+ Meer informatie

SAMENWERKING IN WIJKTEAMS

7 minuten leestijd

In de gemeente van Hoogeveen bestaat een instelling, die in heel veel andere gemeenten bestaat: een Vrouwendienst. Zo noemen we het bij ons. In andere gemeenten heet het Hulpdienst, of Ziekenzorg, of nog anders. Over de samenwerking met de ambtsdragers in de gemeente wilde ik hier iets schrijven.

Onze gemeente is voor Chr. Geref. begrippen wel een erg grote gemeente. Juist daarom moeten wij er wel op bedacht zijn, dat zo mogelijk niemand uit het oog verloren zal worden. Die kans is erg groot. Lang niet alle gemeenteleden kennen elkaar. Sommige ambtsdragers kennen elkaar soms maar oppervlakkig.

Onze gemeente is eerst in twee wijken verdeeld, die nagenoeg even groot zijn, een wijk Centrum en een wijk Zuid, elk met eigen wijkpredikant. Elke wijk kent eenmaal per maand zijn eigen wijkkerkeraadsvergadering. Daarnaast is er ook eenmaal per maand een vergadering van de gehele kerkeraad, terwiji er ook eenmaal per maand een verga-dering van de gehele diaconie is. Als onderverdeling heeft de wijk Centrum dan 9 ouderlingen- en diakenenwijken en de wijk Zuid 10, terwiji er bovendien nog een wijk is voor twee bejaardentehuizen.

In deze 20 wijken, elk van gemiddeld 25 adressen, werken dus niet alleen 20 wijk-ouderlingen en -diakenen, maar ook (iets meer dan) 20 wijkdames. Je zou denken: bijna een ideale situatie. Toch begrijpt u wel, dat het dat niet is. Getallen alleen zeggen nog weinig.

In de eerste plaats denken we aan de instructie van ambtsdragers. Steeds proberen we elkaar voor te houden, dat een levend geloof een eerste vereiste is voor een ambtsdra-ger, maar dat daarna een eerste, aanvankelijke geschiktheid om ouderlingof diaken te zijn gevolgd moet worden door instructie, vorming en toerusting. Op drie manieren op zijn minst is er die hulp: door het abonnement op Ambtelijk Contact, door het bijwo-nen van landelijke en classicale ambtsdragersconferenties en door onze plaatselijke instructie van nieuwe ambtsdragers. Dat laatste beperkt zich niet tot het aanleren van de plaatselijke gewoonten in erediensten en kerkeraadsvergaderingen, maar ook in een po-gen, duidelijk te maken wat een ambtsdrager is, wat er van hem wel en niet verwacht mag worden, wat de opdracht en de motivering is.

In de tweede plaats denken we aan de vergaderingen van Vrouwendienst. Bij de wijk-dames is er ook een gestadige roulering. Na enkele jaren treden sommigen af en komen anderen weer binnen. Voor deze wijkdames is er een leidraad, die ze gebruiken in de wijk met instructies voor het bezoeken van bejaarden, zieken en nieuw binnenkomen-den, over de taken bij sterven, geboorte en huwelijk en over bedragen, die besteed mo-gen worden. Tot zover gaat ailes vrij goed en gebruikelijk.

Maar nu gaan de ambtsdragers door de wijk en de wijkdames gaan door de wijk. Soms komen ze elkaar tegen, soms zien ze elkaar helemaal niet. En wat blijkt herhaaldelijk? Dat de ouderling of de diaken iets hoort wat de wijkdame eigenlijk had behoren te we-ten om haar werk goed te kunnen doen, en omgekeerd.

En dan blijkt, hoe belangrijk het is om een goed overleg te hebben. Maar ook, hoe moeilijk dat in de praktijk kan zijn. We zijn met veel werkers in onze gemeente en we hebben allemaal onze eigen instelling en manier van doen en bovendien zijn we bijna allemaal erg druk. En in de vergadering van Vrouwendienst wordt een brief gemaakt naar de kerkeraad: wilt u zich alstublieft nog eens bezinnen op de plaats en de taak van het vrouwenwerk in de gemeente?

Daarbij komt, dat Vrouwendienst in de gemeente wel sterk gewaardeerd wordt, maar dat het toch duidelijk anders is dan het bezoek van de wijkouderling of van de dominee. We hebben geen vrouwelijke ambtsdragers. Maar de gaven van sommige zus-ters zijn zodanig, dat sommigen een manier van zieken- en bejaardenbezoek hebben, die niet voor dat van een ambtsdrager onderdoet. Er zijn er ook wel, die met hun ge-meenteleden in de wijk bijbellezen en bidden. Anderen zouden dat beslist niet willen of durven.

