+ Meer informatie

Evaluerend slotwoord

5 minuten leestijd

Het vraagstuk dat ons vandaag heeft bezig gehouden is van immense afmeting. Heel de theologie en de religie staan ermee in het veld. Een gevoel van verlegenheid en onmacht vervult ons. We zijn ook maar pas begonnen ons erop te bezinnen en we doen dat zelfs met een vraagteken: Naar een christelijke ascese? Er zit een aantal dimensies in deze problematiek.

1. We zijn er zelf heel persóónlijk bij betrokken. Het raakt ons hart en onze gezindheid. Het gaat om een existentieel inzicht in de wijze van heiliging van ons leven. Heel de personele ethiek staat binnen de reikwijdte.

2. Tegelijk is het een zaak van de geméénschap. Het heeft een koinologische dimensie. Niemand kan het op zijn eentje af en aan. Het N.T. krioelt ook van meervouden als het om het optreden inzake samenleving, cultuur, schepping en economie gaat. De gemeente als gemeenschap is het zuurdeeg, dat in het deeg moet, er helemaal in, wil het werken. Wat zijn we daarom als gemeente waard !

3. Ook de geschiédenis is bij het vraagstuk betrokken. We moeten goed analyseren, in welke fase we gekomen zijn en wat er vandaag aan de hand is op het terrein van schepping, milieu, economie, verhouding rijk en arm enz. De vraag klemt: is de huidige stand van zaken niet mee ontstaan in Europa door de werking van het calvinisme? Rome riep om een ascese afgescheiden van het volle leven. Daar zat ook iets verdienstelijks in. Tegelijk ging het in deze ascese om een vervangende functie voor hen, die het drukke bedrijf van handel en werken draaiende houden. Heeft het calvinisme niet meer gedacht in de trant van een „innerwèltliche Askese”? Het calvinisme zet ons midden in de samenleving, in de voluit praktische theologie en in de ware praxis pietatis, waarin het priesterschap van de gelovigen tot volle recht en ontplooiing mag komen!

4. We hebben ook gehoord dat de hele sóciale ethiek met de uitlopers in het economische en politieke vlak aan de orde komt. En dan zelfs gedacht in mondiale en internationale verbanden. Vroeger sprak men over God en het Koninkrijk in de fabriek. Durven wij het nog aan te spreken over God en de multinationals?! Duidelijk is dat het gaat om een geweldig vraagstuk, waarbij meer vragen dan antwoorden gegeven (kunnen) worden. Was er eens een leus „Proletariers aller landen verenigt u” om het sociale vraagstuk tot een oplossing te brengen, vandaag mag wel geroepen worden: „Gereformeerde belijders van alle kerken verenigt u tot beantwoording van de vraag naar een christelijke ascese”! In oecumenische gezindheid moeten de beste krachten hiertoe gundeld worden.

Midden in de veelzijdige vraagstelling nu staat het Woord van God als norm voor ons handelen, met de persoonlijke en gemeenschappelijke opdrachten, ook ten aanzien van ons omgaan met de gaven van de schepping des Heren. Deze opdrachten en geboden mogen niet verstaan worden binnen een wettisch kader, maar worden gedragen door de genadekracht van Christus, de opgestane Here.

Dit geeft een geweldige spanning in onze worsteling om tot een goed antwoord te komen. Enerzijds ligt het in het verlengde van dit Woord van God om door te denken over een ethiek van het „genoeg”, maar anderzijds spreekt datzelfde Woord over het Koninkrijk van God dat met overmacht en overvloed komt. Daar is het evangelie van verzoening en verlossing, tegelijk overwinning, dat over kruis en open graf met de kracht van de Pinkstergeest zich de geschiedenis inboort met eschatologische stuwing. Wat betekent dit concreet voor onze tijd en welke gestalte neemt het aan in de huidige cultuur, techniek en economie ! De Koning van dit rijk werkt zijn zaken af in overvloed en uitbundigheid. Hij belooft zijn volk een land dat overvloeit van melk en honig. Hij wil onder zijn volk wonen niet in een schapenhok of zwijnenstal, maar in een schitterende tempel. Jezus zegt: Zoekt eerst dit Koninkrijk en alle dingen, waar de heidenen naar zoeken, zullen u toegeworpen worden (Mt.6 : 25vv). Houdt de schort maar op. Hoe gaan we om met het vele dat de Here God geeft?

Zijn we er door de negatieve tendenzen van de progressie in de ontwikkeling terug te dringen? Het is nodig in deze tijden tussen Pinksteren en parousie de ethiek van het „genoeg” verder uit te werken. Maar hoe? Hoe moeten de normen van de Bijbel, die gegeven zijn voor een agrarische samenleving, toegepast worden in onze industriële samenleving? We moeten die normen niet vullen vanuit onze samenleving, maar ze moeten wel gevuld worden naar onze samenleving toe. Ik heb de indruk, dat we hier nog maar net aan geroken hebben en dat we alle krachten en harten nodig hebben om er wat gestalte aan te geven. Midden in gevoelens van verlegenheid en onmacht staan Gods opdrachten in scherp licht voor ons, waarvan de lijnen moeten worden doorgetrokken niet alleen naar de microcosm is, maar ook naar de macrocosmos. We kunnen daarom niet zeggen datwe er met deze conferentie zijn. Het werk gaat eigenlijk nu pas beginnen. Waar zijn de kaders en de organen om ermee bezig te blijven binnen de kerken en de christenheid?

Deze dag heeft ons gestimuleerd tot voortgaande bezinning. We kunnen het niet laten afweten. De tijd dringt. De dreigingen nemen toe. Juist in het licht van Pasen luidt het: „Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Here!” En de draagkracht voor deze bezinning van immense omvang ligt in het gebed, dat onze Meester ons geleerd heeft: „Uw Koninkrijke kome!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.