+ Meer informatie

Ambt als dienst

8 minuten leestijd

De redactie heeft besloten een aantal grondwoorden uit de Bijbel in verband met het ambt te doen bespreken. Prof. Van Genderen heeft gedurende enkele jaren zulke grond¬woorden in verband met de geloofsleer behandeld. De nu te starten serie is daarvan een parallel, maar dan in verband met het ambt.

Het woord ambt ontbreekt in het Nieuwe Testament

Opmerkelijk is het, dat het Nieuwe Testament het woord ambt niet kent. In het buitenbijbelse Grieks is er wel een woord voor. Dat wordt echter in het Nieuwe Testament niet gebruikt. De functies of taken van ambtsdragers worden wel aangegeven en om¬schreven. Het woord ambt komt men in dat verband niet tegen. Er is een woord dat dicht komt bij de zaak van wat wij ambt noemen. Dat is het woord djakonia. We tref¬fen dit woord niet minder dan 34 maal in het Nieuwe Testament aan. Het betekent dienst, aanvankelijk vooral als tafeldienst opgevat. Waar we het verder ook in het Nieu¬we Testament tegenkomen, deze gedachte van dienen aan de tafel is er steeds de achter-grond van.

Uit deze gegevens trekken we voorlopig de conclusie dat het ambt in de gemeente van Christus van geheel eigen aard is; om zo te zeggen niet te vergelijken met wat elders in de samenleving gevonden wordt.

Dienst vanuit Christus

Die eigen aard wordt onderstreept doordat de wortel van alle diakonia in Christus zelf ligt. „Ik ben in uw midden als dienaar" (= diakonos), Lucas 22 : 26. De dienst van Christus vindt zijn hoogtepunt (het is vanuit onze verantwoordelijkheid gezien een dieptepunt) daarin, dat Hij Zijn leven geeft als losprijs voor velen (Marcus 10:45). Jezus' dienst is de dienst der verzoening, die Hem het leven heeft gekost.

De volgelingen van Jezus worden tot deze dienst geroepen: „als iemand de eerste wil zijn, die zal de dienaar van allen zijn". We komen dit woord voor de eerste keer tegen als de discipelen strijden om de voorrang (Marcus 9 : 35, Lucas 9 : 48). De tweede keer ontmoeten we het, als het gaat over het zitten aan Jezus' linker- of rechterzijde (Marcus 10: 42-44; Matt. 20: 26,27), alweer een strijd om eer en om de eerste te zijn. De der¬de keer ontmoeten we het na de instelling van het Avondmaal (Lucas 22 : 27), terwijl Johannes het vermeldt bij de voetwassing (Joh. 13:12-17). Bij Jezus te behoren is on¬mogelijk zonder aan de opdracht tot dienst deel te nemen. De gelovigen worden opge¬roepen te dienen met de gaven die ze ontvangen hebben (1 Petr.4:10). De collecte voor Jeruzalem wordt als een dienst omschreven (2 Kor. 8 : 19 , 20; Rom. 15:25). In Hebreeën 6 : 10 lezen we over diensten die aan de heiligen zijn bewezen, en - om niet meer te noemen - apostelen, profeten, herders en leraren zijn gegeven om de heiligen toe te rusten tot „het werk van dienst" (= dienstbetoon), Efeziërs 4 : 12. De dienst van Jezus vindt navolging in de dienst van de discipelen.

Specifiek ambtelijke dienst

Het is noodzakelijk te bedenken dat ook het specifieke ambtelijke werk als dienst wordt aangeduid. We herinneren aan de dienst der verzoening door de prediking van het evangelie, 2 Kor. 5:18 v. en 3:7-9. Het apostelambt is dienst, Rom. 11 : 13; 2 Kor. 4:1; 6:3; 11 : 8; 5:18. Men zie ook Hand. 1 : 17,25; 20:24. Paulus noemt zichzelf diakonos, 1 Kor. 3 : 5; 2 Kor. 3 : 6; dienaar van God 2 Kor. 6 : 4; van Christus 2 Kor. 11 : 23; 1 Tim. 4 : 6; ook dienaar van het evangelie Ef. 3 : 7; Kol. 1 : 23; en dienaar van de gemeente Kol.1 : 25.

„Dienst" dient dus als algemene karakterisering van ambtelijke werkzaamheden. Van¬daar: ambt als dienst.

Dienst met gezag

Men bedenke hierbij dat ambt als dienst niet zonder gezag is. Dat geldt in de eerste plaats van de Here Jezus Christus Zelf. „Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden", Marcus 1 : 22. Jezus heeft macht om zonden te vergeven en Hij doet dat ook. Mare. 2:10. Datzelfde woord macht treffen we aan in verband met het uitdrijven van boze geesten, Lucas 4 : 36; Marcus 3:15; zie ook 6 : 7 in verband met de uitzending van de discipelen. Jezus brengt een nieuwe leer met gezag (Marcus 1 : 27). Het hier gebruikte woord betekent volmacht. Hij heeft recht van spreken en van han¬delen. Hij heeft al Ie macht, en bevoegdheid over alles en over allen. Deze is Hem gegeven, zo luidt Zijn woord als afscheidsgroet bij Zijn hemelvaart (Matt. 28 : 18). Deze macht is ook aan de discipelen en aan Paulus toevertrouwd. Wat de discipelen betreft lezen we van de volmacht om onreine geesten uit te drijven en alle ziekte en alle kwaal te gene¬zen (Matt.10:1), omdat wie hen ontvangt, Jezus Zelf ontvangt (10 : 40). Paulus schrijft over zijn macht, zijn bevoegdheid (2 Kor.10 : 8 en 13:10). Die bevoegdheid doet hij gelden als hij zich aan het begin van zijn brieven voorstelt als apostel van Christus (Rom.1 : 1; 1 Kor. 1 : 1; 2 Kor.1 : 1; Gal.1 :1, enz.!). Vandaar ook dat de gemeente vermaand wordt om hem te erkennen en hem hoog te schatten (1 Thess. 5 : 12 v.), zich onder hem te stellen (1 Kor. 16 : 16).

