+ Meer informatie

DE TELEVISIE

6 minuten leestijd

6.

Kerk en televisie.

Tot nu toe hebben we onze aandacht gericht op de bezwaren, die het gebruik van de televisie met zich meebrengt binnen de kring van de gezinnen. Ook in dit artikel willen we op onze gezinnen blijven letten. Alleen wensen we thans iets te schrijven over de taak van de kerk ten aanzien van deze zaak, en de wijze, waarop die taak door de kerk betracht moet worden.

Het is bekend, dat in ons land uitspraken bestaan van verschillende kerkengroepen wat betreft het gebruik van de televisie.

De Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten Utrecht 1953 sprak uit, dat het gebruik van de televisie in de gezinnen, of anderszins tot vermaak, ten strengste moet worden veroordeeld en dat de kerkeraden de roeping hebben tegen dit gebruik van de televisie met kracht, zo nodig met toepassing van censuur op te treden. Op de Generale Synode van 1959 van dezelfde gemeenten, waar aangedrongen werd op eenzelfde gedragslijn, werd dit besluit weer bevestigd.

In de Gereformeerde Gemeenten in Nederland worden leden, die in het bezit zijn van een televisietoestel, gecensureerd. De laatste synode van de Oud-Gereformmerde Gemeenten van dit jaar besloot onder meer bekend te maken: „Het bezitten van een t.v.-toestel is ontoelaatbaar wegens de zedenbedervende invloed. Degenen, die een t.v. bezitten of aanschaffen, zullen daarom afgevoerd worden als lidmaat der gemeente”.

Op een andere wijze lezen we ook van besluiten in deze zaak. Dan niet zozeer van bredere vergaderingen, maar van kerkeraden. De dagbladpers zorgt er wel voor, dat we daarvan op de hoogte blijven.

Als een kerkeraad ergens in Nederland iemand afhoudt van het doen van belijdenis wegens het bezit van een t.v.-toestel, is de sensatie-pers er als de kippen bij om het den volke bekend te maken. In dat opzicht is men nog niet veel verbeterd sinds de liberale spot met de bekrompenheid - althans in het oog van de liberale wereld - van de afgescheidenen uit de vorige eeuw.

’t Is ook wat, als een kermisverhaal uit Leersum voorpaginanieuws gaat worden: geen gratis kaartjes voor de kinderen van de christelijke school. Net alsof dit laatste niet vanzelfsprekend is.

Wij voor ons hebben geen behoefte om op allerlei sensatie-berichten in te gaan. Het gaat er maar om, dat verschillende kerken uitspraken hebben gedaan.

In onze kerken kwam er nimmer een uitspraak tegen het gebruik van de t.v., althans landelijk gesproken. Wel was er op de Generale Synode van 1959 een instruktie van de P.S. van het Oosten over de levenshouding van de christen in deze tijd. In die instruktie werd ook gesproken over de gevaren van de televisie, die de passieve genotslust versterkt, de eigen oordeelsvorming verzwakt, de arbeid voor Gods koninkrijk grotelijks benadeelt en door haar gerichtheid op het visuele een zo grote invloed heeft dat uitzendingen van onchristelijk gehalte de ongerechtigheid bevorderen. Sommigen vonden ter synode dit voorstel niet scherp genoeg gericht, vooral wat de gevaren van de t.v. betreft. Anderen vonden een eventuele uitspraak van een Generale Synode over deze dingen niet juist. Volgens de laatsten zou dit veel op een pauselijke encykliek gaan lijken. Uiteindelijk werd het voorstel teruggenomen. Zodat wij geen uitspraak t.a.v. de t.v. van de meest brede vergadering der kerken kennen.

’t Zal toch niet in geding mogen zijn- dunkt me - of de kerk een roeping heeft ten aanzien van de zonden. In een ander verband hebben we al eens over deze zaak gesproken, ’t Is de opdracht aan de kerk om de boodschap van leven en dood te brengen, van het Woord van God. Daarin ligt toch zeker opgesloten, dat de kerk de roeping heeft om de zonden bij de naam te noemen en af te manen van alle paden der ongerechtigheid. Zou dan niet gewaarschuwd moeten worden tegen de ongerechtigheden, die voor het t.v.-scherm verschijnen? Ik zou eer vrezen, dat er te weinig gewaarschuwd wordt dan te veel. En daarbij meen ik, dat de waarschuwingen zich niet alleen moeten richten tegen het misbruik, maar ook tegen het bezit in het tegenwoordige bestel. De kerk mag niet uitgaan van de ideaalmens, die het wel kan regelen, maar van de mens, die én om zichzelf én om een ander beter 10 meter dan 10 cm van de afgrond vandaan kan blijven.

Alleen zal deze roeping moeten beginnen daar, waar het Woord verkondigd wordt in de plaatselijke kerken. Een uitspraak van een synode - ik betreur het, dat wij er geen hebben - mag nooit een afschuiven worden van verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerk. Ik voor mij kan het juist waarderen, dat in de uitspraak van de Gereformeerde Gemeenten op de roeping van de kerkeraden gewezen wordt. Een kerkeraad, die niet eigen roeping en verantwoordelijkheid kent, voert eigenlijk niet meer dan wat maatregelen van „hogerhand” opgelegd uit.

Binnen het geheel van de bediening van Gods Woord zal er vanaf de kansel vermaand moeten worden. En laten de kerkeraden het huisbezoek vooral in deze zaak niet vergeten. Het is heus niet eenvoudig in een gemeente, waar heden met t.v. zijn, op die wijze, die in overeenstemming is met het schriftuurlijk karakter van de vervulling van het ambt, te vermanen. En dit kan daarom nooit anders gebeuren dan met het oog op het eeuwig belang van de zielen die toebetrouwd zijn. Voor het overige: lidmaatschap en censuur zijn zaken, die toch wel allereerst de plaatselijke kerkeraden aangaan. En telkens zal naar de maatstaf van Gods geboden geoordeeld moeten. De roede van de tucht is door God gegeven aan de kerk om die te gebruiken, als het nodig is.

Daarom blijven we het toch betreuren, dat onze kerken nimmer gekomen zijn in de meeste brede vergadering tot een getuigenis tegen het kwaad, dat hier dreigt. Er zijn sprekende gevaren en sprekende zonden in iedere tijd, waarbij de stem van de kerken niet zwijgen kan. De zaak van het leven raakt net zo goed het welzijn van de kerk als de zaak van de leer. Nog meer: verval in het leven is vaak openbaring van verslapping in de leer, die naar de godzaligheid is. Een waarschuwend getuigenis, zoals onlangs door de classis Rotterdam uitging tot alle Gereformeerde Gemeenten in die classis zou ons lief geweest zijn. Jammer is het daarbij, dat men wel verzekert zelf ook ernstige bezwaren te hebben tegen wat zo in doorsnee voor het kijkglas komt, maar men ondertussen berust in het feit, dat de televisie er nu eenmaal is. „Wij kunnen de klok niet terugzetten”. Dat heet nuchter. Maar Gods Woord leert een ander soort nuchterheid. Weest dan nüchteren en waak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.