+ Meer informatie

HOEGEKLEED? - II

7 minuten leestijd

Bij het schrijven van de tweede bijdrage over dit onderwerp mag ik er hopelijk van uitgaan dat de lezers de inhoud van de eerste aflevering nog een beetje in gedachten hebben, met name waar het betreff de conclusies en de voorstellen van het moderamen van de kerkenraad, die de vragen rond de kleding van de ambtsdragers in de zondagse samenkomst van de gemeente aan de orde Steide. Met de overwegingen en constateringen van het moderamen kunnen we het - naar ik meen - geheel eens zijn. De constatering dat op het punt van de ambtskleding uit de Heilige Schrift geen concrete voorschriften kunnen worden afgelezen, is juist. Terecht wordt erop gewezen dat een verwijzing naar de priesterkleding uit Exodus 28 voor nu niet relevant is, eenvoudig omdat naar wij geloven en belijden met de komst van de grote Hogepriester Jezus Christus de oudtestamentische tempeldienst heeft afgedaan. Het moderamen van de kerkenraad onderbouwt dit met een argumentatie, die in mijn gevoel niet aanvechtbaar is. Ook de vanuit de kerkenraad aangedragen Schriftplaatsen uit het Nieuwe Testament bieden geen grond voor de gedachte dat het hier gaat over een discussie rond een principiële regel, zoals het moderamen het omschreef, om een voor de gemeente en/of ambtsdragers hielsnoodzakelijke regel. Wel is waar dat in alle genoemde nieuwtestamentische Schriftplaatsen in meer of mindere mate wordt gewezen op de eis van een christelijke levensstijl, die beantwoordt aan de roeping en de verantwoordelijkheid die de Here God zijn volk in deze wereld oplegt. De kleding, waaruit toch altijd iets en soms veel van onze persoonlijkheid en ons innerlijk leven valt af te lezen, valt daar niet buiten maar een absoluut voorschrift voor of de wenselijkheid van uniforme ambtskleding in de gemeente van Christus kan op geen van de genoemde Schriftplaatsen worden gebaseerd. Wel valt er uit af te leiden - en het moderamen wijst daarop ook met nadrukdat de christelijke vrijheid, waarin het volk van God in deze wereld mag staan, het gevoel voor stijl, norm en vorm in de totale levensopenbaring niet uitsluit. En dan geldt dat ook kleding een zekere levenshouding uitdrukt en soms heel duidelijk aangeeft hoe het bij een mens met het gevoel voor verhoudingen is gesteld. Het verdere van dit artikel zal door de laatste opmerking sterk worden bepaald.

Ontwikkelingen in de samenleving

Wat zich in de samenleving op allerlei gebied ontwikkelt, gaat de kerk niet voorbij. Dat geldt ook de kleding, de mode zo men wil. Vorm en stijl op het punt van de kleding zijn in de naoorlogse periode sterk veranderd. Dat zat en zit hem niet alleen in de grillige trends van modeontwerpers en ook niet direct in het feit dat de gemiddelde burger in de westerse samenleving door de grote welvaart over een grote bestedingscapaciteit beschikt. Aan kleding wordt door de gemiddelde burger niet eens zo heel veel geld besteed. Auto’s en verre vakanties drukken zwaarder op het gezinsbudget dan kleding, leerde mij een gesprek met de chef in een herenmodezaak. En door veel mensen word rekening gehouden met snelle veranderingen in de mode. Men koopt veelal dingen die onder alle omstandigheden draagbaar zijn. Ten aanzien van kleding hebben veel men-sen, ook kerkmensen, goede smaak en een goed gevoel voor verhoudingen verloren. Met het laatste wordt bedoeld dat heel veel mensen - en men kan het in eigen omgeving waarnemen - hun garderobe nauwelijks nog aan bijzondere levensomstandigheden en aan de aard van bijzondere gebeurtenissen aanpassen. Ik schrijf dit niet neer op grand van mijn eigen waarneming alleen. Mijn indrukken heb ik bevestigd gekregen in méér dan één gesprek dat ik met het oog op het schrijven van dit artikel met leidinggevenden in heren- en damesmodezaken heb gehad. Het gaat in die branche bepaald niet voor de wind. Een van de belangrijkste oorzaken daarvan is dat met name bij jongere mensen nauwelijks nog vraag bestaat naar wat men gelegenheidskleding zou kunnen noemen. In een gerenommeerde schoenenwinkel kreeg ik te horen dat men de verkoop van herenschoenen heeft gestaakt, omdat voor het degelijke schoeisel, waarin de langzaam aan wegvallende generatie mannen stond en ging, onder jongeren geen belangstelling meer bestaat. En het beeld op straat bevestigt het. Dat wordt beheerst door spijkerbroek en trui, jacks van Aziatische makelij, leggings en Nikes. Met name veel jongeren, maar soms ook ouderen, verschijnen in deze outfit in allerlei bijeenkomsten en bij allerlei gelegenheden, ongeacht het karakter ervan. Heel wat mensen vragen zich bij condoleancebezoek, voor de bijwoning van begrafenissen of recepties niet meer af of een andere outfit dan de alledaagse tegenover degenen die het middelpunt van verdrietige of vreugdevolle omstandigheden vormen, misschien iets te zeggen zou kunnen hebben over het respect en de hoogachting die men voor hen had of heeft.

