+ Meer informatie

SLOTWOORD OVER 1 TIMOTHEÜS 4 : 15B

5 minuten leestijd

Broeders,

het zal ook u vast wel eens overkomen zijn dat een gemeentelid – in de regel een jongere – u vroeg: wat doet zo’n kerkenraad nou eigenlijk? Je hoort regelmatig dat ze vergaderen, dat het ook niet altijd vroeg afgelopen is, maar waar houden ze zich nu mee bezig?

Nu, dat valt natuurlijk uit te leggen. En ik vermoed dat er weinig kerkenraden meer zijn die niet op de een of andere manier in het kerkblad laten merken waar ze mee bezig zijn. Dat lijkt mij, de grenzen van vertrouwelijke zaken in aanmerking nemend, een must.

We hebben vandaag heel wat gehoord over de dingen die op het pad van een kerkenraad kunnen komen, ook met de lastige en complexe kanten daarvan.

Dat kan de vraag oproepen: hoe houden we koers als kerkenraad? Hoe houden we het vol? Juist als we voor tal van vragen en problemen in onze tijd staan? Met een variant op een Psalmwoord: waarmede zal de kerkenraad zijn pad, door moeilijkheên omsingeld, rein bewaren?

In dat verband zou ik u willen wijzen op die ene zinsnede in dit vierde hoofdstuk van Paulus eerste brief aan Timotheüs, in vers 15: ‘leef erin’. Letterlijk staat er: ‘wees erin’.

Waar doelt Paulus op als hij deze woorden aan zijn geestelijke zoon schrijft?

Nu, hij heeft heel wat aanwijzingen gegeven voor een trouwe ambtsbediening – we hebben er iets van gelezen.

Samengevat: Timotheüs wordt opgeroepen om helemaal te exploreren wat God hem gegeven heeft. En dat is: de gave van Zijn Woord en de gave van Zijn Geest. Het Woord als de basis voor al het ambtswerk, als het uitgangspunt voor alle handelen, ook als raad van ouderlingen, zoals vers 14 zegt. En de Geest om daar persoonlijk uit te leven èn het op de juiste wijze te kunnen doorgeven en toepassen in de gemeente.

Al wat Paulus daarover geschreven heeft, moet Timotheüs voortdurend in gedachten hebben. Ja, hij moet erin zijn, erin leven.

Dat is ook voor ons noodzakelijk. Zo alleen zullen we ons ambtelijk werk, persoonlijk en gezamenlijk als kerkenraad, kunnen doen. Bij alle vragen die op ons afkomen, bij de invulling van het geestelijk leiding geven, anno 2015 in een mondige gemeente.

Wees erin, in de dingen van de Heere. Als je er niet voortdurend in bent, raak je eruit. Dan kom je geestelijk droog te staan. Dan houd je het ook niet vol.

Daarom pleit Paulus voor geestelijke oefening. ‘Oefen uzelf in de godsvrucht’, zegt vers 7, in de omgang met de Heere en het in praktijk brengen van Zijn Woord.

Overdenk deze dingen, bemediteer ze, verdiep je erin. Wees erin, zoals een vis zijn element vindt in het water.

Mooi gezegd, denkt iemand. Maar waar haal ik de tijd vandaan? Ik begrijp, broeders, dat het niet niks is als je na een drukke dagtaak ook nog eens op pad moet voor de kerk. En dat het wel eens lastig is om de concentratie op te brengen voor de persoonlijke stille tijd.

En toch: het zal niet zonder kunnen. Laat de omgang met de Heere niet de sluitpost op de dagbegroting zijn.

Luther zei eens tegen Melanchton, toen hij zijn overvolle agenda zag: ‘Jij gaat dood, jij kunt niet heilig luieren voor God’. En gelijk had hij.

Ik zou ook willen pleiten voor het nadrukkelijk inruimen van tijd voor geestelijke bezinningsmomenten in de kerkenraad. Er gaat veel zegen van uit voor heel ons vergaderwerk als we regelmatig met elkaar spreken over een geestelijk onderwerp of over een aspect van geestelijk leiding geven, bij een open Bijbel. Anders lopen we het gevaar dat onze kerkenraadsvergaderingen ‘verzakelijken’, en dat zou in een zeer bepaalde zin zonde zijn.

Broeders, spreken we binnen de kerkenraad wel eens van hart tot hart met elkaar?

‘Wees erin, leef erin’. Weet u wat het mooie is? Dat er een doelstelling op volgt die een belofte in zich bevat. ‘Opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden’. Dat wil zoveel zeggen als: je geloofsleven verdiept zich en de uitvoering van je ambtelijke taak maakt een positieve ontwikkeling door.

Stilstand is achteruitgang. Maar vordering betekent: je groeit erin. Niet tot meerdere glorie van jezelf, maar met het oog op Gods Koninkrijk.

Zou je ook als kerkenraad gezamenlijk daarin kunnen groeien? Ongetwijfeld. Als een kerkenraad een geestelijk team is dat zich onder de leiding van de Heilige Geest oefent in het bezig zijn met deze dingen, neemt de onderlinge verbondenheid toe en ook de slagkracht in het ambtelijke werk. En de gemeente merkt het. Dan is er ook vertrouwen tussen kerkenraad en gemeente onderling. En de zaak van de Heere wordt echt gediend.

Kerkenraad, wat dóe je toch? Wat een zegen als een gemeente merkt: de kerkenraad doet waartoe hij geroepen is. Hij leeft erin, in de dingen van de Heere. En wie erin leeft, die leeft er ook uit.

Om te eindigen met onze Dordtse Leerregels: ‘hoe nauwgezetter wij ons ambt vervullen, des te heerlijker openbaart zich ook de weldaad van God die in ons werkt en des te beter vordert Zijn werk’ (III/IV, 17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.