+ Meer informatie

ONZE MAATSTAF bij hei waarderen van 't verleden

4 minuten leestijd

(5).

We zaten met dit laatste al zowat in de praktijk. En hierop was het juist dat ik heb aangestuurd. Ik stel me voor dat menigeen wat wij betoogden rijkelijk beschouwelijk gevonden heeft. „Laat dit nu alles waar zijn, " zo heeft hij misschien gedacht, „maar waarvoor dient dit theoretische gepraat? " Wie zo gedacht heeft, moet ik nu tenslotte ook het praktisch nut van onze redenering laten zien. Geeft U mij daartoe nog een ogenblik de tijd.

Onze maatstaf bij 't waarderen van de mens uit het verleden, zeiden we, dat is de wil van God, zijn schepper. En dan alleen nog Gods geopenbaarde wil. Waar God Zijn wil ons niet geopenbaard heeft, daar leggen wij vol eerbied onze vinger op de mond! Maar God heeft ons zeer veel geopenbaard: Hij heeft ons toch niets minder dan Zijn Woord gegeven. Zijn Woord, dat ons de weg wijst die een ieder heeft te gaan

Is daarmee nu het laatste woord gezegd? Natuurlijk niet! Gods Woord wordt immers op zo heel erg veel manieren uitgelegd. En dus, zijn wij niet klaar alleen maar met te stellen dat Gods Woord de maatstaf is. Want velen zullen dit precies zo stellen, en niettemin ons standpunt lang niet delen, ja, kilometers van ons afstaan. Wij dienen dus ons standpunt nog wat nader te bepalen. En dit kan ook niet moeilijk zijn. Wij hebben — 't is bekend — een heel bepaalde opvatting omtrent Gods Woord, die neergelegd is in Belijdenis en Catechismus, waarnaast U zeker 't derde Formulier ter onderhouding van de enigheid, de regels tegen het gevoelen van de Remonstranten, niet vergeten moet. Dit alles nu, de Bijbel en de Formulieren, is bepalend voor de kijk die wij op 't leven hebben, op 't leven om ons heen, maar op het leven in 't verleden ook. Dit alles geeft ons houwvast, zekerheid, in ons beschouwen van het leven en de wereld en in ons beschouwen van wat nu geschiedenis geworden is. Wij moeten 't leven, ook dat van 't verleden, zien zoals de mannen der Hervorming — geleid door Gods onfeilbaar Woord — het ons weer hebben leren zien, de mannen der Hervorming, de Puriteinen en de nadere Hervormers uit de zeventiende eeuw. De Puriteinen ook, die ons zo veel nog kunnen leren, en dat terwijl in onze tijd — het moet met droefheid worden vastgesteld — het puriteinse element zo zienderogen uit ons midden gaat verdwijnen. Maar dit is eigenlijk een heel nieuw punt waar nu geen tijd voor is. Ik wil besluiten met U nog een enkel zuiver praktisch punt ter overweging mee te geven.

Ten eerste dit: We zeiden: Er is omtrent de uitleg van Gods Woord een menigte van meningen. En daarom is het van belang om vast te stellen dat niet ieder handboek der geschiedenis, en ook niet ieder handboek dat als christelijk w r ordt aangediend, voor ons aanvaardbaar is. We moeten telkens weer op onze hoede zijn. We nemen zo gemakkelijk wat over, het gaat zo ongemerkt! „De bron", het handboek in de kast van de vereniging, zegt zo en zo. Gaan wij dan altijd allereerst bepalen of dit op deze wijze zuiver is gesteld? Of nemen wij het uit gemakzucht zo maar over? Hier schuilt een groot gevaar. Wij moeten uit de bronnen enkel maar de feiten halen; de uitleg is voor ons. Wij moeten zelf, verantwoord, zeggen wat er te waarderen, wat er af te keuren valt, en ook: waarom! Hoe vaak is de praktijk juist andersom? Wanneer de bron zegt dat een man als Frederik de Grote Pruisen groot gemaakt heeft, neemt U 't dan zonder tegenspreken aan? Welzeker, Frederik de Grote heeft getracht zijn land vooruit te brengen en het is hem uiterlijk heel goed gelukt. Maar innerlijk? Hij is de man die Pruisen op een weg gebracht heeft die niet goed was: Zijn politiek hing enkel af van overwegingen van voor-of nadeel: goed of kwaad, dat was van geen belang! Zijn voetspoor is een eeuw daarna door Bismarck trouw gevolgd: Het werd iets dat natuurlijk werd gevonden, dat men zich niet kon storen aan wat goed of kwaad was, als het staatkunde betrof. Er loopt een lijn van Frederik de Grote over Bismarck naar de man van Duitslands ondergang, naar Hitier toe! Is Frederik de Grote dan nog Waarlijk groot? Vraag U bij 't beschouwen van zijn daden af: „Hoe zou ik zelf in dit of dat geval gehandeld hebben? Zou het, volgens mijn geweten, goed geweest zijn, naar de wil van God, indien ik zus of zo gehandeld had? Zo niet, dan kunt U 't ook niet in die andere prijzen, die daar in 't verleden voor U staat. Wat U voor God niet kunt verantwoorden, dat mag U in een ander niet aanvaarden!

(Slot volgt)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.