+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie voor de ze rubriek non : T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

T. Br. te B. vraagt mijn oordeel over vaccinatie.

Antwoord: Het kan de bedoeling van „Daniël" niet zijn, dat we telkens op dezelfde zaak terugkomen.

Daarom verwijs ik U naar het antwoord op de vraag: „Bezwaar tegen inënten enz." van 4 Juli No. 2, 2e jaargang en naar het artikel „De Vaccinatie I, II, III" vermeld in No. 25 2e jaargang, No. 1 en 3 3e jaargang.

G. J. L. te A. vraagt hoe de Geref. Gemeente staat tegenover de Heilige Doop.

Hij schrijft: Deze vraag stel ik, omdat de Doop door Rome wordt overschat, terwijl aan de andere zijde door velen de Doop onderschat wordt.

Antwoord: De Geref. Gemeente staat tegenover de Doop schriftuurlijk.

En wat is de schriftuurlijke leer des H. Doops?

Dan verwijs ik U allereerst naar Zondag 26 en 27 van de Heidelb. Catechismus en naar Art. 34 van de Ned. Geloofsbelijdenis.

In het „Kort Begrip", wat een uittreksel is uit de Catechismus opgesteld door Herman Fankeel, predikant te Middelburg en in 1611 uitgegeven, lees ik in vraag 53, dat het uiterlijk teken in de Doop het water is en dat we gedoopt worden in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes.

In vraag 54 wordt gevraagd: Wat betekent en verzegelt dat?

En het antwoord luidt: , , De afwassing der zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus."

In de 55ste vraag gaat het over de inzetting des Doops, die aldus luidt: „Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aller creaturen. Die gelooft zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden."

En als tenslotte de vraag rijst: „Zal men ook jonge kinderen dopen"? dan wordt kort en zakelijk geantwoord: „Ja, want zij zijn zowel als de volwassenen in het verbond Gods. en Zijn gemeente begrepen."

Wat nu de uiteenzetting van deze vragen en antwoorden betreft, verwijs ik u naar „Korte lessen over Kort Begrip" door Ds G. H. Kersten, blz. 119 t.m. 130.

Als u dit boekje niet heeft, raad ik u aan en niet alleen u, maar al onze Jong. Verenigingen, dit te bestellen en te lezen.

In niet één bibliotheek van onze verenigingen mag het gemist worden.

Dat de Doop door Rome wordt overschat is bekend. Rome toch verbindt de zaligheid aan de Doop, zeggende, dat door de doop de gemeenschap met God wordt hersteld. Vandaar dan ook, dat Rome alles in het werk stelt een kind gedoopt te krijgen, is het in geval van nood (stervensgevaar) niet door de priester, dan maar door buurvrouw, verloskundige of wie dan ook.

Dat dit zondig is behoef ik niet te zeggen, want niemand mag dopen, tenzij hij daartoe wettig bevoegd is.

Anderzijds zijn er die de Doop onderschatten. Zij zeggen, dat de doop niet zalig maftkt en daarom laten zij hun kinderen of helemaal niet dopen of zij stellen de Doop uit naar' eigen believen. Hier staat tegenover, dat wij ons hebben te onderwerpen aan het bevel des Heeren.

ik besluit met het slot van afdeling IX B „Korte lessen over kort begrip", waar Ds Kersten schrijft: „Des Heeren ongenoegen zal-op de verwaarlozing rusten. Het zul eens openbaar worden, als wij en ons zaad staan zullen voor Gods rechterstoel.

Indien ooit, dan is het wel in deze dagen van diep verval en opkomend Heidendom noodzakelijk Gods ordinantiën te betrachten. Kinderen moeten gedoopt worden.

Maakt echter niet de grond uwer zaligheid van de Doop. Vele gedoopten zijn vreemdelingen van de genade. O, dat ons oor voor Gods beloften en ons oog voor de verzegeling daarvan in de Doop ontsloten werden, opdat wij de Heere leerden zoeken en dat niet eenmaal het gedoopte voorhoofd tegen ons getuigen zal in de dag aller dagen."

H. N. te K. vraagt of emigreren (b.v. naar Amerika) geoorloofd is.

Antwoord: Verleden jaar is op de Gen. Syn. breedvoerig over dat geval gesproken. Conclusie was, dat emigratie in 't algemeen aangenomen niet te veroordelen is. Een ieder moet echter voor zichzelf uitmaken wat of de motieven zijn, waarom hij het land zijner vaderen wil verlaten.

Ik wil eens een voorbeeld noemen.

Een boer heeft enkele jongens. Hoe gaarne zou hij zien, dat ook zij een boerderij kregen. Aan geld ontbreekt het hem niet. De tijdsomstandigheden laten het echter niet toe. De hoop om hier in Nederland een boerdery te krijgen is afgesneden. Nu opent zich een weg in een ander werelddeel b.v. Amerika. Aan moed, durf en doorzettingsvermogen hapert het bij die jonge mannen niet. In tegendeel daar is een sterke begeerte om die weg te bewandelen.

Wat nu te doen?

Dit is nu een persoonlijke zaak. Voor anderen, die er buiten staan, gaat het niet op, om werkzoekende jonge mensen te veroordelen, wanneer ze emigreren.

Maar wel komt het er voor ieder op aan biddend te onderzoeken of de weg, die hij gaat in Gods gunst is. Daar gaat het ten slotte om bjj Gods volk of de Heere meetrekt. Mozes zei: „Doe mij van deze plaats niet optrekken, tenzij Uw Aangezicht niet met my mee gaat.

Mocht u dat weten, mijn vriend; dat zou een voorrecht zijn. Is het motief van andere aard, b.v. het proberen te ontlopen van de oordelen Gods in verband de toenemende macht van Rusland en daarmee de dreiging van het communisme, dan mag men wel toezien. De geschiedenis van Elimelech en Naomi staat toch niet voor* niets in de Bijbel.

Over de zucht om wat van de wereld te zien en de begeerte om rijk te willen worden, spreek ik maar niet. U begrijpt dat zelf wel.

Ik acht het nog geen kleine zaak om zo maar de Vaderlandse bodem te verlaten. Ik zwijg nog over de duizend en een formaliteiten, die in acht genomen moeten worden, maar dat raakt het beginsel niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.