Het verschijnsel doet zich voor, dat er bij de dames behoefte is aan contact en overleg, terwiji dat van de kant van kerkeraadsleden bij de een wel en bij de ander niet zo als een behoefte wordt aangevoeld.

Ter gelegenheid van een andere omstandigheid nu is tot nauwer overleg besloten. Sinds enige jaren houden we één, liefst twee keer per winterseizoen in elke ouderlingenwijk een wijkavond. In de praktijk voegen we twee wijken samen, terwiji door de gehele gemeente voor alle wijken éénzelfde thema aan de orde wordt gesteld, dat van tevoren in de kerkeraad is vastgesteld.

De uitvoering van de wijkavonden ligt in de handen van de betrokken werkers in de wijk, terwiji de wijkpredikant alle wijkavonden bezoekt en in de regel ook de bespre-king inleidt.

Voor de voorbereiding van de wijkavond is een nauw overleg nodig tussen wijkouder-ling, -diaken en -dame. U begrijpt, dat lang niet alle gemeenteleden de wijkavonden bezoeken. Ten eerste is het geen verplichting; ten tweede hebben allerlei mensen allerlei andere dingen op dezelfde avond en ten derde voelt niet ieder gemeentelid voor „vergaderen”. Dan zijn er helaas ook gemeenteleden, die min of meer aan de rand leven.

U voelt wel, dat de wijkavonden geen doel in zichzelf zijn. Ook al werken we er aan, dat er meer breeders en zusters en jongelui zullen komen, het gaat er meer om, dat we in de gemeente, in de eerste plaats misschien in onze allernaaste omgeving, voor elkaar verantwoordelijkheid willen dragen en dat we elkaar in de praktijk geven wat ook in de Schrift opbouw van de gemeente heet. Dat we elkaar verteilen en leren wat plaats en functie van het ambt in de gemeente is, dat we leren zien en beoefenen wat in een schriftuurlijke zin van het woord modern diaconaat is.

Het werkt op deze manier op een vrij natuurlijke manier, dat de werkers in de wijken met elkaar overleg plegen. Afgesproken is, dat op elke vergadering van de wijkkerke-raad geihformeerd zal worden naar het functioneren van het overleg in de wijken. Zon-der dat elkaars werkgebied wordt overschreden, zal het èn voor het welzijn van de be-trokken gemeenteleden en voor het leren kennen en waarderen van de ambtsdragers en de wijkdames heel belangrijk zijn om geregeld overleg te plegen.

Ook in onze gemeente bemerken we, hoe spoedig het gebeuren kan, dat prettige ge-meenteleden veel bezoek krijgen en dat iedereen om moeilijke adressen en gevallen blijft heenlopen. Hoe gemakkelijk ook communicatiestoornissen optreden en misver-standen.

Het overleg betekent niet, dat alles overal op een gelijke manier moet. leder moet zijn en haar eigen geaardheid hebben en gebruiken. Een ouderling behoeft ook zijn ambts-geheim niet prijs te geven om toch een open verhouding met „zijn” wijkdame te hebben. Niet alles is ambtsgeheim. Juist omdat we met wat werkelijk onder vier ogen moet blijven, volstrekt betrouwbaar moeten zijn, moeten we niet alles tot ambtsgeheim ma-ken.

In de gemeente proberen we, via wijkavonden vooral, het besef van onderlinge verantwoordelijkheid aan te kweken. Vooral naar die gemeenteleden toe, die niet alieen niet op een wijkavond komen, maar die ook weinig of niet in de kerk komen, of die echt moeilijkheden hebben en zich daarom terugtrekken. In bepaalde gevallen kan een wijkdame goed werk doen, waar een wijkouderling geen resultaat heeft. Een vrouw heeft ook een heel andere ingang tot het hart en leven van de mensen dan een man. In een ander geval zal een wijkdiaken de juiste hulp geven, waar een wijkdame dat niet kan. In het ene geval zal het bijzondere ambt in actie komen, in het andere geval het alge-mene ambt der gelovigen. Misschien een gemeentelid, dat nu juist niet een bepaalde functie had.

Juist samenwerking en overleg is geweldig belangrijk. Onze Vrouwendienst vraagt niet verkapte ambtsdraagsters te worden. Ook niet precies voorgeschreven te krijgen wat ze wel en niet moeten doen. En onze kerkeraad, die de Vrouwendienst vrijheid van werken laat, ziet dat werk niet als vrijblijvend. Het is kerkewerk, en daarom werk waar-voor de kerkeraad verantwoordelijkheid draagt. En daarom om wederzijdse waarde-ring, hulp en liefde vraagt. Om „de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon” (Ef.4 : 12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.