+ Meer informatie

Naar de Catechisatie

3 minuten leestijd

64

De straf der zonde (2)

We hebben gesproken, dat God de zonde moet straffen overeenkomstig Zijn gekrenkte deugden, voortvloeiend uit Zijn Goddelijke rechtvaardigheid en Zijn vlekkeloze heiligheid!

In het strafrecht Gods rust dan ook het strafrecht onder de mensen.

De overheden en de rechters der aarde zijn in Gods hand de instrumenten om het strafrecht uit te voeren onder de mensen. Paulus spreekt van de overheid als van „Gods dienares”, die ieder heeft te eerbiedigen en te gehoorzamen. Het zijn de „machten”, die over ons gesteld zijn. De overheid draagt het gezag als een „rechterlijk” gezag. Rom. 13:4: „Want zij draagt het zwaard niet tevergeefs, want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf degene, die kwaad doet”.

Overeenkomstig haar gezag dient de overheid dus het kwaad te vergelden door het kwaad te straffen en als zodanig recht te doen. Zij heeft rechtvaardig te oordelen en dus ook de verdiende straf te doen uitvoeren. Zij mag zich dan ook niet door menselijk medelijden laten beheersen. Ook niet bij het bepalen van de aard der straf. In haar beoordeling moet het rechtvaardigheidsmotief gelden.

Wei heeft onze vorstin het recht om „gratie te verlenen”. Daarin wordt de straf of verdere straf kwijtgescholden. Dan gaat de straf niet door.

Is het verlenen van „gratie” hetzelfde als de „genade”, die God geeft? Neen. We moeten dit wel onderscheiden. Bij „gratie” verlenen gaat de straf niet door, zo merkten we al op. Maar wanneer God de schuldige zondaar genade bewijst, is de straf wel doorgegaan, maar zij is op een Ander, op Christus gekomen, Die haar voor al Zijn volk betaald en uitgeboet heeft.

De rechters hebben dus RECHTVAARDIG te oordelen. Het kwaad MOET gestraft worden. En de straffen moeten overeenkomstig de bepalingen der wet en naar de aard en omstandigheden van het kwaad en de misdaad toegewezen worden. Dit is de onveranderlijke eis van het strafrecht Gods.

Helaas zien we in onze huidige rechtspraak faktoren gelden, die sterk een hunianistische geest verraden. Hoe worden misdaden, met voorbedachten rade en koelbloedig gepleegd, gestraft? Worden zulke misdadigers niet vaak als ontoerekenbaar gezien? Aanrandingen en moorden nemen met de dag toe. En hoe is het met de doodstraf? Hij is afgeschaft. Men redeneert: hij is barbaars en hij verkort de genade-tijd. Maar God zegt: „Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden”, Gen. 9 : 6.

Duidelijk blijkt de invloed van de moderne levensbeschouwing, die zich zo gaarne beroept op betoning van de „medemenselijkheid”, maar losgemaakt van de EERSTE tafel van Gods heilige wet! Daarbij beroept men zich gaarne op de „bergrede” van Christus.

Moet men dan de naaste niet liefhebben? Ongetwijfeld. Het is de eis van de tweede tafel der wet. Maar deze betreft: mens tegenover mens. In dit verband geldt het Woord des Heeren: „Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden”. Ook de „bergrede” heeft hier berekking op. Zij richt zich op de verhoudingen, die gehandhaafd moeten worden in het Koninkrijk Gods.

Maar ten opzichte van de roeping en taak van de overheid ligt dit anders. Voor haar blijft gelden de uitvoering van het strafrecht, rustend in het strafrecht Gods, naar o.a. Rom. 13.

Zij het steeds maar onze bede, dat de Heere onze overheid getrouw make en wijsheid geve, opdat wij geregeerd zouden worden in gerechtigheid!

Eens zullen overheden en onderdanen rekenschap moeten afleggen voor de HOOGSTE RECHTER, de heilige en rechtvaardige God. Geve de Heere ons hier onze Rechter om genade te smeken en behoudenis te zoeken en tevinden in de genoegdoening en gerechtigheid van Christus’ offerande!

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.