+ Meer informatie

Kerkisme of Kerkelijk besef

5 minuten leestijd

In een vorig artikel hebben we onvoorwaardelijk de samenwerking en het contact met andere J.V.'s op het „Gereformeerde erf" afgewezen.

Nu kan ik me zo levendig voorstellen dat sommigen buiten ons en misschien ook wel onder ons zeggen: „Wat een eng kerkistisch standpunt!" Mensen, die nogal „ruim" van opvatting zijn komen gauw met dit verwijt.

Laat ik direct mogen verklaren, dat ik een grote vijand ben van kerkisme en niet graag er toe mee zou werken, om bij onze jonge mensen een kerkistisch standpunt aan te kweken. Het is nu de vraag, of ons afwijzend standpunt tegenover samenwerking en contact met andere J.V.'s noodzakelijk voort moet komeft uit een eng kerkisme. Wat houdt eigenlijk dat veel gebruikte woord „kerkisme" in? Vergun me, dat aan te wijzen in een bepaald sterk sprekend geval.

Men vertelde eens aan een zeker persoon, dat Ds. X. (uit een andere kerk dan de zijne) godzalig ontslapen was. Prompt antwoordde deze persoon: „Wat zegt ge? Godzalig ontslapen? Dat kan niet! Dan zou hij wel lid geworden zijn van onze kerk!" Ik geloof, dat dit voorbeeld vrij duidelijk illustreert, welke gedachtengang er ten grondslag ligt aan zo'n kerkistisch standpunt: „Alleen in onze kerk is het goed. Daar is de zuivere leer, daar zijn de goede dominees, daar zijn de bekeerde mensen en de leer, de dominees en de mensen van een andere kerk zijn al veroordeeld, alleen omdat ze van een andere kerk zijn. Daarmee uit!"

Wanneer wij nu de samenwerking en het contact met andere J.V.'s afwijzen, is dit niet op grond van het standpunt, dat alleen bij ons alles is zoals het zijn moet en er bij een ander niet veel of niets van deugen kan. Zulk een standpunt verwerpen wij geheel. Maar even verwerpelijk vinden we het, als men zich overal thuis kan gevoelen. Dat wijst op gemis van kerkelijk besefen daartegen dient gewaakt te worden.

Men komt dan graag met het vrome praatje: „Als ik sterf, zal me niet gevraagd worden, van welke kerk ik lid geweest ben!" En dat geeft dan vrijheid om even gemakkelijk van kerkelijk lidmaatschap te veranderen als van kledij; of om geheel onkerkelijk te worden; of om de godsdienstoefening in de eigen kerk te verzuimen omdat in de X-e kerk zo'n goede dominee is vandaag; of ook wel om de kerk waartoe men krachtens belijdenis hoort openlijk of bedekt in woord of geschrift aan te vallen en zijn vermeende of gegronde bezwaren tegen eigen kerkelijk leven te boodschappen op de straten van Askelon!

Tegen een dergelijke vervlakking van het kerkelijk besef wil het Hoofdbestuur waken, ook reeds op onze J.V.'s. Het mag geen holle phrase zijn, dat elke aangesloten Vereniging zich Stelt onder toezicht van de Kerkeraad. Wij hebben te weten, waarom we lid zijn (of belijdend lid zullen worden) van de Gereformeerde Gemeente. Dat mag maar niet zijn, omdat onze ouders het ook waren. Zo zijn we wel dooplid geworden: . God deed ons daar geboren worden en daarom ontvingen we daar het sacrament des Doops. Maar daarna komen we tot een persoonlijke keuze. We doen belijdenis. En dat doen we niet in de Gereformeerde Gemeente omdat onze ouders daar nu eenmaal ook horen. Dan immers zou een Roomse gerechtvaardigd zijn in zijn Rooms-zijn, omdat zijn ouders het ook waren. Neen, aan het belijdenis-doen moet een ernstig, biddend onderzoek vooraf gaan naar de leer en de prediking in de Gemeenten. Ook behoort men te weten, waarom we gescheiden leven van andere kerkformaties. We moeten dus iets kennen van de geschiedenis van onze Gereformeerde Gemeenten. (In dit verband vraag ik Uw belangstelling voor de binnenkort te verschijnen brochure hierover van Ds. Kersten en Ds. Van Zweden). Onbekend maakt toch onbemind.

Het is niet de bedoeling dit alles nu volledig uit te werken. Ik stel alleen voorop, dat we weten (behoren te weten), waarom we lid der Gereformeerde Gemeente zijn en dat we ons dus welbewust stellen onder het ambtelijk toezicht in die Gemeenten. Dat houdt dus niet in, dat het bij ons alleen goed is, ook allerminst dat het bij ons alles goed is, maar dat we geloven, dat de prediking zuiver is naar den Woorde Gods en dat gestaan wordt naar een openbaring, die daarmee in overeenstemming is.

Gaan we nu buitenkerkelijk contact zoeken, dan is het gevaar groot, dat we onszelf en onze jongeren gaan brengen onder een leer en onder praktijken, die wij met beslistheid verwerpen moeten. Ik beweer dus niet, dat dit noodzakelijk zo zijn moet, maar het gevaar is groot en we kunnen en mogen die verantwoordelijkheid niet op ons nemen.

Een J.V., die om voorlichting vroeg inzake het contact met andere J.V.'s meldde een dergelijk verzoek te hebben ontvangen vanuit een gemeente, waarvan we verwachten mogen, dat de leer en de praktijk geheel is als bij ons. In een dergelijk geval (dat zeker tot de uitzonderingen zal behoren), late men de Kerkeraad beslissen of ingegaan zal worden op het verzoek om samenwerking en onderwerpe men zich aan het oordeel van de Kerkeraad.

Over het algemeen treffen we echter, als we om ons heen zien, praktijken aan, óók bij de J.V.'s op het Gereformeerde Kerkelijk erf, waarvoor we onze jongelingen ernstig zouden willen waarschuwen. Het lijkt ons nuttig eens enkele van deze dingen te signaleren om elkaar erop te wijzen, hoe het bij ons niet moet z\jn of worden. Daarover in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.