+ Meer informatie

Een bladzijde voor en van onze jeugd

7 minuten leestijd

Een praatje vooraf.

De vorige keer hebben jullie natuurlijk allereerst het stukje van ds. Rijksen gelezen over „Het nieuwe seizoen". Ik hoop, dat het niet vlug bij overlezen gebleven is, maar dat je gezegd hebt: „Laat ik nu dit seizoen eens mijn uiterste best doen op mijn knapenvereniging of op mijn meisjes vereniging." Het is tegenwoordig een drukke tijd voor jullie, maar je weet, dat de eeuwige dingen het belangrijkste zijn. Ik weet ook dat er in iedere gemeente nog geen vereniging is. Dat vind ik erg jammer. Ik krijg soms brieven van jongens en meisjes, die hierover klagen. Het is en blijft treurig dat veel ouderen jullie aan je lot overlaten, vooral in de avonduren. Jullie moeten het hen echter niet kwalijk nemen, toen zij jong waren was de tijd zo heel anders. Weet je wat jullie wel kunnen doen? Zelf een vereniging oprichten. Dat kan zelfs in de kleinste gemeente. Je zoekt een stuk of vier, vijf jongens op en je vraagt of ze op een avond bij jou komen. Je vader maak je maar voorzitter en dan heb je al een gezellig clubje. Het hoeft helemaal niet zo gewichtig te zijn; de een leest een opstelletje voor, de ander een gedicht of een mooi verhaal. In een boekwinkel haal je wat bouwplaten en je knutselt wat in elkaar. Maak je dan rommel? Wel nee, dat valt wel mee en je moeder vindt dat ook niet zo erg. De volgende week ga je dan met hetzelfde groepje naar een ander vriendje, dan is zijn vader voorzitter. Zie je wel, dat het best mogelijk is. Zo krijg je ongemerkt een fijne vereniging. Probeer het eens. Je zult zien, dat het gaat. Ik hoor jullie ervaringen wel!

Uit de natuur.

Vogels

Zo als ik beloofd heb, zou ik iets over „het zingen" van de vogels vertellen. Bij sommige is de „zang" zelfs instrumentaal b.v. bij de spechten, ze trommelen met de snavel op het hout. En hebben jullie wel eens gehoord, dat de ooievaars er mee klepperen? Verder nog laten vogels een vaak ingewikkelde reeks van handelingen zien. Men noemt dit „baltsen." Dit staat in verband met de voortplanting, maar ook wel met het zelfvertoon tegenover mannelijke soortgenoten. Hiervan zal ik een voorbeeld geven en wel het pronken van pauwen en kalkoenen, dat zo wel gericht is op de wijfjes als op de mannetjes. Waarom doet een pauw dit?

Wel, heus niet omdat hij zijn verenpracht zo mooi vindt, noch om zijn bewonderaars een genoegen te doen, maar hij pronkt, omdat hij er instinctmatig toe wordt gedreven. Een pauw pronkt ook net zo goed tegen een struik, dus niet omdat hij zo trots is. De leeuwerik maakt een baltsvlucht, waar hij dan bij zingt. Het baltsen is dus een vertoon van gebaren, vormen en kleuren. Struisvogels zijn de grootste thans levende vogels. Rennen dat ze kunnen, geweldig. Tegen een paard kunnen ze het opnemen. In Afrika leven ze vaak in troepjes en in gezelschap van antilopen en zebra's. Op de farms worden ze gehouden voor de veren der hanen. Ze hebben in hun sterke poten formidabele wapens. Een mens kunnen ze er dodelijk mee verwonden. Ze lijken veel op de Zuidamerikaanse rhea's, maar deze zijn kleiner en bij deze dieren zorgt ook het mannetje weer voor het uitbroeden. Dat gaat nog eens leuk. Het wijfje legt de eieren een eindje buiten het nest en het mannetje rolt ze er daarna netjes in. Hij neemt de gehele zorg op zich, want het wijfje mag zich er zelfs heel niet mee bemoeien.

