+ Meer informatie

Geen land kan meer om kinderarbeid heen

5 minuten leestijd

Een ding staat na 'Amsterdam 1997' helder vast: kinderarbeid staat voortaan hoog op de politieke, sociale en economische internationale agenda. Geen enkele regering kan het zich nog langer veroorloven buiten het bewustwordingsproces rondom kinderarbeid te staan, concludeerde een tevreden minister van sociale zaken en werkgelegenheid Melkert gisteren aan het slot van de tweedaagse Kinderarbeidconferentie in de Nederlandse hoofdstad.

Of Melkert het gelijk aan zijn zijde krijgt, zal de toekomst uitwijzen. Ondanks dat minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking stelde dat de ergste vormen van kinderarbeid binnen drie tot vijftien jaar de wereld uit moeten zijn, komt het pas in 1999 tot een herziening van een belangrijke conventie.

Vanaf heden wordt toegewerkt naar een nieuw te formuleren ILO-conventie van 1999. Deze conventie moet, vergezeld van een een bijpassend aantal instrumenten, de gemeenschap afhelpen van de smet die kinderarbeid heet. De huidige versie van deze conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO, nummer 138, voldoet niet. Ze is slechts door 49 landen ondertekend. Dat staat in schril contrast met de VN-Conventie voor de Rechten van het Kind. Die is door 96 procent van alle landen geratificeerd. De ILO-conventie is te smal, vermoedt Rita Deichenberg van het VN-kinderfonds Unicef en ze complimenteert zichzelf met het ,,brede, allesomvattende VN-verdrag". Deichenberg wijst erop dat ,,minder erge" vormen van kinderarbeid worden vergeten als alle aandacht uitgaat naar de bestrijding van de ,,ergste uitwassen" van kinderarbeid.

VU-hoogleraar familie- en jeugdrecht mr. Jaap Doek spreekt dat echter tegen. ,,Natuurlijk loop je het gevaar dat er veel geld wordt gestopt in het uitroeien van de ergste vormen van kinderarbeid. Nou en? Even geldig is mijns inziens de redenering dat een land dat serieus werk maakt van de ergste vormen van kinderarbeid, in het kielzog daarvan niet voorbijgaat aan de minder erge vormen van kinderarbeid", poneert Doek, die zitting heeft in de Internationale werkgroep over kinderarbeid (IWGCL).

Opfrissen

Dat de ILO-conventie impopulair was, heeft mogelijk te maken met een mislukte reclamecampagne, suggereert een Wereldbank-functionair. Doek snapt er evenmin wat van. Volgens hem is er niks mis met conventie 138. Een vernieuwde en verbrede versie van 138 moet daar voorgoed verandering in aanbrengen. Doek, die tevens plaatsvervangend kinderrechter in Den Haag is, heeft overigens geen bezwaren tegen een opgefriste ILO-conventie 138. ,,Als die dan maar voldoet aan de bestrijding en voorkoming van de ergste vormen van kinderarbeid".

Waar het volgens Doek vooral om gaat, zijn controlemechanismen om de naleving van de conventie te toetsen. Dat is de uitdaging van de toekomst, aldus Doek. Hij weet niet of de ILO bereid is zelf haar conventie te toetsen en of de controlemechanismen van de ILO toereikend zijn. Komt er van controle en rapportage niets terecht, dan dreigt de nieuwe conventie de zoveelste ballon te worden die langzaam leegloopt, waarschuwt de hoogleraar. In dit verband wijst hij erop dat controle en rapportage ongetwijfeld op het nodige verzet zullen stuiten van werkgevers. Toezicht op de arbeidsomstandigheden van kinderen brengt sowieso de belabberde omstandigheden van volwassenenen aan het licht.

Voorlopig heeft de wereld de handen vol aan de bestrijding en voorkoming van de bekende ergste vormen van kinderarbeid, stelt Doek vast. Hij tekent daarbij aan dat alleen al een zware klus zal blijken. Bij bedrijven die goederen voor het Westen produceren, kan worden gecontroleerd of kinderen aan het productieproces meedoen. Maar bij de lucifer- en glasfabriek die alleen aan de Indiase markt levert, wordt het een stuk moeilijker. ,,Je gaat daar niet met een politiemacht heen om de directeur een lesje te leren. Je zegt niet: Ontsla die kinderen en je krijgt van ons vervangende arbeiders. Iets dergelijks kan ILO ook niet vanuit Genève verrichten; de organisatie zal een groot arsenaal van lokale instanties moeten inschakelen om de directeur te overtuigen van de misstand van kinderarbeid. Het punt is dan door wie en hoe deze discussie in het veld wordt gevoerd".

Minister Melkert argumenteerde dat een verbod op de ergste vormen van kinderarbeid zonder voortgaande controle en rapportage op een ,,zinloze exercitie" uitdraait. Doek vindt die visie van realisme getuigen. ,,Alle zeilen moeten worden bijgezet om de uitgestippelde strategie te realiseren, anders word je een roepende in de woestijn. Er moet een lichaam komen dat er toezicht op houdt dat we de gestelde doelen gaan halen".

Psychologisch

Doek toont zich buitengewoon gelukkig met de Kinderarbeidconferentie, die in oktober dit jaar een vervolg in Oslo krijgt. Kinderarbeid staat, kortom, weer op de agenda van de internationale gemeenschap. Niet alleen op die van de ministeries van ontwikkelingssamenwerking, maar ook op de plaats waar dat vooral hoort, namelijk op die van de ministeries van sociale zaken, werkgelegenheid en arbeid. ,,In dit opzicht acht ik de psychologische betekenis van 'Amsterdam' groot", licht hij toe.

Als 'Amsterdam' de vicieuze cirkel van de kinderarbeid heeft doorbroken, is aan de wens van de Duitse minister van arbeid en sociale zaken, Blüm, voldaan. Blüm zei eerder dat kinderprostitutie ronduit moord is en als een misdrijf moet worden behandeld. In haar slotverklaring dringt de conferentie er na twee dagen brainstormen bij regeringen op aan een actieplan te lanceren dat is gericht op uitbanning van kinderarbeid en een onmiddellijke beeindiging van de verwerpelijkste vormen van kinderarbeid.

Voor het welslagen ervan, is politieke wil een eerste vereiste. Verder wordt er van alle actoren in het veld inzet gevraagd voor een veelzijdig programma waarbij rehabilitatie, onderwijs en armoedebestrijding speerpunten zijn. De Nederlandse regering steunt het geheel met een miljoen dollar (1,8 miljoen gulden) voor een 'monitorsysteem' dat onder de vlag van de ILO afspraken gaat bewaken. Deze waakhond gaat blaffen als er ergens geschikte en succesvolle alternatieven worden ontwikkeld voor kinderarbeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.