer over het protest van de kerken gesproken wordt, dan heeft de schrijver het in hoofdzaak over de drie zgn. grote kerkgemeenschappen in ons land (NHK, GK en RKK) - onze kerken komen slechts zijdelings ter sprake (blz. 29, 36, 168). En dan gaat het vooral over wat de - lande-lijk - leidende figuren en instanties in dezen hebben gedaan. Dat het bij alle falen toch is gebeurd, wordt met dank vermeld. Tevens accentueert de schrijver dat de kerk, dé geméénte sprak bij het verlenen van hulp, al of niet gestimuleerd door wat van”boven” tot haar doordrong. Ik denk aan de politiemensen van Grootegast (109). Toen sprak de kerk evenzeer, misschien zelfs méér! De toezegging om op de ”bekering der Joden” (94) in het laatste deel terug te komen, had m.i. explicieter uitgewerkt kunnen worden. In een volgend geschrift? Of wordt er stilzwijgend vanuit gegaan dat het geschrift dat hij met prof. Verkuyl uitgaf over de relatie tussen kerk en Israël wel bekend is? Hoe dan ook, de ”bekering” van Israel en van de kèrk, raakt wel de kern!

Wat onze kerken betreff, kan in dit verband geattendeerd worden op een sympathiek artikel van Henk van der Molen in Vrijzinnig Vizier van September 1990.

Dr. C.J. den Heyer, Eén Bijbel - Twee Testamenten. De plaats van Israel in een Bijbelse Theologie. Uitg. Kok, Kampen. 75 blz. f 14,90.

Afgedacht van de vraag wat onder ”Bijbelse theologie” moet worden verstaan (een theologie in overeenstemming mét of in de Bijbel zelf? - blz. 58 - de eerste zou dan in de buurt van de dogmatiek brengen; of de tweede niet de buurt van een gecamoufleerde dogmatiek terecht doet komen?), de ”plaats van Israël” is in theologisch opzicht - en in vele andere opzichten!!! - nogal betwist. Dr. Den Heyer koppelt de plaatsbepaling aan de relatie tussen Oude en Nieuwe Testament. Hij geeft een interessant overzicht over wat in de loop der eeuwen hieromtrent is gezegd, niet alleen door Marcion, maar ook door Luther, Calvijn, Von Harnack en niet te vergeten door Miskotte en Van Ruler enz. enz. De schrijver is nogal gebiologeerd door het zgn. historisch-kritisch onderzoek, al consta-teert hij tevens dat in de 19e eeuw dit onderzoek het Oude Testament naar de periferie van kerk en theologie heeft gedreven (22). Maar het lijkt erop dat hij ”dogmatische ver-onderstellingen” zo bedreigend vindt, dat hij de op een soort genetische manipulatie gebaseerde en langzamerhand tot thesen gestolde hypothesen van het historisch-kritische bijbelonderzoek zelfs als verrijkend accepteert, ook al biedt dit onderzoek blijkbaar geen absolute garantie dat het annexatie van het Oude Testament uitsluit (65). Hoeveel mooie en typerende momenten het geleverde betoog ook kent, als het ”een Bijbel - twee Testamenten” uitloopt op de conclusie dat het ”tegoed van het Nieuwe Testament” daarin bestaat ”dat het via Jezus Christus het heidendom in aanraking gebracht heeft met de joodse traditie en daarin met de God van Israel” (75), dan wordt m.i. de ”plaats van Israël” langs deze weg niet of nauwelijks verduidelijkt, laat staan verdedigd tegen annexatie-lustige hypothesen, welke dan ook. Maar interessant is dit geschrift - het eerste in de nieuwe opzet van de serie Verkenning en Bezinning - overigens zonder twijfel.

Wiel Ciaessens, Gérard van Tello, (eindred.), Van beneden naar boven. Een nieuwe rich-ting in de praktische theologie. Uitg. Kok, Kampen 1990. 219 blz. f 39,50.

Dit boekje is een vervolg op de bijdragen die zijn geleverd in 1987 ter gelegenheid van het symposium voor de toen 80 jaar geworden prof. ?. Faber. In dit boek vinden we vier opstellen plus een inleiding. Het zijn moeilijke opstellen, vooral wel omdat ze samenvat-ting zijn van reeds gepubliceerde of nog te, publiceren boeken (proefschriften).

