+ Meer informatie

Verzoening

1 minuut leestijd

De begeerte naar verzoening moet zijn in een getroffen hart. Want wanneer iemand in het geweten aangeraakt is, dan is het hart terneergeworpen en trekt, zoveel het kan, zichzelf van God terug. Om deze oorzaak dan, indien er enige geestelijke bewegingen zijn, waardoor het hart tot God opgeheven wordt, die komen ongetwijfeld van Gods Geest. Aldus stel ik dari voor vast, dat de begeerte naar verzoening met God in Christus, de verzoening zelf is; de begeerte om te geloven is het geloof metterdaad; en de begeerte om zich te bekeren is de bekering zelf. Maar merk op hoe! Een begeerte om verzoend te worden, is niet de verzoening in haar aard (want wat anders is de begeerte, en wat anders de verzoening). Maar IN DE AANVAARDING GODS. Want indien wij gans en al vanwege onze zonden getroffen zijn, indien wij begeren die vergeven te krijgen en één met God te zijn, zo neemt God ons aan als verzoend. Wederom, de begeerte om te geloven is niet het geloof in zijn natuur, maar alleen in Gods aanneming, daar God de wil voor de daad aanvaardt.

W. Perkins („Mosterdzaadje").

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.