+ Meer informatie

Godsdienstonderwijs moet belangrijkste vak blijven

Themanummer van „De Reformatorische School"

5 minuten leestijd

HENDRIK IDO AMBACHT — Godsdienstonderwijs moet het belangrijkste vak blijven op de reformatorische scholen. Voortdurende bezinning en toezicht blijft noodzakelijk. Belangrijk is door wie het onderwijs aan de kinderen wordt gegeven.

Over „Het godsdienstonderwijs op de reformatorische school" verscheen een themanummer van het onderwijsblad „De Reformatorische School" (DRS). In dit orgaan van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) en de Gereformeerde Onderwijzers- en Lerarenvereniging (GOLV) wordt op het thema in twaalf hoofdstukken ingegaan.

Het aprilnummer van DRS werd samengesteld door een redactiecommissie bestaande uit: mej. N. van Duyn en de heren I. A. Kole, C. J. Meeuse, T. Sterk, N. J. Teerds en C. Bregman.

De heer C. J. Meeuse stelt in zijn bijdrage „Godsdienstige opvoeding op school - bij ieder vak" dat niet alleen de onderwijzers die bijbelles geven of godsdienstonderwijs verzorgen, de leerlingen kunnen beïnvloeden.

Ieder, die op enige wijze betrokken is bij de kennisoverdracht, het aanleren van vaardigheden, of anderszins les geeft, kan hiervoor veel betekenen in positieve of negatieve zin. In zijn bijdrage wijst deze scribent erop, dat kleuterscholen net zo belangrijk zijn als lagere scholen.

Onverschillig
Zo zal het bij het voortgezet onderwijs belangrijk zijn hoe de leraar godsdienst zich opstelt. De wijze waarop hij spreekt kan beslag leggen of onverschilligheid opwekken. Maar de wijze waarop de natuurkundeleraar het Woord van God laat zwijgen, kan eveneens van veel belang zijn.

Neutraal onderwijs bestaat voor hem niet, dat is goddeloos. Wie niet met Gods wil rekening houdt, overschrijdt altijd de grenzen van het geoorloofde, in kleine en grote dingen. Gods Woord zal medebepalend moeten zijn voor de leerstof, anders schiet het christelijk onderwijs zijn doel voorbij.

C. de Bode gaat in op de voorbereiding van de bijbelse geschiedenisles en bekijkt de daarbij ten dienste staande bronnen. Hij houdt de jonge garde voor het te houden bij de oude garde die het als volgt verwoordde: „De onderwijzer(es) bereide zijn (haar) lessen voor met studie en gebed". Schrijver zegt dan zal de verantwoordelijkheid ingeleefd worden en de afhankelijkheid van de Heere gezien worden.

Biddend
,,De bijbelvertelling", is een verslag van een geïntegreerde vergadering van het personeel van de Ds. Abraham-Hellenbroekschool te Zwijndrecht. Hier komt men tot de conclusie dat het veel voorbereiding vraagt. Biddend en vragend, of de Heere dit werk wil zegenen, zal men hiermee bezig moeten zijn.

Hierna volgt in hoofdstuk 4 van de hand van G. D. Pas ,,De bijbelvertelling en het sprookje". Uit deze bijdrage blijkt dat de schrijver een grote terughoudendheid ten opzichte van het sprookje heeft. Z'n bezwaren zijn vooral gericht tegen de achter vele sprookjes aanwezige denk- en gevoelswereld. Deze bezwaren blijven gelden, ook als het sprookje aangeboden wordt als louter fantasieverhaal, waarbij het element van de „leugen" als het ware ontmaskerd en dus geneutraliseerd wordt.

De heer N. J. Teerds geeft enkele gedachten weer over de belijdenisgeschriften bij de Bijbelse geschiedenis in het lager onderwijs. Hij stelt dat de zinsnede uit de statuten, waarin over de belijdenisgeschriften gesproken wordt in de bijbelse geschiedenis en het godsdienstonderwijs terug moeten komen. Het zal mogelijk ook gevolgen hebben voor diverse andere leergebieden.

De heer M. Rijnhout en mej. M. Keijzer behandelen „Verwerkingsvormen en -mogelijkheden". Het staat voor hen vast dat de vertelling de meest geschikte werkvorm is om bijbelse geschiedenis te geven. Toch wijzen ze ook op andere manieren van verwerken.

G. J. Capellen gaat in op de aansluiting lager onderwijs - voortgezet onderwijs bij het godsdienstonderwijs. In de praktijk blijkt dat veel leerlingen, daarmee nogal wat moeite hebben. Hij wijst er op dat het van groot belang is dat de scholen voor voortgezet onderwijs kennis nemen van de leerplannen bijbelse geschiedenis van de lagere scholen.

Het godsdienstonderwijs na de lagere school krijgt ook nog aandacht van de heer I. A. Kole, die hierbij een aantal methoden noemt.

Voorrecht
H. G. Leertouwer noemde z'n bijdrage ,,Godsdienstonderwijs op een reformatorische scholengemeenschap". Hij geeft het een en ander weer over ervaringen die hij opdeed. Hij noemt het een voorrecht dit onderwijs op school te mogen geven, hij wil met z'n bijdrage geen onderscheid aangeven tussen een reformatorische school en wat wel genoemd wordt een ,,algemene christelijke" school. Hij kan echter niet om een aantal in het oog lopende verschillen heen.

In de laatste hoofdstukken gaat het over godsdienstonderwijs bij het LBO (J. Wijnhorst), Motivatie van het godsdienstonderwijs in de puberteit (J. de Jager) en de taak en de plaats van het godsdienstonderwijs op de opleiding voor kleuterleidsters en Pedagogische Akademie. (J. Segers).

Om een uitgebreide verspreiding van dit themanummer te bevorderen en ook om het nummer uit te geven in een wat aantrekkelijker vorm, heeft de VGS deze uitgave door extra financiële steun mogelijk gemaakt.

Als men zich nu als lid opgeeft van de GOLV krijgt men dit themanummer (dat 228 pagina's telt) gratis.

Overige belangstellenden kunnen voor de prijs van ƒ 9,75 + de verzendkosten een exemplaar bestellen bij de administratie DRS, Raadhuisstraat 11, 2751 AT Moerkapelle. Telefoon 01793-1603.

De commissie, die zich met de samenstelling van dit themanummer bezig hield, heeft een knap stuk werk geleverd. Het geheel maakt een goed verzorgde indruk. ledere leerkracht die met het godsdienstonderwijs te maken heeft, zal zeker een exemplaar aan dienen te schaffen. Ook anderen, zoals schoolbesturen, zullen er zeker kennis van moeten nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.