+ Meer informatie

De Chrlstinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

18

Stoutmoedig wordt het niet moe de pelgrims te onderwijzen in de borggerechtigheid van Christus Hij betreurt de traagheid van velen zich daarin te verdiepen, want dat onteert de Heere, daar het is tot grote schade van het geestelijk leven.

En nu komt aan Christinne en Barmhartigheid en de ovengen die hier zijn de vergeving van hun zonden toe door de daad of het werk van een Ander Uw Heere Jezus Christus is Degene, Die gewerkt heeft, en Hij geeft het loon van Zijn arbeid aan elke bedelaar, die Hij ontmoet.

En wat nog de daad der vergeving betreft, er moet aan God een pnjs worden betaald, evengoed als er iets moet worden gereedgemaakt om de schande van onze naaktheid te bedekken. De zonde heeft ons onderworpen aan de vloek van een rechtvaardige wet, nu moeten wij van die vloek worden gerechtvaardigd door de weg van verlossing, zo er een losprijs wordt betaald voor de schade door ons aangencht. De prijs is het bloed van uw Heere, Die gekomen is om in uw plaats te staan, en Die de dood heeft ondergaan die gij had moeten sterven voor uw overtredingen.

Zo heeft Hij u van uw overtredingen vrijgemaakt door Zijn bloed en uw bezoedelde en bedorven zielen bekleed met Zijn gerechtigheid, en om die reden spreekt God u vrij en veroordeelt u met wanneer Hij komt om de wereld te oordelen

Niet alleen Abraham, maar ook allen die geloven in Hem, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft, wordt die borggerechtigheid toegerekend. Enerzijds tot bevrijding van het oordeel des doods en der verdoemenis, en anderzijds tot verkrijging van het recht ten eeuwigen leven. Dat recht ten eeuwigen leven is niet in de lijdelijke, doch in de dadelijke gehoorzaamheid van Christus gegrond: de volmaakte onderhouding van de wet. Hij heeft het verbond der werken ten volle verheerlijkt.

„Dat is voortreffelijk! ” nep Christinne uit „Nu versta ik wat het zegt vergeving te hebben in woord en daad, in belofte en vervulling ot toepassing Cioede Barmhartigheid, laten wij ons beijveren dit in gedachtenis te houden en gij, mijn kinderen, evenzeer Maar mijnheer, was het deze zaak met waardoor aan de Pelgrim de last van de schouders werd gewenteld, en die hem dnemaal deed opspnngen van vreugde? ”

„Ja”, zeide Stoutmoedig, „het was het geloof 111 die borggerechtigheid waardoor zijn banden werden losgemaakt, die door geen ander middel konden losgemaakt worden en het was om een bewijs te geven van de deugdelijkheid hiervan, dat hij genoodzaakt was zijn last tot aan het kruis te dragen”.

„Dat dacht ik wel”, zeide Christinne, „want al was er tevoren reeds hcht en blijdschap in mijn ziel, nu zijn ze wel tienmaal groter En ik ben overtuigd, door wat ik heb gevoeld, al heb ik het tot nu toe ook maar weinig gevoeld, dat, zo de meest beladen man ter wereld hier was, en zag en geloofde als ik nu doe, het zijn hart vrolijk en blij zou maken van vreugde” „Niet alleen worden”, merkte Stoutmoedig op, „door deze zaak te zien en te geloven, troost en verlichting van een zware last geschonken, maar ook de innigste liefde wordt er door opgewekt Want wie, die over deze weg des heils recht nadenkt, moet niet getroffen worden door liefde tot dit middel des behouds en tot Hem Die dit alles zo heeft gewrocht? ”

Terecht, in de borggerechtigheid van Christus schittert Zijn grote liefde, die het hart tot Hem trekt en aan Hem verbindt En deze liefde heeft een hartvernieuwende kracht: zij doet ons ijverig zijn in goede werken. Duidelijk en krachtig wordt hiervan gesproken in de Schrift.