Ook roofvogels zijn er in vele soorten, van kleine valken tot grote gieren en arenden toe. Gieren hebben bijzonder goede ogen, want reeds op grote afstand ontdekken ze hun voedsel. Ofschoon ook jagers, zijn de uilen geen familie van de roofvogels. De meeste vertonen zich 's avonds als de schemering daalt en 's nachts. Overdag verbergen ze zich zo mooi, dat ze gemakkelijk aan de aandacht ontsnappen. Steen-en sneeuwuiltjes jagen ook overdag wel. Het is ook leuk iets over neushoornvogels en toekans te weten. Deze blinken vooral uit door hun bizarre snavels; deze zijn niet alleen groot maar ook fel gekleurd. Bij vele neushoornvogels zijn de snavels vaak van zonderlinge aanwassen voorzien. De snavels zijn hol. Gelukkig maar, want anders was het gewicht niet om te torsen. De toekans zijn Zuid-Amerikanen en ze komen in een zestigtal soorten voor. Waar de neushoornvogel dan wel leeft? Ze wonen in Afrika en Zuid-Azië. Evenals toekans en spechten broeden ze in boomholten, doch op een neushoorn manier, ook dat is erg mooi. Het wijfje metselt zich met behulp van haar echtgenoot geheel in, tot op een kleine spleet na. Het mannejte geeft hierdoor haar voedsel.

Papegaaien vormen een soorten-en kleurenrijke familie. Parkieten, kaketoes en ara's behoren er ook bij. Ze leren vaak goed liedjes fluiten en kunnen ook spreken. Zo hoorde ik eens een kaketoe zeggen: „Ga vort man, ga vort man, daar word ik niet goed van." Het was wel zo'n leuk gehoor en het was erg duidelijk.

Netlie van der Slikke. Zeg Nellie, jij kunt wel een boek schrijven over de vogels. Krijg ik dan een present-exemplaar?

Een gedicht.

Hier volgt het laatste deel van

De verborgen schat

Nu moet Teunis toch wel schrikken. Hij gelooft zijn ogen niet Daar hij nu op deze bladen Bankbiljetten liggen ziet. „Teunis, 'k sprak U van de Bijbel En van zijn verborgen schat. Zeker had je die gevonden Als je trouw gelezen had!" Teunis is beschaamd geworden Want dat had hij niet gedacht, Dat zijn laksheid en zijn luiheid Zo wex'd aan het licht gebracht! Teunis, kon zijn pacht betalen Dominee kwam juist op tijd. 't Werd boer Teunis tot een zegen, 't Was door Gods Voorzienigheid Dat naar God hij leerde vragen. En hij vond nog groter schat, Die in leven en in sterven Alle heil en troost vervat, 't Mocht voor ons een lesje wezen Wat die Teunis is geschied. Maar ik zou je toch wel raden Zoek naar bankbiljetten niet. Zoek de Heere in uw jonkheid Die waarachtig heil U biedt.

Zo je weet werd dit mooie gedicht me toegestuurd door Dinie en Maarten ten Voorde uit Teuge.

We denken aan zieken en zending.

Onze derde ansichtkaart gaat naar Leen Bosschaart, Oranjestraat 6, Staphorst. Leen ligt al verscheidene weken ziek en hij verveelt zich zo. Zorgen jullie voor wat afwisseling. Niet vergeten hoor. Het zou toch kunnen, dat jullie ook eens lang ziek werden. Zou je het dan ook niet prettig vinden als anderen aan je dachten?

De eerste antwoorden

Nu ik dit zit te schrijven heb ik al enkele oplossingen binnen, de grote stroom moet echter nog komen. Volgens de meeste jongelui was het niet moeilijk. Nu, dat is waar. Je moet ook zo moeilijk niet beginnen. Zet je maar schrap voor de volgende keer, dan moet je geschiedenis namen opzoeken en dat is nu niet zo eenvoudig. Kijk maar eens of je de eerste twintig goed hebt.

1. Jerobeam 11. Cesarea 2. Nebath 12. Festus 3. Ahia 13. Felix 4. Silo 14. Agrippa 5. Dan 15. Bernice 6. Beth-El 16. Paulus 7. Abia 17. Tarsen 8. Sichem 18. Gamaliël 9. Rehabeam 19. Damascus 10. Nadab 20. Rome

En tenslotte

doe ik jullie weer het vriendelijk verzoek zo veel mogelijk opstellen en gedichten te sturen. Ik heb nog wel iets, maar 't is heus niet veel meer en er is zelfs wel bij, dat ik echt niet kan plaatsen. Dat vinden de schrijvers en schrijfsters toch niet erg? Probeer het nog eens. Je zult zien dat het er dan wel in komt. Heb je nog iets te vragen? Dan dadelijk doen, want de vragen zijn op. Besteedt je tijd goed en werkt hard, jongelui. Helpt er aan mee, dat „Daniël" in elk gezin gelezen wordt. Leest je oom ons blad al? Nog niet! Ga hem dan eens gauw bepraten! Allen hartelijk gegroet en tot over veertien dagen. D.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.