+ Meer informatie

Duizenden studenten visten achter het net

Onduidelijke toekomst voor teleurgestelden

7 minuten leestijd

Duizenden jongens en meisjes, die dit jaar van de middelbare school zijn gekomen, gaan studeren aan universiteiten, hogescholen of aan scholen voor hoger beroepsonderwijs. Voor rond 4500 van hen was geen plaats aan de universiteit; zij werden uitgeloot. De studierichting van hun keuze kende een numerus fixus. Hoeveel studenten niet werden toegelaten tot het hoger beroepsonderwijs, waar men al jaren een beperking van de opnamecapaciteit kent, is moeilijker na te gaan, maar ook voor die opleidingen moesten duizenden jongens en meisjes worden teleurgesteld.

Voor de sociale academies waren bijna drie maal zoveel aanmeldingen als plaatsen (7216 tegen 2393), voor de 240 opleidingsplaatsen van jeugdleiders meldden zich 1250 studenten aan, voor de academies voor lichamelijke opvoeding 2048 gegadigden naar 710 plaatsen.

Wat er met al die afgewezenen gebeurt, is een onduidelijke zaak. Vaak proberen zij het het volgend jaar opnieuw met een evengroot risico op een misser. Anderen kiezen een richting, waar het niet zo vol is, jongens gaan eerst in militaire dienst, velen verdwijnen in een baan, al dan niet diep teleurgesteld. Er is niet of nauwelijks onderzoek verricht naar deze grote groep aankomende studenten, die achter het net van de door hen gewenste wetenschappelijke of hogere beroepsopleiding vissen.

In Nijmegen hebben enkele menson die zich met de begeleiding van studenten bezighouden, de aankomende studenten uitgenodigd over hun problemen te komen praten, mochten zij worden uitgeloot. Er zijn er 75 geweest die aan de uitnodiging hebben gevolg gegeven. Doel van de bijeenkomst was de individuele uitgelote student de mogelijkheid te bieden zijn problemen te uiten en hem (of haar) te motiveren naar een oplossing te zoeken en daarbij hulp te bieden.

BEROEPSPROFIEL
Er is naar voren gekomen dat veel aankomende studenten zich blind staren op een bepaald vak. Dat komt vooral voor bij een studierichting als medicijnen, waar het vak van arts weliswaar een duidelijk beroepsprofiel heeft, maar waar men zich toch te weinig realiseert wat het vak werkelijk inhoudt en hoeveel verschillende richtingen er zijn.
Volgens de Nijmeegse studentenbegeleiders is er een „stuk integratie nodig tussen de schooldecanen en de beroepskeuze-adviseurs". Dat zou volgens hen „een eerste aanzet kunnen zijn voor aankomende studenten een beter beeld te verkrijgen van wat zij willen gaan studeren". Erkend werd echter dat dit veel mankracht zal vragen.
Er is wel eens voorgesteld de selectie uit te stellen tot na het eerste studiejaar. Daarmee zou kunnen worden bereikt dat de studenten een beter inzicht krijgen in wat de studie voorstelt en de docenten zouden kunnen zien, welke capaciteiten de student heeft. Maar aan dit voorstel kleven ook problemen.

ALTERNATIEF
De Nijmeegse groep uitgelote scholieren viel na de gesprekken met de begeleiders en met elkaar in drie groepen uiteen, een die nog meer bevestigd was in de oorspronkelijke keuze, een die tot het inzicht kwam dat de keuze op drijfzand was gebaseerd en een motivatie voor een andere richting vond, en een die van zijn oorspronkelijke keuze was afgestapt, maar nu niet meer wist wat wel te doen.
„Mensen die uitgeloot zijn, blijken nooit te hebben nagedacht over een alternatief", zeggen de studentendecanen in Utrecht, „ze hebben zich tegen alle adviezen in op hun eerste keuze vastgezet, ze „kennen" gewoon geen alternatieven. Als ze bij ons hun nood komen klagen omdat ze zijn uitgeloot, proberen wij hen dat duidelijk te maken en bij een aantal gaan dan de ogen open, bijv. de keuze voor psychologie in plaats van geneeskunde".
„Het aanbieden van een alternatief stuit vaak op grote weerstand", aldus de Utrechtse decanen. „Het valt ook op dat verwijzing naar het hoger beroepsonderwijs geen alternatief is. Behalve dat men ook daar een duidelijke beperking van de capaciteit kent, vinden veel aankomende studenten het enigszins beneden hun niveau. Ze willen een academische opleiding volgen.
Het werk van de decanen in deze gevallen komt vaak neer op „afpoeieren", want, zo zeggen zij, „er valt zo verschrikkelijk weinig voor de uitgelote groep te doen". Verwijzen naar het buitenland biedt ook weinig of geen soelaas. Van West-Duitsland is bijv. bekend dat daar dit jaar 42.000 studenten zijn afgewezen bij gebrek aan opleidingscapaciteit.

ONZEKER
Het hoofd van het bureau aanmelding en plaatsing zei desgevraagd dat volgend jaar de voorlichting aan de eerstejaarsstudenten zal worden uitgebreid en verbeterd. Er is een brochure in de maak, waarin andere mogelijkheden worden genoemd. Veel is echter nog onzeker, omdat de Tweede Kamer nog moet debatteren over verlenging van de wet, die de beperking van de inschrijving van studenten mogelijk maakt. Het daartoe strekkende wetsontwerp komt op zijn vroegst begin volgend jaar in de Kamer aan de orde. Dan moeten de scholieren, die hun laatste jaar beginnen zich al hebben aangemeld, want de vooraanmelding sluit dit jaar in december.
In het wetsontwerp stellen de bewindslieden van Onderwijs en wetenschappen voor uitsluitend te loten om plaatsen in de studierichtingen met beperkte capaciteit. Vorig en dit jaar werden zij, die hun dienstplicht hadden vervuld en ook zij die een gemiddelde eindexamencijfer hoger dan 7,5 hadden, zonder meer tot de studierichtingen met een numerus fixus toegelaten. Over de toelatingscriteria is noch in wetenschappelijke, noch in politieke kringen het laatste woord gezegd. In de praktijk betekent dit onzekerheid voor aankomende studenten tot na het kamerdebat.

GRONDWET
De beperking van het aantal studenten in dit jaar tien studierichtingen staat op gespannen voet met de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. In en om de universiteiten zijn dan ook de nodige debatten hierover gevoerd en ook in politieke kring wordt er heel verschillend over gedacht.
Alarmerende berichten over werkloosheid onder bepaalde groepen academici zoals scheikundigen, ingenieurs en juristen, hebben de laatste jaren de belangstelling voor die vakken doen afnemen. Hetzelfde is het geval met sociale wetenschappen als sociologie en psychologie.

HOGESCHOLEN
Een heel ander beeld dan de universlteiten bieden de hogescholen, de drie Technische hogescholen (Delft, Eindhoven en Twente) kunnen de komende eerstejaars goed verwerken. In Delft hebben zich 1100 studenten aangemeld, in Eindhoven 500 en in Twente 261. Vooral in Twente is nog plaats, men zou er 500 studenten kunnen opvangen.

Aan de landbouwhogeschool in Wageningen noemde men een aantal van 800 aanmeldingen bij een capaciteit die desnoods tot lOOO is op te voeren. In Tilburg, aan de Katholieke hogeschool, hebben zich tot nog toe ruim 700 studenten gemeld, voor wie allemaal een plaatsje te vinden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.