„Ja waarlijk”, sprak Christinne, „de gedachte dat Christus voor mij Zijn bloed heeft vergoten, maakt mijn hart week in mij O liefdevolle Heiland, gezegende Verlosser! Gij zijt waardig mij geheel en al te bezitten, want Gij hebt mij gekocht. Ik moet geheel en al U ten eigendom zijn, want Gij hebt tienduizendmaal meer voor mij betaald dan ik waardig ben. Geen wonder, dat dit te weten mijn echtgenoot tranen van vreugde deed wenen, en dat hij voor niets ter wereld de pelgrimstocht wilde opgeven Ik besef nu, hoe vurig hij moest verlangen, dat ik met hem ging, maar ach, ellendige die ik was, ik het hem alleen gaan! O Barmhartigheid, waren nu uw vader en uw moeder ook maar hier! Ja, en onze vriendin Vreesachtig ook! Ik zou van ganser harte wensen, dat juffrouw Wellustig ook maar wilde komen Zeker, zeker, haar hart zou getroffen en aangedaan worden, noch de vrees van de een, noch de vleselijke wellust van de ander zou hun kunnen beletten alles vaarwel te zeggen en goede pelgrims te worden”

Stoutmoedig verheugde zich in de helde waarmee het hart van Christinne vervuld is, en zei tot haar: „Gij spreekt nu met de gloed van een eerste hefde, zijt gij er zeker van, dat dit gevoel u altijd bij zal blijven? En dan, het gezicht van de stervende Jezus maakt niet altijd en op allen dezelfde indruk. Hoevelen stonden er niet bij het kruis, die Zijn bloed ter aarde zagen vloeien uit Zijn wonden en die er toch zo onverschillig voor waren, dat zij in plaats van medelijden te gevoelen Hem bespotten; en in plaats van Zijn discipelen te worden, hun harten tegen Hem verhardden Dus hebt gij, mijn dochters, al wat gij bezit verkregen door een bijzondere indruk welke gewerkt wordt door een Goddelijke aanschouwing van datgene, waarvan u sprak Herinnert u, hoe er was medegedeeld dat de hen door haar gewone roep geen voedsel geeft aan haar kuikens. Dit hebt ge dus door een bijzondere genade”.

Al sprekende vanuit de dingen der eeuwigheid, kwamen zij aan de plaats waar Dwaas, Luiaard en Vermetel lagen te slapen toen de Pelgrim voorbij kwam, en terzijde blikkende, zagen zij de lijken van die drie mannen aan ijzeren ketenen aan Ge galg hangen.

„Wat zijn dat voor mensen? ” vroeg Barmhartigheid. „En waarom zijn zij daar opgehangen? ”.

„Helaas”, zei Stoutmoedig, „deze drie mannen waren zeer slecht van aard; niet alleen dat zij zelf geen pelgrim wilden worden, maar zij verhinderden nog anderen zoveel zij maar konden. Zij waren verzot op een lui en lichtzinnig leven, trachtten ieder, die hun het oor wilde lenen, ook daartoe te verleiden en verzekerden dan nog brutaal weg, dat het einde van zulk een weg goed zou zijn Toen de Pelgnm hier voorbijkwam, lagen zij in vadsige rust te slapen en zoals gij ziet, nu zijn zij gehangen”.

„En is het hun werkelijk nog gelukt anderen voor hun denkwijze te winnen? ” was in verband met deze indroevige zaak de vraag van Barmhartigheid.

„O ja”, was het antwoord van Stoutmoedig, „zij hebben meer dan één van de goede weg afgetrokken. Zo wisten zij een zekere Traagvoet over te halen om te doen zoals zij. Ook hebben zij een zekere Kortademig en Zonderhart, en Hunker naar Lust en een Sluimergeest verleid, en ook nog een jonge vrouw, Stompzinnig genaamd die zich allen van de rechte weg hebben afgekeerd om hen na te volgen. Daarenboven zeiden zij lasterlijke dingen van uw Meester, anderen diets makende dat Hij een harde Meester is. Ook verspreidden zij een kwaad gerucht van het goed land, zeggende dat het op verre na niet zo goed is als sommigen beweren. En dan smaadden zij de dienstknechten des Heeren door hen te schelden voor bemoeizieke indringers.

Dan noemden zij het brood Gods mets dan kaf; de vertroostingen van Zijn kinderen: dwaze inbeeldingen, de tochten en de arbeid van de pelgrims: nutteloze zaken„.

Voor al die tegenstand bezwijken halfslachtige reizigers. Het volhardingsvermogen der genade hebben wij nodig om door al die tegenstand heen te breken. Door de Heere aan te kleven in de beleving van onze afliankelijkheid, zijn wij sterk in Hem. Dan zijn de werkingen en onderwijzingen van de Heilige Geest ons recht dierbaar.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.