Vervlakking

Vroeger drukte kleding soms veel uit. Tot vóór en ook nog in de jaren van de Tweede Wereldoorlog was het binnen onze samenleving nog gewoonte om bij een sterfgeval in de eigen onmiddellijke omgeving ‘rouw te dragen’. Men kon aan de klederdracht van een Zeeuwse boerin zien dat zij rouwdroeg, waarbij de mate waarin en de wijze waarop dat gebeurde afhankelijk was van de graad van verwantschap. Ouderen onder de lezers herinneren zich waarschijnlijk nog wel de zwarte rouwbanden die mannen om de arm droegen, ten teken dat men iemand die was heengegaan, betreurde. Gebruiken en gewoonten als deze, die toendertijd misschien best wel eens als een last zullen zijn ervaren, zijn teloorgegaan. En daarmee is toch wel iets van dat eerder genoemde gevoel voor verhoudingen verloren gegaan. Er is ook in dit opzicht veel vervlakt, in de samenleving, in de kerk, in de zondagse samenkomsten van de gemeente, tot in de kerkenraadsbank toe.

Ontmoetingspunt tussen Christus en zijn gemeente

Zoals gezegd kan niets worden voorgeschreven op grond van Schriftgegevens, waarvan de relevantie voor de kerk van nu op dit punt van zaken onomstotelijk vaststaat. Waar is ook dat de keuze voor bepaalde kleding en de uitstraling van iemands persoonlijkheid veel met elkaar te maken hebben (wat de één goed staat, past een ander volstrekt niet), zodat men elkaar geen uniforme kleding kan opdringen. Wil men daarvoor in gemeenschappelijkheid en in goed overleg toch kiezen, dan is daarop niets tegen en misschien zelfs veel voor, maar men kan het elkaar niet dwingend opleggen. Overigens zou in onze kerken een praktische moeilijkheid aan uniforme ambtskleding in de weg staan, te weten de diversiteit in de uitmonstering van de voorgangers. In drie - misschien wel vier - verschijningsgestalten beklimmen predikanten in onze kerken de kansel, te weten in toga, in een zwart of donkerblauw pak, in een donker of wat lichter grijs pak, met stropdassen in heel rustige of soms wat schreeuwerige dessins. Het ergste wat ik op dit punt van zaken eens waarnam, was een gastpredikant onder wiens donkerblauwe broek bruine schoenen uitkwamen. Misschien had hij ze in het donker aangetrokken…

De vraag hoe wel als ambtsdragers in de zondagse samenkomsten van de gemeente gekleed zullen gaan, wordt bepaald door het besef dat die plaats van samenkomst ontmoetingspunt is tussen Christus en Zijn gemeente. Christus is - naar Zijn eigen zeggen - in het Woord en onder de tekenen van de sacramenten in het midden. Dat gaat in belangrijkheid en dus ook in etiquette alle seculiere plechtigheden en andere wereldse evenementen en de daarbij behorende protocollen ver te boven. Weten hoe men zich in het Huis Gods moet gedragen impliceert ook zorgvuldigheid in de keuze van de kleding waarmee men in de samenkomsten van Christus’ gemeente vertoeft. en men zou kunnen zeggen dat ambtsdragers ook in dit opzicht een voorbeeldfunctie tegenover de gemeente hebben.

Van één predikant vernam ik dat de kerkenraad van zijn vorige gemeente op ‘normale’ zondagen in een pak van eigen keuze dienst deed. Op Avondmaalszondagen werd een zwart, donkergrijs of donkerblauw pak gedragen. Toen ik voorzichtig op de inconsequence daarvan wees (de Woordbediening prevaleert naar onze gereformeerde opvatting toch boven de sacramenten), was de reactie dat het met name bij het Heilig Avondmaal om gedachtenisviering gaat, waarbij in het gevoel Christus ons op heel bijzondere wijze nabijkomt. Zo werd het althans door de broeders ervaren. Afgezien van de vraag hoe men hierover wil denken: de intentie die hieruit spreekt, komt dichtbij hetgeen dit tweede artikel bedoelt te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.