Laat ik de inhoud karakteriseren aan de hand van de titel: Vanuit menselijke ervaring wordt de praktische theologie opgebouwd en ingevuld. Opmerkelijk is de voorzichtige kritiek op publikaties uit de Nijmeegse school van Van der Ven. Tilburg gaat een eigen weg, totaal van onderen op. Dat blijkt uit deze bundel.

Frans Vosman e.a. (redactie), Kind gewenst? De ethiek van kunstmatige voortplan-ting; relaties en ouderschap. Uitg. Kok, Kampen 1990. 145 blz. f 25,90.

Dit boek is geschreven door medici, verpleegkundigen, ethici, seksuologen en Juristen. Allerlei aspecten van het onderwerp komen aan de orde; ook gesprekken met echtparen die een reageerbuisbaby trachten te krijgen, hebben gekregen, of juist (als lesbienne-paar) hebben afgewezen. Zo veelzijdig als het onderwerp is, zo veelzijdig zijn ook de ingenomen standpunten. Het minst ver gaat CDA-kamerlid Lansink, die grenzen aan de kinderwens stelt. De IVF-methode voor een echtpaar vindt bij geen enkele schrijver te-genstand. Verder is de mens met zijn situatie beslissend. Dat is zelfs het standpunt van hem, die om een duidelijke ethische richtlijn vraagt. Het rapport van het G.A. Lindeboom-Instituut wordt nergens vermeld. Een boek met een bijna verwarrende veelheid aan in-formatie, zonder bijbelse normering.

J. Verburg, Wat wil dit alles zeggen? De charismatische beweging in theologie en ker-kelijk leven. Uitg. Kok, Kampen 1990. 111 blz. f 22,50.

De schrijver is ned. herv. predikant in Den Haag. Hij heeft de jaren door veel contact gehad met leden en predikanten van de Anglicaanse Kerk, zowel in Nederland (nu vooral in Den Haag) alsook in Engeland zelf. En dan vooral met de charismatische vleugel van die kerk. In dit boekje doet hij verslag van ontmoetingen, gesprekken, gezamenlijke diensten en gebedsbijeenkomsten, en van de verrijking die hij daardoor ervaren heeft. Het resultaat is een eenvoudig, informatief boekje over de charismatische beweging (vooral in haar anglicaanse vertakking). Veel kan de schrijver waarderen. Toch is er ook afstand. Hij schreef zelf een proefschrift over Adam als niet-historische figuur. Hij heeft moeite met de (ten dele) ”fundamentalistische” inslag van deze charismatische beweging.

Een mild boekje, met voor en tegen, dat - bijna zou ik zeggen zijns ondanks - getuigt van verrijking. Juist om de milde toon heeft mij dit overzicht geboeid.

J. Hendriks, Een vitale, aantrekkelijke gemeente. Model en methode van gemeenteop-bouw. Uitg. Kok, Kampen 1990. 209 blz. f 39,50.

De schrijver is als socioloog verbunden aan de theologische faculteit van de V.U. Hij behandelt het onderwerp gemeenteopbouw geheel vanuit de organisatiesociologie. Een hoeveelheid van literatuur op dat terrein wordt besproken. Een aantal paradigma’s wordt aangereikt. De bijdrage vanuit de theologie is minimaal.

Dit is een heel eigen visie op wat de gemeente nodig heeft. Ze wordt behandeld als een instituut. Het gaat er dan vooral om dat tegenstellingen overwonnen worden. Daarbij is de waarheidsvraag niet in het geding. Organisatiepsychologische methoden moeten het doen. Het valt mij moeilijk te geloven dat hiermee de vitaliteit en de aantrekkelijkheid van de gemeente wordt bevorderd - afgedacht van de voor een theoloog en gewoon gemeentelid totaal onbekende denkwereld van de organisatieontwikkeling (afgekort als OO). Dit is - om zo te zeggen - precies het tegenovergestelde van de charismatische visie op gemeenteopbouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.