+ Meer informatie

Oecumene en de uitgesleten drempel van een oude kerk

6 minuten leestijd

De tijd dat slechts gereformeerde regenten op de kussens zaten — als die dagen er echt ooit geweest zijn — is voorbij. Invloed en betekenis van de kerk is getaand. Daarmee gepaard ging functieverlies van de gebouwen. Monumentale kunstwerken vaak bleken al schaarser bevolkt of soms leeg. Zij „wachten op de nieuwe functies die wij aan hen moeten geven", schreef eens een auteur in de serie „Langs de oude kerken" van Bosch en Keuning. Meer dan 2.000 kerkgebouwen staan op de monumentenlijst. De vraag is inmiddels: Hoever mag onze lust tot conserveren en restaureren gaan bij een steeds fnuikender geldgebrek? Willen wij de stenen erfenis beslist bewaren?

De kerk is niet op alle erfenis even zuinig. Ik denk daarbij aan de deze week openbaar gekomen plannen waarbij de staat de rechten van een achttal kerkgenootschappen op kerkelijke tractementen en pensioenen voor 250 miljoen gulden wil afkopen. Ook hierbij was sprake van functieverlies door de verregaande geldontwaarding. De uitkering van enkele honderden guldens voor een beperkt aantal predikantsplaatsen per jaar is niet interessant meer.

Nieuwe functie
Nu echter de stenen erfenis. Ds. H. R. Blankesteijn heeft zaterdag voor de Hervormde kerkvoogdijen een „terugkeer" naar de zestiende eeuw verdedigd. De kerk had toen het karakter van een overdekt plein, zo stelde hij en men karde er gerust met de kruiwagen door, gaf tijdens de dienst een kind de borst en liet er een hond loslopen. De kerk moet weer een echt publieke ruimte worden met de mogelijkheid van niet-kerkelijk gebruik.

Terecht wees men erop dat we sinds de Franse tijd niet langer leven in een christelijk gemenebest maar in een „neutrale" staat. Al is het waar dat onze huidige kerkgebouwen niet op een lijn te stellen zijn met Jeruzalems tempel — de heilige ceremoniën zijn immers vervuld — het huis des gebeds is een plaats waar Christus alleen Koning mag zijn. De „wereld" heeft er af te blijven.

Maar ik moet er direct bij aantekenen dat we op een twijfelachtige manier bezig zijn indien we alleen in het geweer komen wanneer Baghwans discipelen in een Gereformeerde kerk preken, als een goddeloze musical wordt opgevoerd of wanneer de kerk tot moskee wordt omgebouwd. Dat heet selectieve verontwaardiging. Niet alleen in de kerk maar op alle terreinen van de maatschappij rust het oog van de Alwetende. Nérgens verdraagt Hij het kwaad.

Ik vrees in elk geval dat wie zo'n oud monument enerzijds wil handhaven voor de eredienst en anderzijds plaats inruimt voor allerlei (culturele) uitingen van onze verwereldlijkte maatschappij de waarheid van de Koning der kerk verkwanselt. Dit is niet „de nieuwe functie die wij moeten geven".

Een bladzij of zes na het woord „afkopen" dat straks viel staat in mijn woordenboek „afstoten". De kerkelijke gemeente kan in een dorp of stad zo minvermogend zijn dat elke last van onderhoud te zwaar is. En zelfs een bloeiend hervormd-gereformeerde kerkelijk leven kan de restauratietonnen of -miljoenen niet opbrengen. Wat is dan logischer dan het kerkgebouw van de hand te doen? Af te stoten?

Hoeveel oude kerken en kerkjes zijn al niet omgebouwd tot supermarkt, congreszaal, kunstcentrum, universiteitsaula? Hoeveel — ik som op uit m'n hoofd: Vlissingen, Rotterdam, Amsterdam, Zwolle, Leiden, Schiedam, Gouda — hoevelen werden overgenomen door Pinkstergroepen?

Kerkgebouwen afstoten, we kunnen het nauwelijks een goede raad noemen. Het betekent maar zelden voordeel aan de ware godsdienst. Bovendien spring je met de echte monumenten zo gemakkelijk niet om. Die zijn immers „beschermd".

Afbreken
Nog wat bladeren in mijn woordenboek brengt me bij „afbreken". Welke waarde hechten wij aan het bewaren van de erfenis? Vooropgezet zij dat kerken die ouder zijn dan een eeuw helemaal niet afgebroken mogen worden. Waarom niet? Ze hebben culturele waarde. Ze vormen een cultuurgoed dat bij voorkeur ongewijzigd aan toekomstige geslachten moet worden doorgegeven.