Zo is aan het ambt macht verbonden. Nooit een macht als dictatuur ten gunste van de persoon van de ambtsdrager en ten koste van de gemeente. Er is een macht aan verbon¬den die de dienst effectief moet maken. De dienst als bediening van het heil aan zonda¬ren, is niet vrijblijvend voor wie er van hoort. Hij is geen vlakke praat of ijle daad. Hij is een woord met volmacht overgebracht. De Here Jezus Zelf staat er achter. „Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toege¬rekend” (Joh.20:23;vgl. Matt. 18 : 18).

Dienst betekent dus niet dat je niets te zeggen hebt. Neen, je dienst is juist dat je iets te zeggen (en te doen) hebt. Het gezag houdt verband met het heil dat Christus door mid¬del van Zijn ambtsdragers laat bedienen.

Als we het zo zeggen, beseffen we tegelijk ook dat deze bediening gebonden is aan Woord en Geest. Het ambt is dienst, omdat het met woord en daad getuigenis mag ge¬ven van het heil in Christus Jezus.

Dat het ambt dienst is, heeft een tweezijdige betekenis: geen heerschappij van de ene mens over de andere mens! Tegelijk ook: opdracht en volmacht om het heil te bedie¬nen, dat is, in prediking van het Woord, in pastoraat en catechese en in diaconaat over te brengen.

Dienst als opdracht en volmacht, welke betrokken zijn op dat wat bediend wordt. Het ambt is een opdracht, welke alleen in de gestalte van een dienstknecht kan worden uit¬gevoerd.

Wie het dienstkarakter van het ambt miskent, vergrijpt zich aan de zaak van Jezus Christus en aan de schapen van Zijn kudde. Wie de volmacht van deze dienst uit het oog verliest, verlaagt het woord van Christus. Hij maakt van Jezus’ volmacht een produkt, waar mensen naar believen mee kunnen omgaan - ze kunnen het laten liggen of er iets van nemen.

Het ambt kan alleen dienend worden vervuld. De dienst kan alleen iets betekenen als hij instrument is, waardoor Jezus Christus Zijn heil bedient. Dat is de spanning èn de beperking. Dat is de volmacht èn de opdracht. In dienst staan van Jezus Christus, ten dienste van mensen voor wie Hij gekomen is om hen te dienen. Geen groter dienst dan instrument te zijn van de Here (de Diakonos) Jezus Christus, Die onder Zijn discipelen verkeerde als een die dient (diakonos).

Ter afsluiting

Prof. Versteeg heeft er in verschillende publikaties op gewezen dat het woord geledin¬gen (Statenvertaling: voegselen) in Efeziërs 4 : 16 eigenlijk betekent pees, band of spier. Hij kiest dan voor de opvatting van pezen. Hij meent dat daarmee de ambtsdragers uit vers 11 bedoeld zijn.

De functie van de pezen is mijns inziens in de eerste plaats in het lichaam verbindingen te leggen. Daardoor wordt aan het lichaam vastheid gegeven. Hij leidt hieruit af dat ambtsdragers een coördinerende taak hebben ten opzichte van de andere gelovigen.

De tweede betekenis van de pezen is naar oude opvatting dat ze in een lichaam voor de voedselvoorziening zorgen. Tot in de verste uithoeken van het lichaam voeren ze het voedsel toe. Prof. Versteeg leidt daaruit af dat de ambtsdragers een stimulerende taak hebben met betrekking tot de dienst van de andere gelovigen.

Naar mijn gedachte zijn de twee genoemde betekenissen twee aspecten van éénzelfde zaak! De pezen dienen om het lichaam als lichaam te doen functioneren. Als men van coördinatie en stimulering wil spreken, zijn dat geen taken op zichzelf. Ze moeten het lichaam als lichaam bij elkaar houden, dus de eenheid bewaren opdat het lichaam als lichaam bestaat en dienst doet.

We vinden in deze functie precies datgene wat we hierboven over dienst en volmacht schreven.

Zo gezien kunnen we ook de vraag onder ogen zien, of ambtsdragers geen managers moeten zijn. De functie van de pezen laat zich niet vertalen in management! Wel ligt in deze functie opgesloten dat er mede door de dienst van de ambtsdragers orde in de kerk moet zijn. Die orde moet bewaard worden. Indien nodig, moet er orde op zaken gesteld worden. Waar de functie van de pezen uitvalt, ontstaat er desintegratie. Dat geldt niet alleen van de plaatselijke gemeente, maar ook van de gemeenten die samen het lichaam vormen. Ook nu blijft de maatstaf: geen despotie van het management, maar dienst aan het lichaam mèt gezag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.