Daar landen we aan bij een heel belangrijke zaak. Hoe kijkt de christelijke gemeente tegen dat cultuurgoed aan? Welke waarde heeft een kerkgebouw, één eeuw oud of eeuwenoud?

Het gebouw is slechts een hulpmiddel bij de Evangelieverkondiging. De bijzaak mag geen hoofdzaak worden. Het is nog niet zo lang geleden dat een streekgemeente met acht kerkgebouwen en één predikant in ieder gebouw regelmatig wilde kerken. Die dorpsrivaliteit, noemde dr. R. Steensma, docent kerkbouw en kerkgebruik aan het Instituut voor liturgiewetenschap van de theologische faculteit in Groningen, ooit „geen christendom maar heidendom."

Overheidstaak
Dat brengt me bij de jaarrede van opperkerkvoogd dr. W. J. Diepeveen zaterdag: mag je van de kerkelijke gemeente de verantwoordelijkheid vragen alleen voor het onderhoud te zorgen? „Kerkegeld mag niet gebruikt worden voor de culturele zaak van het behouden van monumenten. Dat is in wezen de zorg van de overheid."

Om nog één keer met Steensma te spreken (hij schreef of zei meer waar ik niet mee in stem dan wat ik onderschrijf, maar dit citeer ik toch instemmend): „het protestantse kerkgebouw is strikt genomen een gebruiksruimte. Niet sacraal zoals bij de rooms-katholieken... De protestantse kerk is een huis van de gemeente en als deze het gebouw niet meer nodig heeft voor de eredienst kan ze het gewoon afstoten. Onze voorvaderen hadden hier nooit moeite mee."

En dat is waar. In het begin van de zeventiende eeuw werden er meer kerken afgebroken dan gebouwd. Dat hing samen met het verschil in roomse liturgie en gereformeerde eredienst.

Ik hoor mezelf al betitelen als cultuurbarbaar en ik zie de boze brieven al komen. Maar in alle ernst, we moeten nuchter rekening houden met de beschikbare middelen.

Ja maar, zo, hoor ik ds. Blankesteijn zaterdag nog zeggen, die monumentale kerken zorgen voor verbondenheid met het voorgeslacht, oecumene in tijd, zoals er ook een wereldwijde oecumene is en die oecumene in tijd is wezenlijk van belang bij pastoraat en gemeenteopbouw! Ik kan, zei Blankesteijn, werkelijk ontroerd raken bij het zien van de door voetstappen van het voorgeslacht uitgesleten drempel in een oude kerk.

Ik kan dat best begrijpen. Een naamregister in een antieke familiebijbel doet je wat. Maar de ware oecumene ligt niet vast in een naamregister zonder meer of in de wetenschap van een Godvrezend voorgeslacht; tenzij het ons werpt op Gods Woord en wet en beloften. Een uitgesleten drempel is daarbij niet wezenlijk. Ik kan best zonder. Om met Goedhart te spreken: „Wanneer men het geloof niet voldoende onderscheidt van louter gevoelsaandoening dreigt het gevaar, dat men esthetische ontroering aanziet voor religieuze beleving. Hiervoor moeten wij ons hoeden."

Juist gebruik
Ik bepleit geen afbraak van alle cultuurmonumenten. Maar ik bepleit nuchterheid. Zeker — om maar wat in Calvijn te bladeren — goud en zilver, ivoor en marmer zijn aangenamer dan andere metalen of stenen. Velen hebben er echter zo'n vermaak in „dat ze als in marmer en metaal veranderd worden". God woont niet in tempelen met handen gemaakt maar heiligt ze zichzelf „tot een wettig gebruik door Zijn Woord".

De Geneefse hervormer waarschuwt voor verkwisting van kerkelijk goed aan het kerkgebouw als de „levende tempelen" — Gods volk — daarin veronachtzaamd zouden worden. Ook in zijn tijd immers liet men „liever vele duizenden armen van honger verderven dan de allerminste kelk of een kroesken te breken om de armoede van die te verlichten."

Ik heb er vrede mee dat we onze oude kerken bewaren. Graag. Maar laat de prijs niet te hoog zijn: geen tol aan de wereld. En, als de stichtingen voor de ,,oude kerken" zoals er al een aantal zijn bij willen springen en tegelijk de kerk intact willen laten is dat slechts toe te juichen. Maar laat werkelijkheidszin het winnen in de besteding van kerkgeld. Als onze oude kerken dan duizenden toeristen trekken, laten het dan evangelisatieposten zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.